LWEO

Hoofdstuk 6

Hoofdstuk 6

De enige aanbieder

Inhoudsopgave hoofdstuk 6
6.1 Monopolie
6.2 Prijszetter
6.3 Toetreding
6.4 Transfer
6.5 Zelftest

Monopolist
Een monopolist is alleenheerser op een markt omdat hij de enige aanbieder is. Hierdoor kan hij zelf bepalen welke prijs hij vraagt voor zijn product. Daarom noemen wij hem een prijszetter. Toch is de macht van een monopolist niet onbeperkt.
Een monopolist kan voor een product niet meer vragen dan klanten bereid zijn te betalen. De betalingsbereidheid van de consument is af te leiden uit de collectieve vraaglijn. De collectieve vraaglijn is tevens de prijsafzetlijn van de monopolist want deze geeft weer hoeveel de monopolist verkoopt bij verschillende prijzen.
In tegenstelling tot de markt van volkomen concurrentie waar de prijsafzetlijn een horizontaal verloop heeft (de prijs is daar een gegeven) heeft de prijsafzetlijn van de monopolist een dalend verloop. Naarmate de monopolist een hogere prijs vraagt voor zijn product zal de vraag afnemen. Een aantal vragers zal kiezen voor een substituut, een product dat als vervanging kan dienen.
Monopolies
Een octrooi of patent is het exclusief recht op de commerciële exploitatie van een uitvinding. Het alleenrecht duurt meestal 15 tot 20 jaar en wordt door de overheid via octrooibureaus verleend. Een monopolie gebaseerd op wettelijke basis (octrooi) noemen we een wettelijk monopolie.
Er zijn ook natuurlijke monopolies. Een natuurlijk monopolie ontstaat als schaalvoordelen zo’n grote rol spelen dat er op een markt slechts plaats is voor één aanbieder. Voor de monopolist biedt de schaalgrootte een ‘natuurlijke’ bescherming. Voor nieuwkomers is het een toetredingsbarrière. De toetredingsbarrière is sterker als de kosten van toetreding verzonken kosten kunnen worden.
Maximaal totale winst
Een monopolist kan streven naar maximale omzet, kostendekking (break-evenafzet) of maximale totale winst (MO = MK).
Voor elke onderneming geldt dat de totale winst toeneemt zolang bij uitbreiding van de productie MO > MK.
TW = TO – TK en TW = (GO – GTK) × q.
Anders dan op een markt van volledige mededinging kan een monopolist blijvend winst behalen. Een monopolist is in staat zijn verkoopprijs vast te stellen boven de marginale kosten.
Toetreding
Bij het gevangenendilemma nemen spelers tegelijkertijd of simultaan hun beslissing. Bij het toetredingsvraagstuk is een simultane keuze onwaarschijnlijk. Men reageert op elkaar en dus na elkaar. Een spel waarin de spelers na elkaar beslissen noemen we een sequentieel spel. Met een boomstructuur kunnen de keuzes zichtbaar gemaakt worden. De figuur die dan ontstaat, noemen we een beslisboom.

Links
Privatisering van infrastructurele werken: filmpje van Teleac (15 minuten).
Break-evenpunt: video 8 minuten.
Marktvormen: video 15 minuten.
Speltheorie: uitleg.
Wettelijk en natuurlijk monopolie: wikipedia.

Leerdoelen hoofdstuk 6
• Voorbeelden noemen van markten van monopolie.
• Wettelijke en natuurlijke monopolies onderscheiden.
• De kenmerken noemen van de marktvorm monopolie.
• Effecten beschrijven van octrooien (patenten) op het marktgedrag en het marktresultaat.
• De break-evenafzet, de maximale winst en de maximale omzet berekenen met behulp van de prijsafzetfunctie en de kostenfunctie.
• Aantonen op welke wijze een producent streeft naar maximale winst bij een monopolie en dit grafisch onderbouwen.
• Beredeneren dat het streven naar maximale winst als doelstelling van een onderneming niet altijd de meest gewenste doelstelling is.
• Simultane spelen onderscheiden van sequentiële spelen.
• Sequentiële speltheoretische vraagstukken oplossen.
• Met behulp van de speltheorie bepalen of zelfbinding geloofwaardig is.

Kernbegrippen hoofdstuk 6
Monopolie – octrooi (patent) – wettelijk monopolie – natuurlijk monopolie – schaalvoordelen – prijszetter – substituut – simultaan spel – sequentieel spel – beslisboom (spelboom) – zelfbinding.

Begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 6

beslisboom (= spelboom)
Een schema dat de volgorde van beslissen en de verschillende bijbehorende uitkomsten toont.
monopolie
Marktvorm met slechts één aanbieder.
natuurlijk monopolie
De schaalvoordelen zijn zo groot dat er op de markt slechts plaats is voor één aanbieder. Er zijn hoge constante kosten.
octrooi (= patent)
Alleenrecht op het commerciële gebruik van een uitvinding.
patent
Zie octrooi.
prijszetter
Een producent die zelf zijn prijs kan bepalen.
schaalvoordelen
Kostenvoordelen die ontstaan door productie op grote schaal.
sequentieel spel
Een spel waarin de spelers na elkaar beslissen.
simultaan spel
Een spel waarin de spelers tegelijkertijd beslissen.
spelboom
Zie beslisboom.
substituut
Product dat een ander product kan vervangen.
wettelijk monopolie
Een producent heeft door een patent of octrooi het alleenrecht op de productie van een goed of dienst.
zelfbinding
Vooraf uitspreken wat je in een bepaalde situatie zult gaan doen en je daaraan houden.

Extra Oefenopgaven

Dit hoofdstuk heeft enkele extra oefenopgaven. Deze kun je als Word-document downloaden door HIER te klikken.