LWEO

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 5

Sparen, lenen of kopen op afbetaling

Sommige zaken die je graag wil hebben zijn duur. Sparen is een manier om het toch te kunnen kopen. Als je spaart op een bankrekening ontvang je rente. Maar het is niet leuk om jaren voor een fiets te moeten sparen, als je al die tijd dat ding in de winkel ziet staan.

Het kan ook anders. Je kunt geld lenen. Met dat geld kun je kopen wat je wil. Later betaal je het geld in gedeelten terug. Zo kun je de betaling spreiden over een langere periode. Maar als je leent van een bank of gespreid betaalt, moet je rente betalen.

In dit hoofdstuk worden verschillende typen leningen besproken. Je leert hoe een termijnbedrag wordt vastgesteld en hoe je de totale rente van leningen met termijnbedragen berekent.

Begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 5

aflossen
Het (gedeeltelijk of geheel) terugbetalen van een lening.
doorlopend krediet
Een (bank)rekening waarmee tot een bepaald maximum mag worden geleend (ook wel ‘rood staan’ genoemd). Als vergoeding voor dit doorlopende krediet wordt rente betaald. Een persoonlijke lening waarbij niet is afgesproken dat de lening voor een bepaalde datum moet worden afgelost.
effectieve rente
De feitelijke rente die je moet betalen op jaarbasis.
hypotheeklening
Een langlopende lening met een onroerend goed als zekerheidsstelling: kan de schuldenaar niet aan zijn verplichtingen voldoen, dan kan het onroerend goed worden verkocht.
inflatie
Het stijgen van de prijzen van goederen en diensten. Stijging van het algemeen prijsniveau.
kopen op afbetaling
Iets kopen dat je in termijnen terugbetaald.
kredietlimiet
Het maximale bedrag dat geleend kan worden (hangt onder meer af van het inkomen).
koopkracht
De hoeveelheid goederen die je met je inkomen (of een euro) kunt kopen.
leenbedrag
Het bedrag dat geleend wordt.
lenen
Geld krijgen dat je later moet terugbetalen.
looptijd
De duur van de lening.
persoonlijke lening
Een lening waarbij maandelijks een vast bedrag inclusief rente wordt terugbetaald. Daarbij staat ook vooraf vast binnen welke tijd het geleende bedrag wordt terugbetaald.
rente
De beloning die betaald moet worden voor het lenen van geld en die ontvangen wordt voor het uitlenen van geld.
rentemarge
Het verschil tussen de gemiddelde rente die je moet betalen en de rente die je ontvangt. rentepercentage
Het percentage aan interest of rente dat je ontvangt of moet betalen.
spaarrekening
Een rekening waarop je kunt sparen. Over het gespaarde geld krijg je rente. Met een spaarrekening kun je geen betalingen verrichten.
sparen
Het niet uitgeven van een deel van het inkomen.
termijnbedrag
Het bedrag dat je minimaal per periode moet terugbetalen. Dit bedrag bestaat voor een deel uit aflossing van de lening en voor een deel uit betaling van rente.
vaste lasten
De maandelijks (of jaarlijks) terugkerende uitgaven (lasten) zoals de uitgaven voor de huur van het huis, het afbetalen van een lening, de uitgaven voor water en stroom, etc.
zakgeld
Geld dat je krijgt van je ouders zonder dat je daar iets voor moet doen.