LWEO

Begrippenlijst Hoofdstuk 2

 
 

Begrippenlijst Hoofdstuk 2

 
Afzet
Ander woord voor verkochte hoeveelheid.
Allochtonen
Mensen afkomstig uit het buitenland.
Arbeidsbureau
Het arbeidsbureau heet nu ‘Centrum voor Werk en Inkomen’ en bemiddeld in werk/banen.
Arbeidsverdeling
De verdeling van het productieproces in diverse onderdelen waarbij ieder zich bezighoudt met een deel van de productie.
Autochtonen
Oorspronkelijke bewoners van een land.
Bedrijfskosten
De kosten van een bedrijf om een bepaalde goederen of diensten te produceren.
Beroepskeuze-adviseur
Iemand die adviseert bij het zoeken (kiezen) van een beroep.
Brutowinst
Omzet min de inkoopwaarde van de omzet.
Commerciële organisatie
Organisatie met als doel het maken van winst; andere benaming is onderneming.
Decaan
Een persoon – veelal een docent – die adviezen geeft over studie en beroep.
Economie
Bestudeert de menselijke behoeftebevrediging voorzover het daarbij gaat om het kiezen uit schaarse (alternatief aanwendbare) middelen.
Eigen baas
Iemand die een eigen zaak heeft en dus zelf baas is.
Handelsonderneming
Onderneming die goederen inkoopt en verkoopt zonder die eerst te bewerken.
Industriële onderneming
Een onderneming die grondstoffen en/of halffabricaten inkoopt en deze verwerkt tot producten en vervolgens die producten verkoopt.
Inkoopwaarde van de omzet
Is gelijk aan de afzet x de inkoopprijs.
Loondienst
Het werken in dienst van een ander (ondernemer, overheid, etc.). In ruil daarvoor krijg je een loon.
Management & Organisatie
Vak in de bovenbouw (Tweede Fase), vergelijkbaar met bedrijfseconomie.
Nettoverlies
Als de kosten hoger zijn dan de opbrengsten (of omzet).
Nettowinst
Is gelijk aan de brutowinst minus de bedrijfskosten
NIBUD
Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting
Niet-commerciële organisatie
Een organisatie waarbij het doel niet is winst maken: bijvoorbeeld een vereniging of een stichting.
Ondernemingsplan
Een plan voor het opzetten van een onderneming.
Omzet
Aantal verkochte producten x de verkoopprijs.
Opbrengst
Aantal verkochte producten x de verkoopprijs.
Opleidingsbeurs
Een beurs (som geld) dat je krijgt voor het volgen van een opleiding.
Verkoopprijs
De prijs waarvoor een product wordt verkocht.
Werkgever
Iemand die een bedrijf heeft en mensen in dienst neemt.
Werknemer
Iemand die gaat werken in een bedrijf van een ander.