LWEO

Begrippenlijst Hoofdstuk 3

 
 

Begrippenlijst Hoofdstuk 3

 
Accijnzen
Een belasting die de overheid legt op bepaalde goederen, bijvoorbeeld benzine, tabak en alcohol om het verbruik ervan af te remmen.
Ambtenaren
Mensen die in loondienst werken bij de overheid.
BPM
Belasting op personenauto’s en motorrijwielen
Belasting die je betaalt bij de aanschaf van een auto of motorrijwiel.
BTW
Belasting op de toegevoegde waarde of omzetbelasting.
Collectieve goederen
Goederen die enkel via de overheid tot stand komen. Goederen waarvoor er geen individuele prijs berekend kan worden.
Collectieve sector
De overheid tezamen met de gesubsidieerde bedrijven en instellingen.
Dereguleren
Het verminderen van de regels die de overheid gemaakt heeft en zal maken.
Financieringstekort
De jaarlijkse toename van de staatsschuld.
Individuele goederen
Zijn goederen die tegen betaling van een individuele prijs leverbaar zijn.
Inkomensoverdrachten
Inkomen dat je ontvangt zonder dat daar een tegenprestatie tegenover staat, bijvoorbeeld bijstand.
Inkomstenbelasting
Belasting over het inkomen van personen.
Loonbelasting
Belasting op het loon van werknemers (of ontvangen uitkeringen).
Miljoenennota
Algemene toelichting op de rijksbegroting.
Motorrijtuigenbelasting
Belasting op het bezit van een auto (wegenbelasting): is onafhankelijk van het aantal kilometers dat gereden wordt.
Overheid
Bestaat uit de rijksoverheid (de staat: regering en parlement) en de lagere overheden (provincies, de gemeenten en instellingen zoals waterschappen).
Particuliere sector
Alle bedrijven die geen eigendom zijn van de overheid maar van particuliere personen.
Prinsjesdag
Op Prinsjesdag wordt door de Minister van Financiële Zaken de Miljoenennota en de rijksbegroting aangeboden aan de Tweede Kamer en houdt de koningin de troonrede.
Privatiseren
Het werk dat door ambtenaren wordt gedaan laten uitvoeren door een particulier bedrijf.
Quasi-collectieve goederen
Goederen die net als individuele goederen via de markt kunnen worden geleverd maar die de overheid zelf in productie heeft genomen.
Rijksbegroting
Overzicht van de begrote (geplande) uitgaven en inkomsten van de rijksoverheid.
Semi-ambtenaren
Mensen in dienst van instellingen of bedrijven die door de overheid gesubsidieerd worden.
Staatsschuld
De totale schuld van de Nederlandse overheid.
Uitbesteden
Taken door een andere instantie laten uitvoeren.
Vennootschapsbelasting
Ondernemingen met als rechtsvorm NV of BV moeten over hun winst vennootschapsbelasting betalen.