LWEO

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 4

Wat doe je met je geld?

In dit hoofdstuk gaat het om de vraag hoe je de uitgaven die je in een bepaalde periode hebt, kunt aanpassen aan het inkomen dat je verdient. Er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten uitgaven, zoals huishoudelijke uitgaven, vaste lasten en reserveringen.

Met behulp van deze begrippen leer je zelf een begroting maken.

We besteden ook aandacht aan de geldproblemen van gezinshuishoudingen en jongeren in Nederland.

Begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 4

begroting
Een overzicht van schattingen van inkomsten en uitgaven.
bijbaantjes
Een baantje (werk) van enkele uren.
budget
Een begroting van inkomsten en uitgaven.
huishoudgeld
Het geld om het huishouden (gezin) mee te onderhouden.
inkomsten
Het totale inkomen.
keuzeprobleem
Omdat de middelen (het geld waarover je kunt beschikken) beperkt zijn, ben je gedwongen om voortdurend keuzes te maken. Het geld kun je maar een keer uitgeven.
netto
Na aftrek van belastingen en sociale premies. Besteedbaar.
pinpas
Een pasje (plastic kaart) waarmee je betalingen kunt doen. Het geld wordt dan door de bank van jou rekening naar iemand anders zijn rekening overgemaakt.
rente
De beloning die betaald moet worden voor het lenen van geld en die ontvangen wordt voor het uitlenen van geld.
reserveringsuitgaven
Uitgaven – meestal grotere uitgaven – waarvoor je geld moet reserveren (opzij leggen of sparen).
sluitende begroting
Indien de ontvangsten in een jaar gelijk zijn aan de uitgaven in dat jaar spreken we van een sluitende begroting.
spaarrekening
Een rekening waarop je kunt sparen. Over het gespaarde geld krijg je rente. Met een spaarrekening kun je geen betalingen verrichten.
tekort op de begroting
De begrote uitgaven zijn groter dan de begrote inkomsten.
vaste lasten
De maandelijks (of jaarlijks) terugkerende uitgaven (lasten) zoals de uitgaven voor de huur van het huis, het afbetalen van een lening, de uitgaven voor water en stroom, etc.
zakgeld
Geld dat je krijgt van je ouders zonder dat je daar iets voor moet doen.