LWEO

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 4

Overheid en economische groei

Inhoudsopgave hoofdstuk 4

4.1 Overheid en structuur
4.2 Overheid en conjunctuur
4.3 Overheidstekort en overheidsschuld
4.4 Transfer
4.5 Zelftest

Overheid en structuur

Door arbeidsparticipatie te bevorderen en te zorgen voor goed onderwijs en een goed ondernemingsklimaat levert de overheid een bijdrage aan de ontwikkeling van de aanbodfactoren en daarmee aan de productiecapaciteit.

Overheid en conjunctuur

Anticyclisch conjunctuurbeleid
Om de conjunctuurgolven af te vlakken voert de overheid een anticyclisch conjunctuurbeleid. Met dit beleid gaat de overheid tegen de conjunctuurcyclus in. Hierdoor kunnen prijsstabiliteit en een evenwichtige arbeidsmarkt ontstaan. Het stimuleren en afremmen van de economie doet de overheid vooral via het vergroten/verkleinen van de overheidsuitgaven en het verlagen/verhogen van de belastingen.

Als de overheid haar bestedingen verhoogt/belastingtarieven verlaagt kan dat een multipliereffect tot gevolg hebben. De uiteindelijke toename van de productie (inkomen) is een veelvoud van de oorspronkelijke bestedingsimpuls.

Als de overheid bij onderbesteding (laagconjunctuur) de economie stimuleert, verdient zij een gedeelte van haar extra uitgaven terug, omdat door haar stimuleringsbeleid het bbp stijgt en daarmee ook de belastingontvangsten. Dit is het inverdieneffect van extra overheidsuitgaven. Ook vermindering van de sociale uitkeringen kunnen we onder de inverdieneffecten van een stimulering rekenen. Inverdieneffecten doen zich ook voor bij het verlagen van de belastingen.

Als de overheid bij overbesteding (hoogconjunctuur) de economie afremt, leidt dat tot uitverdieneffecten: minder belastingontvangsten en meer sociale uitkeringen. Dat komt doordat een afremmend beleid de bestedingen doet dalen en daarmee de productie en het inkomen.

Problemen bij anticyclisch conjunctuurbeleid
Een probleem van een anticyclisch conjunctuurbeleid is dat het vrij lang duurt voordat het beleid geëffectueerd wordt en de economie in een andere conjunctuurcyclus verzeild kan zijn dan waarop het beleid gericht is. Hierdoor werken de maatregelen niet anticyclisch maar procyclisch.

Het probleem van een juiste timing kan verkleind worden door het bestaan van automatische stabilisatie. Hierdoor is er een stabiliserende invloed op de economie zonder actief overheidsingrijpen.

Sociale uitkeringen en het progressieve belastingstelsel zijn automatische conjunctuur stabilisatoren omdat de conjunctuur zonder actief overheidsingrijpen wordt afgezwakt. Ze werken anticyclisch en dempen de recessie.

Overheidssaldo en overheidsschuld
Tussen overheidstekort (financieringstekort) en staatsschuld (overheidsschuld) bestaat een verband. Als de overheid in een jaar een overheidstekort/financieringstekort heeft, moet ze geld lenen door staatsobligaties uit te geven. De staatsschuld stijgt in een jaar met het bedrag van het financierings­tekort in dat jaar. Naast het overheidstekort/financieringstekort bestaat het begrotingstekort. Het begrotingstekort is het (negatieve) verschil tussen de overheidsinkomsten en de overheidsuitgaven inclusief de aflossing op de staatsschuld. Het begrotingstekort is niet het bedrag waarmee de staatsschuld toeneemt, omdat een deel van het geleende bedrag wordt gebruikt om een deel van de staatsschuld af te lossen.

De staatsschuld uitgedrukt in procenten van het bbp noemen we de overheidsschuldquote of staatsschuldquote. In de Europese unie is afgesproken dat het overheidstekort niet groter mag zijn dan 3% van het bbp en dat de overheidsschuldquote niet groter mag zijn dan 60% van het bbp. Een hoog overheidstekort kan een opdrijvend effect op de rentevoet hebben.
Uitgaven betalen met leningen is een vorm van ruilen over de tijd. De uitgaven worden nu gedaan en de terugbetaling van de lening vindt later in de tijd plaats. Als de overheid de huidige tekorten dekt met leningen, hoeft ze de belastingen nu niet te verhogen, want de rekening wordt doorgeschoven naar toekomstige generaties belastingbetalers. Lenen door de overheid is een vorm van uitgestelde belastingheffing. De rente- en aflossingsverplichtingen worden betaald met toekomstige belastingen. Veel economen vinden daarom dat de lopende uitgaven of structurele uitgaven (vooral overheidsconsumptie, zoals defensie-uitgaven en ambtenarensalarissen) moeten worden gefinancierd met de huidige belastingontvangsten en dat leningen uitsluitend mogen worden gebruikt voor de financiering van incidentele uitgaven, zoals overheidsinvesteringen of tijdelijke steun aan banken.

Links

 

leerdoelen en kernbegrippen

Leerdoelen hoofdstuk 4

• Toelichten hoe de overheid de structurele ontwikkeling kan beïnvloeden.

• Toelichten hoe de overheid conjunctuurbeleid kan voeren.
• Onderscheid maken tussen anticyclisch en procyclisch conjunctuurbeleid.
• Uitleggen dat overheidsbeleid kan leiden tot inverdieneffecten.

• Uitleggen dat overheidsbeleid kan leiden tot uitverdieneffecten.

• De gevolgen van een anticyclisch conjunctuurbeleid voor het overheidstekort in een situatie van hoogconjunctuur en in een situatie van laagconjunctuur uitleggen.
• De belangrijkste automatische (ingebouwde) conjunctuurstabilisatoren noemen.
• De effecten van automatische conjunctuurstabilisatoren voor het verloop van de conjunctuur verklaren.
• Met behulp van de overheidsuitgaven en de overheidsontvangsten het overheidstekort en dus de toename van de staatsschuld berekenen.
• Met voorbeelden toelichten dat de inkomsten en uitgaven van de overheid stroomgrootheden zijn en dat een staatsschuld een voorraadgrootheid is.
• De nadelen uitleggen van hoge overheidstekorten.
• De staatsschuldquote berekenen.
• De schuld van de overheid (staatsschuld) vergelijken met een private schuld.
• Uitleggen dat overheidsuitgaven betalen met leningen een vorm is van ruilen over de tijd.
• Verklaren dat een overheidstekort een vorm van uitgestelde belastingheffing is.
• Voorbeelden geven van structurele uitgaven en incidentele uitgaven en toelichten dat structurele uitgaven worden gedekt door belastinginkomsten en dat incidentele uitgaven worden betaald uit leningen.

Kernbegrippen
Overheidstekort – anticyclisch conjunctuurbeleid – procyclisch – automatische conjunctuurstabilisatoren – overheidssaldo – overheidstekort – overheidsoverschot – inverdieneffecten – uitverdieneffecten – staatsschuld –staatsschuldquote – ruilen over de tijd.

Extra Oefenopgaven

Dit hoofdstuk heeft enkele extra oefenopgaven. Deze kun je als Word-document downloaden door hier te klikken.