LWEO

syllabus havo 2017

Gevolgen vernieuwde syllabus havo voor CE 2017

Aanpassingen in de syllabus
Domein D: Concept markt

1.1 de wijze waarop consumenten een maximaal verschil nastreven
tussen de te betalen prijs en de betalingsbereidheid (de prijs die
de consument maximaal bereid is te betalen).
Voortaan alleen grafisch, dus berekeningen van allerlei surplussen
is vervallen.

1.3 omzet als de vermenigvuldiging van prijs met hoeveelheid (afzet)
Voortaan alleen rekenkundig, dus het arceren van omzet hoeft niet meer.

1.8 maximale totale winst als zijnde een situatie waarin de
marginale kosten en de marginale 
opbrengsten aan elkaar gelijk zijn;
1.9 winstgevende / verliesgevende uitbreiding van productie,
wanneer de marginale kosten lager / hoger 
zijn dan de marginale
opbrengsten.

Voortaan alleen rekenkundig, dus het tekenen van MO- en
MK-lijnen is vervallen.

Domein E3: Ondernemingen ruilen over de tijd is
vervallen

3.1 een elementaire balans en een elementaire resultatenrekening
(winst- en verliesrekening) als manieren waarop de financiële
gegevens van een onderneming worden geordend;
3.2 voorraadgrootheden die onderdeel uitmaken van de
balans en stroomgrootheden die onderdeel uitmaken van
de resultatenrekening.

Domein G4: Risico in bedrijf

4.1 de keuze omtrent het aantrekken van eigen en vreemd
vermogen van een onderneming;
De toevoeging eenmanszaak, vennootschap onder firma of BV
is vervallen. Dat onderscheid hoeven de leerlingen niet meer te
kennen, maar … de verplichte context ‘faillissement en aansprakelijkheid’
is gebleven. Het moet dus wel behandeld worden, want daarin staat:

De kandidaat kan analyseren hoe de te kiezen bedrijfsvorm invloed
heeft op de toedeling van het ondernemingsrisico en welke
gevolgen deze keuze heeft voor aansprakelijkheid van de eigenaren
en/of vermogensverschaffers. Ondernemingen die georganiseerd
worden als rechtspersoon, zoals een BV, kennen doorgaans een
betere bescherming bij faillissement dan persoonlijke
ondernemingsvormen. De beperkte aansprakelijkheid van
vermogensverschaffers maakt het voor een BV makkelijker eigen
vermogen (aandeelhouders) aan te trekken. Anderzijds kan een
mogelijke scheiding tussen eigendom en bedrijfsleiding tot
conflicten leiden op gebied van besluitvorming. Belangen van
aandeelhouders en bedrijfsleiding kunnen verschillen.

Domein H: Welvaart en groei

1.1 de relatie tussen het BBP en de toegevoegde waarde is nader
gespecificeerd:

De vorming van het BBP (Bruto Binnenlands Product) en NBP
(Netto Binnenlands Product) waarbij de volgende 
methoden kunnen
worden onderscheiden:

– objectieve methode;
– subjectieve methode.
Dit staat al in lesbrief Verdienen & Uitgeven, alleen de
termen worden nog niet genoemd.

1.2 nader gespecificeerd:
de omvang van het BBP als zijnde een beperkte welvaartsmaatstaf
rekening houdend met:

– nominaal en reëel
– eng versus ruim welvaartsbegrip
– welvaartsbegrip per capita
– de rol en omvang van de informele sector
– Human Development Index en groen BBP

1.4 Nationale rekeningen
De financiële instellingen moeten als aparte sector worden toegevoegd
(wat feitelijk onjuist is).

1.6 lorenzcurve
Toegevoegd zijn de termen:
percentage, percentielen, kwintielen (groepen van 20%) nivelleren
en denivelleren

2.6 nieuw:
De motieven voor het al dan niet aangaan van internationale samen-
werkingsvormen in relatie tot 
welvaart en economische groei:
– vrijhandel
– protectie (zoals invoerrechten, contingentering,
dumping, infant industry)
Het meeste staat al in lesbrief Europa

Domein I: Goede tijden, slechte tijden

3.2 conjunctuurbeleid
Ingebouwde stabilisatoren zijn met name genoemd:
sociale uitkeringen en belastingen.
Staat al in lesbrief Europa, hoofdstuk 3 en in lesbrief
Verdienen en Uitgeven, hoofdstuk 4.

3.3 conjunctuurbeleid is nieuw:
De Europese Centrale Bank (ECB) of Centrale Banken van
landen die niet onder de ECB vallen:
– toezichthouder op de infrastructuur van financiële
markten en betalingsinstrumenten
– beheerder van eigen externe reserves
– uitgever van bankbiljetten
– toezichthouder op aanbieders van risicomijdende en
risicozoekende beleggingen

in de lesbrieven

Er komen aanpassingen in de lesbrieven:
– Vervoer
– Jong & Oud
– Markt & Overheid
– Verdienen & Uitgeven
– Europa

Vervoer

Het berekenen van het consumentensurplus en het producentensurplus
hoeft niet meer.
We laten het toch in de lesbrief staan, omdat we denken dat het begrip
van de surplussen hierdoor iets beter wordt.
Aanpassingen bestaan uit het verduidelijken van een aantal economische
begrippen zoals complementaire goederen, iets meer aandacht voor
het verschuiven van vraag- en aanbodlijnen, het schrappen en toevoegen
van opdrachten en het actualiseren van diverse cijfers.

Jong & Oud

De balans gaat eruit en de resultatenrekening wordt heel kort genoemd
als opmaat voor de toegevoegde waarde.
Bij de inkomensverdeling iets meer aandacht voor kwintielen, decielen etc.
Verder wordt er geactualiseerd (bijv. sociaal leenstelsel i.p.v. studiefinanciering).

Markt & Overheid

Berekeningen van de diverse surplussen zijn in deze lesbrief wel geschrapt.
Hoofdstuk 7, ondernemingsvormen, is aangepast.
Verder zijn opdrachten geactualiseerd en af en toe aangepast en zijn sommige
begrippen duidelijker verwoord, zoals zelfbinding.

Europa

Toegevoegd in hoofdstuk 1:
Een uitgebreidere behandeling van
– open/gesloten economie
– vrijhandel
– protectie (tarifaire en non-tarifaire maatregelen) en de argumenten voor
protectionistische maatregelen
Er is ook een extra opgave over protectie toegevoegd en een aantal cijfers zijn
geactualiseerd.

Verdienen & Uitgeven

– De objectieve (toegevoegde waarden) en subjectieve methode (inkomens)
bij de berekening van het bbp deden we al, maar worden nu als zodanig genoemd.
– Het enge en ruime welvaartsbegrip beschreven we al, maar worden nu
als zodanig benoemd. Ook worden het groene BBP en de Human Development
Index behandeld.
– De Centrale Bank wordt behandeld als uitvoerder van monetair beleid,
als toezichthouder op banken, pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen,
als uitgever van bankbiljetten en als beheerder van de internationale reserves.

leerlingen die nu in havo 4 zitten

Als u de lesbrieven per leerjaar bestelt en pas in havo 5 Europa en
Verdienen & Uitgeven behandelt, is er niets aan de hand. U bestelt voor
de komende havo 5 leerlingen de nieuwe druk van deze lesbrieven.

Als u de lesbrieven voor havo 4 en havo 5 in één keer hebt besteld,
missen deze leerlingen de uitleg van een aantal concepten.
De LWEO maakt hiervoor een appendix.

De appendix komt op de docentenwebsite en is ook tegen kostprijs
te bestellen bij de LWEO. Meer informatie komt te staan in de nieuwsbrief.
De appendix zal eind januari beschikbaar zijn.