LWEO

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 1

Een verkenning van de arbeidsmarkt

Inhoudsopgave hoofdstuk 1
1.1 Aan het werk
1.2 Vragers en aanbieders op de arbeidsmarkt
1.3 Zelftest
Vraag en aanbod op de arbeidsmarkt
De arbeidsmarkt is een abstracte markt waar vragers naar arbeid en aanbieders van arbeid samenkomen. Werknemers bieden arbeid aan en werkgevers vragen arbeidskrachten.
De arbeidsmarkt bestaat in feite uit zeer veel deelmarkten zoals de markt voor bouwvakkers, de markt voor docenten, de markt voor verpleegkundigen, etc. Ook geografisch zijn er gescheiden deelmarkten van arbeid. Een betonvlechter uit Groningen zal zijn arbeidskracht niet aanbieden in Zeeland.
Zelfstandigen zijn tegelijkertijd vrager en aanbieder van arbeid.
Aanbod van arbeid = werknemers + zelfstandigen + werklozen.
Vraag naar arbeid = werknemers + zelfstandigen + vacatures

aanbod van arbeidvraag naar arbeid

Samen vormen werknemers, werklozen en zelfstandigen het aanbod van arbeid of de beroepsbevolking. Werknemers en zelfstandigen samen vormen de werkgelegenheid in een land. Vacatures is onvervulde vraag naar arbeid of de onbezette arbeidsplaatsen.

Een krappe of ruime arbeidsmarkt
Vraag naar arbeid en aanbod van arbeid bepalen de prijs van arbeid: het loon.
Als de vraag naar arbeid groter is dan het aanbod van arbeid is er sprake van een krappe arbeidsmarkt (veel vacatures, weinig werkloosheid).
Als het aanbod van arbeid groter is dan de vraag naar arbeid is er sprake van een ruime arbeidsmarkt (veel werklozen, weinig vacatures).

Links
Arbeid: Ik werk, dus ik leef. Videofilm van Teleac: 15 minuten.
Arbeidsmarkt: videofilm van Economie Academy Hilversum: 36 minuten.

Leerdoelen hoofdstuk 1
• De beroepsbevolking indelen in werknemers in loondienst, zelfstandigen met en zonder personeel en werklozen.
• Voors en tegen noemen van vaste en flexibele contracten voor de werkgever en de werknemer.
• De vraag op de arbeidsmarkt indelen in werkgelegenheid en vacatures.
• Noemen door wie de vraag naar arbeid wordt uitgeoefend.
• Het gelijktijdig bestaan van werkloosheid en vacatures verklaren.
• Uitleggen dat een stijging van de werkgelegenheid niet per se leidt tot een daling van de werkloosheid.
• Het aanbod op de arbeidsmarkt indelen in werkzame beroepsbevolking en werklozen.
• De begrippen krapte en ruimte toepassen op de arbeidsmarkt.
• De arbeidsmarkt indelen in deelmarkten per beroep, regio en functie.
• Het verschil uitleggen tussen concrete markt en een abstracte markt.

Kernbegrippen hoofdstuk 1
werklozen – aanbod van arbeid (beroepsbevolking) – vraag naar arbeid – werkgelegenheid – vacatures – krappe (gespannen) arbeidsmarkt – ruime arbeidsmarkt – UWV Werkbedrijf

Begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 1

aanbod van arbeid
Personen tussen de 15 en 65 jaar die willen en kunnen werken: zij bieden hun arbeid(skracht) aan op de arbeidsmarkt. Bestaat uit de mensen in loondienst, de zelfstandigen en de geregistreerde werklozen.
abstracte markt
Het geheel van vraag naar en aanbod van een product.
arbeid
Alle mogelijke prestaties die een bijdrage leveren aan het voortbrengen van producten.
beroepsbevolking
Zie aanbod van arbeid.
concrete markt
Een weekmarkt, rommelmarkt, etc.. Een plaats waar vragers en aanbieders van een product elkaar ontmoeten.
krappe arbeidsmarkt 
De vraag naar arbeid is groter dan het aanbod van arbeid. Er zijn veel vacatures en weinig werklozen.
ruime arbeidsmarkt
Het aanbod van arbeid is groter dan de vraag naar arbeid. Er zijn veel werklozen en weinig vacatures.
UWV Werkbedrijf
Een instantie die adviseert en bemiddelt bij het zoeken van werk en waar een werkloosheidsuitkering kan worden aangevraagd.
vacatures
Onbezette arbeidsplaatsen waarvoor personeel wordt gezocht.
verkrappende arbeidsmarkt
Een situatie op de arbeidsmarkt waarbij de vraag naar arbeid sterker stijgt dan het aanbod van arbeid.
verruimende arbeidsmarkt
Een situatie op de arbeidsmarkt waarbij het aanbod van arbeid sterker stijgt dan de vraag naar arbeid.
vraag naar arbeid
De hoeveelheid arbeid(skrachten) die de werkgevers gezamenlijk in dienst willen nemen. Bestaat uit de mensen in loondienst, de zelfstandigen en de vacatures.
werkgelegenheid
Het aantal feitelijk bezette banen in een land (arbeidsvolume).
Bestaat uit mensen in loondienst en zelfstandigen.
werklozen
Personen van 15 tot en met 64 jaar, zonder werk, die tenminste 12 uur per week willen werken en daarvoor beschikbaar zijn.
zelfstandige
Iemand die niet in loondienst werkzaamheden verricht.

Extra Oefenopgaven

Dit hoofdstuk heeft enkele extra oefenopgaven. Deze kun je als Word-document downloaden door HIER te klikken.