LWEO

errata

 
Mocht u fouten ontdekken in onze lesbrieven, mailt u deze naar postbus@lweo.nl zodat wij ze bij een volgende druk kunnen verbeteren. Bij voorbaat dank. De lesbrieftitels verwijzen naar de actuele druk.


Errata

  • 2016
    Kopen en Werken (Buying and Working)
  • Bij opdracht 4.20 d wordt doorgerekend met een afgerond getal.
    Het antwoord moet zijn: 3.754.000 / 145.000 = 25,889655%.
    25,889655 × 980 × 1,5 = € 38.057,79.

  • 2015
    Kopen en Werken (Buying and Working)
  • opdracht 4.20 d wordt doorgerekend met een afgerond getal. Het antwoord moet zijn:
    3.754.000 / 145.000 = 25,889655%.
    25,889655 x 980 x 1,5 = € 38.057,79.

  • 2014
    Kopen en Werken (Buying and Working)
  • Uitwerkingen
    Blz. 10, laatste rij van opgave 1.10, familie Thielman. Primair inkomen en overdrachtsinkomen zijn verwisseld.
    Blz. 41, 9.12g moet zijn: Ierland. Polen heeft wel het hoogste groeipercentage van productiviteit (4,2%), maar het productiviteitsniveau is slechts 37. Over tien jaar is dat 1,04210 × 37 = 55,8. Ierland heeft een groeipercentage van 3,5%, maar het productiviteitsniveau is nu 90. Over tien jaar is dat 1,03510 × 90 = 127. Ierland zal dus veel verder naar rechts opschuiven.

  • 2013
    Kopen en Werken (Bying and Working)
  • Uitwerkingen
    Bouwsteen 6.1e: rentekosten zijn € 75 en niet € 60.
    7.20b. Inkomen Piet: 1.046 + 4/5 × 700 × 30/40 = € 1.466.
    8.3a, 2e regel laatste kolom: -20 × 20 + 1.000 = 600

  • 2012
    Kopen en Werken (Bying and Working)
  • Lesbrief
    Op bladzijde 10 wordt in de opdrachten 1.10d, f en h verwezen naar tabel 1.1. Dat moet zijn bron 1.2.
    Op bladzijde 32 moet in de tweede regel 25 procent en 18 procent staan in plaats van procentpunt.
    Op bladzijde 47 staat onder opdracht 3.9 een tabel. Het laatste bedrag, 12.500 moet 12.150 zijn.
    Op bladzijde 120 wordt bij opdracht 8.7b verwezen naar figuur 8.5. Dat moet zijn bron 8.8.
    Op bladzijde 144 Woordenlijst per hoofdstuk: de eerste 8 begrippen onder hoofdstuk 9 moeten onder hoofdstuk 8 staan. Het gaat om de begrippen ‘Markt’ tot en met ‘Monopolistische concurrentie’. Dit is ook van toepassing op de lesbrief Buying and Working.

    Uitwerkingen
    In het uitwerkingenboekje moet het antwoord van 2.5 doorgestreept worden. De nummering daarna is fout. Elk vraagnummer moet één lager zijn, dus bij 2.6 staat het antwoord van 2.5 en bij 2.7 van 2.6, enzovoort.
    Bladzijde 15, 3.11c moet zijn 1.000 × (1,04)3 = € 1.124,86.
    3.12 moet zijn 4.000 × (1,03)8 = € 5.067,08.
    Bladzijde 31, 6.30, laatste regel: Ewout maakt 2.827,20 – 432,82 = € 2394,38 over naar de belastingdienst.
    Bladzijde 33, 7.20B. Inkomen Piet: 1.046 + 4/5 × 700 x 30/40 = € 1.466.
    Bladzijde 34, 8.3a, 2de regel laatste kolom: -20 × 20 + 1.000 = 600.

    Uitwerkingen
    bouwsteen 6.1
    b. Balans 3 januari 2012 moet zijn bank -325 en eigen vermogen -75. De totalen moeten -325 zijn.
    c. In de mutatiebalans: bank – 325 – 75 = – € 400 eigen vermogen -65-75-50-25-40+613+50 = + € 408
    d. bank 1.100, eigen vermogen 4.848. De totalen worden 7.098.
    e. saldo resultatenrekening moet zijn € 408.
    f. De Envé heeft een winst gemaakt van € 408. De opbrengsten € 900 zijn groter dan de kosten € 492.
    g. Eigen vermogen (1 feb) = eigen vermogen (1 jan) + winstsaldo. € 4.440 + € 408 = € 4.848.