LWEO

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 2

Klassieken en Keynes

Inhoudsopgave hoofdstuk 2
2.1 Werkloosheid
2.2 Klassieken: loon = kosten
2.3 Keynesianen: loon = koopkracht
2.4 Zelftest

Klassieken
Volgens de klassieken werkt het prijsmechanisme ook op de arbeidsmarkt. Als er werkloosheid is, zullen de lonen dalen. Door de lagere loonkosten wordt het voor bedrijven aantrekkelijker werknemers aan te nemen. Bij een krappe arbeidsmarkt zullen de lonen stijgen waardoor de vraag naar arbeid afneemt.
Keynes
Volgens Keynes leidt een loondaling in een periode van laagconjunctuur tot een daling van de koopkracht. Hierdoor daalt de effectieve vraag en de productie en stijgt de werkloosheid. Het land komt hierdoor in een neerwaartse spiraal terecht: een opeenstapeling van inkomens- en productiedalingen.
Volgens Keynes moet de overheid ingrijpen om de negatieve economische spiraal te doorbreken. De overheid moet zorgen voor extra vraag als de bestedingen van de particulieren teruglopen. Dit kan zij doen door:
– de bestedingen van de overheid te vergroten;
– de bestedingen van particulieren te stimuleren door het verlagen van de tarieven van de belastingen en sociale premies en het verhogen van de sociale uitkeringen.
Ook de Centrale Bank van een land kan de economie beïnvloeden. Als bij laagconjunctuur de rente wordt verlaagd, heeft dat invloed op sparen en lenen door consumenten en bedrijven.
Overheidstekort
Door de extra uitgaven van de overheid in een periode van laagconjunctuur stijgt het overheidstekort. De overheid moet dan extra geld lenen. Dit kan ook makkelijk omdat de particuliere bestedingen zijn teruggelopen en particuliere besparingen zijn toegenomen. De overheid leent dus de extra besparingen van de particulieren waardoor dit geld blijft circuleren in de kringloop. Als het beleid succesvol is, zal de productie stijgen en neemt het inkomen weer toe en daarmee de belastingopbrengsten.
In een periode van overbesteding zijn de bestedingen te groot. De effectieve vraag overtreft de productiecapaciteit. De overheid kan de overbesteding bestrijden door de belastingen te verhogen en/of de overheidsuitgaven te verlagen. Het overheidstekort wordt kleiner. De overheid remt op die manier de economie af.
Omdat zowel het stimuleren van de economie in een periode van laagconjunctuur als het afremmen van de economie in een periode van hoogconjunctuur een beleid is dat ingaat tegen de conjunctuur, noemen we dit anticyclisch conjunctuurbeleid.

Leerdoelen hoofdstuk 2

Uitleggen hoe volgens de klassieke economen het marktmechanisme automatisch zorgt voor evenwicht, zowel op goederenmarkten als op de arbeidsmarkt.
Uitleggen hoe volgens de klassieke economen een economische crisis bestreden moet worden.
Uitleggen dat volgens Keynes de klassieke economische theorie in een periode van laagconjunctuur averechts uitwerkt.
Uitleggen hoe volgens Keynes een economische crisis bestreden moet worden.
Uitleggen hoe de overheid volgens Keynes moet ingrijpen bij een economische crisis.
De werking van de multiplier uitleggen.
Uitleggen hoe anticyclisch conjunctuurbeleid werkt.
Begrippenlijst

anticyclisch conjunctuurbeleid
Beleid van de overheid dat tegen de conjunctuurgolf ingaat om zo de conjunctuurschommelingen te dempen. Als het slecht gaat met de economie dan stimuleert de overheid de economie door de belastingen te verlagen en/of de overheidsbestedingen te verhogen.
marktmechanisme (= prijsmechanisme)
De prijs en de verhandelde hoeveelheid van een product komt tot stand door het vrije spel van vraag en aanbod. Er wordt precies evenveel aangeboden als gevraagd.
multiplierwerking 
Een stijging van de autonome bestedingen leidt tot een stijging van het nationale inkomen die een veelvoud is van de oorspronkelijke stijging van de autonome bestedingen. Dat komt omdat bestedingen leiden tot productie en dus tot inkomen waarbij dat inkomen weer tot nieuwe bestedingen leidt en zo verder.

Extra Oefenopgaven

Dit hoofdstuk heeft enkele extra oefenopgaven. Deze kun je als Word-document downloaden door HIER te klikken.