LWEO

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 2

De arbeidsmarkt

Op de arbeidsmarkt komt de vraag naar en het aanbod van arbeid samen. Het loon is de prijs die op de arbeidsmarkt tot stand komt. De arbeidsmarkt bestaat uit veel deelmarkten. Iedere sector, bedrijfstak of beroepsgroep heeft zijn eigen arbeidsmarkt. Deze deelmarkten zijn gescheiden van elkaar. Een werkloze bouwvakker kan niet zomaar voor de klas gaan staan en een hoogleraar tref je niet achter de kassa in de supermarkt.

De aanbieders op de arbeidsmarkt kun je onderverdelen in drie groepen: de zelfstandigen, de mensen in loondienst en de werklozen. De aanbieders van arbeid (werkenden en werklozen) noemen we de beroepsbevolking. Het aanbod van arbeid bestaat dus uit de beroepsbevolking.
De vragers naar arbeid zijn bedrijven en organisaties die mensen in loondienst hebben of willen hebben voor meer dan 1 uur per week. Let op: de werkloze is de aanbieder op de arbeidsmarkt en de werkgever is de vrager op de arbeidsmarkt. Vraag naar arbeid wil zeggen dan je mensen wilt aannemen en je spreekt van aanbod van arbeid als mensen werk zoeken of hebben. De vraag naar arbeid bestaat uit de banen die door zelfstandigen en mensen in loondienst worden vervuld plus het aantal banen waarvoor de werkgevers geen mensen hebben gevonden (vacatures).

De potentiële beroepsbevolking bestaat uit alle mensen van 15 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd. Slechts een deel van de potentiële beroepsbevolking behoort tot de beroepsbevolking. Het percentage van de personen van de potentiële beroepsbevolking dat werk heeft of zoekt, noemt men het deelnemingspercentage (= participatiegraad).

Werkloos
Volgens het CBS word je geregistreerd als werkloos als je geen werk hebt en op zoek bent naar een betaalde baan voor meer dan 1 uur per week en direct beschikbaar bent voor een betaalde baan.

Schoolverlaters
Schoolverlaters zijn jongeren die een opleiding succesvol hebben afgerond. Voortijdig schoolverlaters zijn jongeren die voor het behalen van hun diploma de school verlaten. De kansen van schoolverlaters om werk te vinden is sterk afhankelijk van de conjunctuur. Als het goed gaat met de economie zullen zij sneller een baan vinden. De positie van schoolverlaters en jongeren op de arbeidsmarkt is slechter dan die van oudere werknemers. Jongeren hebben minder vaak een vast contract en zijn daardoor gemakkelijker te ontslaan.

Links bij hoofdstuk 2
Bijbaan voor scholieren
Vakantiewerk
De beroepskeuzetest
NIBUD
vacatures

Begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 2

beroepsbevolking
Alle aanbieders van arbeid: zelfstandigen, mensen in loondienst en werklozen.
aanbod van arbeid
Personen die willen en kunnen werken: zij bieden hun arbeid(-skracht) aan op de arbeidsmarkt.
vraag naar arbeid
De hoeveelheid arbeid(-skrachten) die de werkgevers gezamenlijk willen kopen (= in dienst nemen). Bestaat uit werkgelegenheid en vacatures.
vacatures
Nog openstaande banen.
potentiële beroepsbevolking (beroepsgeschikte bevolking)
Dat deel van de totale bevolking in de leeftijd van 15 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd. Wordt ook wel potentiële beroepsbevolking genoemd.
deelnemingspercentage (= participatiegraad)
Het percentage dat aangeeft hoeveel procent van de bevolking van 15 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd werkt of wil werken.