LWEO

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 1

Huishoudens

In dit hoofdstuk maak je kennis met de huishoudens aan de Parkweg. We besteden aandacht aan het begrip huishouden in economische zin en kijken naar de manier waarop huishoudens aan geld komen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de productiefactoren arbeid, kapitaal, natuur en ondernemerschap. De verdeling van het inkomen over de verschillende productiefactoren heet de categoriale inkomensverdeling. Naast studie of werk hebben mensen vrije tijd. Met behulp van een budgetlijn kan de uitruil tussen werk en vrije tijd bekeken worden. Meer werken betekent minder vrije tijd, maar wel meer inkomen.
Met de participatiegraad of deelnemingsgraad kunnen we zien of het aantal mensen dat werkt in de leeftijd tussen de 15 jaar en de pensioengerechtigde leeftijd toe- of afneemt ten opzichte van de totale bevolking.
Je leert ook rekenen, grafieken maken en interpreteren, tabellen lezen en informatie verwerken en onderzoek doen.

 

Links bij hoofdstuk 1

rekentips.

Begrippenlijst

Begrippenlijst Kopen en Werken hoofdstuk 1

arbeid
Een productiefactor die alle lichamelijke en geestelijke inspanning van mensen omvat die beschikbaar zijn om in het productieproces te worden ingeschakeld.
budgetlijn
Een budgetlijn geeft verschillende combinaties van twee bestedingsmogelijkheden aan bij een bepaald budget.
categoriale inkomensverdeling
De verdeling van inkomens over de categorieën loon (beloning voor arbeid), rente/huur (beloning voor kapitaal), pacht (beloning voor natuur) en winst (beloning voor ondernemerschap).
huishouden
Een persoon of meer personen samen vormen een huishouden als ze alleen of gezamenlijk economische beslissingen nemen.
kapitaal
De productiefactor kapitaal omvat de fabrieken, machines, gereedschappen, grondstoffen en voorraden eindproduct die bij de productie worden ingezet. Men onderscheidt reëel kapitaal (= kapitaalgoederen) en geldkapitaal.
kapitaalgoederen
De productiefactor kapitaal omvat de fabrieken, machines, gereedschappen, grondstoffen en voorraden eindproduct die bij de productie worden ingezet. Synoniem: kapitaal.
loonquote
Loon als percentage van het nationaal inkomen.
natuur
Een productiefactor die lucht, zonlicht, aarde, water, de mineralen, gas, olie, kolen, de ligging, het reliëf, de bodemgesteldheid, de rivieren, meren en kusten omvat die bij de productie worden ingezet.
ondernemerschap
Een productiefactor die beloond wordt voor het dragen van de economische risico’s die ontstaan door het combineren van de andere productiefactoren (arbeid, natuur, kapitaal).
overdrachtsinkomens
Overdrachtsinkomens zijn sociale uitkeringen die je ontvangt zonder een bijdrage te leveren aan de productie.
overig-inkomensquote
De som van de beloning voor kapitaal (rente/huur), natuur (pacht) en ondernemerschap (winst) als percentage van het nationaal inkomen.
participatiegraad
(= deelnemingspercentage) Het percentage dat aangeeft hoeveel procent van de bevolking van 15 tot de pensioenleeftijd werkt of wil werken.
primair inkomen
Het inkomen dat verdiend wordt in het productieproces. Voorbeelden: loon, pacht, huur, rente en winst.
productiefactoren
De middelen waarmee wordt geproduceerd namelijk arbeid, ondernemerschap, natuur(-lijke hulpbronnen) en kapitaal(goederen).
zakgeld
Geld dat kinderen wekelijks of maandelijks van hun ouders ontvangen.

Extra Oefenopgaven

Dit hoofdstuk heeft enkele extra oefenopgaven. Deze kun je als Word-document downloaden door HIER te klikken.