LWEO

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 1

Kiezen

Inhoudsopgave hoofdstuk 1
1.1 Elke generatie kiest opnieuw
1.2 Welke kosten tellen mee?
1.3 Het budget, wat koop je ervoor?
1.4.1 Een economisch spel
1.4.2 Het gevangenendilemma
1.4.3 Tit-for-tat
1.4.4 Bindende afspraken
1.5 Transfer
1.6 Zelftest

Consumeren en produceren
Consumeren is het aanschaffen van producten door de eindgebruiker, investeren is het aanschaffen van kapitaalgoederen door een particulier bedrijf of door de overheid.
Een product is schaars als er een offer of inspanning moet worden geleverd om het te verwerven.

Opofferingskosten
Opofferingskosten (alternatieve kosten) zijn de gederfde opbrengsten van het beste, niet gekozen, alternatief. Een voorbeeld.
Ilse kan kiezen tussen een avondje bioscoop en het wassen van de auto van haar moeder. Een bioscoopkaartje kost Ilse € 9 en het wassen van de auto van haar moeder levert haar € 10 op. Beide activiteiten vindt Ilse heel leuk. Als zij kiest voor de bioscoop zijn de opofferingskosten € 10 en de totale kosten € 9 + € 10 = € 19.
Maar stel nu dat Ilse het wassen van de auto niet zo leuk vindt en niet bereid is dit te doen voor minder dan € 8. De opofferingskosten voor het bioscoopbezoek zijn dan € 10 – € 8 = € 2 en de totale kosten bedragen in dat geval € 9 + € 2 = € 11. De opofferingskosten zijn in dit laatste geval gelijk aan het (werknemers-)surplus of de netto opbrengst van het auto wassen.

Budgetlijn
Een budgetlijn geeft de verschillende combinaties van twee bestedingsmogelijkheden bij een bepaald budget. In onderstaande grafiek wordt dit toegepast op inkomen en vrije tijd. Om drie uur minder per dag te werken moet je € 60 opofferen. De opofferingskosten van 1 uur meer vrije tijd zijn dus € 20. Er ontstaat hierbij een keuzeprobleem. Meer vrije tijd betekent minder werken en minder werken betekent minder inkomen. Niet alleen inkomen draagt bij aan de welvaart, ook vrije tijd draagt daaraan bij.

Koopkracht
Koopkracht is geld uitgedrukt in goederen (reële waarde van het geld). Als het budget van Nico met 20% stijgt en de prijzen van cola en chips stijgen beiden met 8% is de koopkracht van Nico toegenomen met (120/108) × 100% – 100% = 11,1%.
Speltheorie
Bij de speltheorie wordt voorondersteld dat:
– Beslissingen van de ene partij invloed hebben op de beslissingen van de andere partij.
– Spelers rationeel handelen.
– De informatie symmetrisch is.
– De uitbetalingsmatrix geeft de te verwachten opbrengsten weer bij een bepaalde strategie.
– Er sprake is van evenwicht indien de uitkomst van het spel voorspeld kan worden. Twee dominante strategieën betekent een evenwicht in dominante strategieën.
Gevangendilemma
Voor een voorbeeld, ga naar http://www.youtube.com/watch?v=p3Uos2fzIJ0
De uitbetalingsmatrix ziet er in dit geval als volgt uit:

Man
split steal
Vrouw split 50.000 : 50.000 0 : 100.000
steal 100.000 : 0 0 : 0

De dominante strategie is steal! De vrouw volgt die strategie, de man echter niet. Zouden zij beiden zonder vooraf te overleggen een rationele keuze maken, dan zouden ze beiden kiezen voor steal. Het resultaat zou dan voor beiden nul zijn. Zoals ook in dit filmpje is te zien, zou het maken van een afspraak kunnen leiden tot een beter resultaat, maar als je elkaar niet vertrouwt blijft de prikkel heel sterk om voor eigen belang te kiezen en dus niet-coöperatief te zijn.
Tit for tat (lik op stuk)
Indien het spel meerdere keren wordt herhaald, zal dat invloed hebben op de strategie (keuze) van de spelers. Een speler kan dan kiezen voor een coöperatieve strategie en afhankelijk van de keuze van de ander (wel of niet samenwerken) hierop reageren. Als de ander ook kiest voor samenwerken zal de eerste speler dit in een volgende ronde herhalen. Kiest de tegenspeler voor een niet-coöperatieve houding, dan zal de andere speler dit beantwoorden met .een niet-coöperatieve strategie.
Bindende afspraken
Door het maken van bindende afspraken, afspraken waarbij het niet nakomen ervan bijvoorbeeld bestraft wordt, kan coöperatief gedrag afgedwongen worden.
Free-rider of meeliftersgedrag
Meelifters profiteren (maken misbruik) van de inzet van anderen terwijl ze er zelf niets voor terugdoen/geven.

Links
Keuzes en opofferingskosten: powerpoint.
Schaarste en kiezen (15 min) NTR.
Gevangenendilemma: “Arrested for the murder of a fictitious coworker, Dilbert and colleagues face interrogation by the police. Dilbert announces that his knowledge of the prisoner’s dilemma will save him…” You tube.
Extra uitleg budgetlijn.
Budgetlijn: videoclip.
Gevangenen dilemma: videoclip uit de film Nash.
Duopolie experiment: het gevangenendilemma (speel mee en ontdek de strategie van de tegenstander): website.
Tit for tat: videofilm met Laurel en Hardy, 20 min.

Leerdoelen hoofdstuk 1
• Uitleggen wat opofferingskosten zijn.
• Een budgetvergelijking opstellen en de gevolgen analyseren van veranderingen in het budget en de prijzen.
• Een budgetlijn tekenen en interpreteren.
• De kosten van verschillende alternatieven met elkaar vergelijken.
• Dominante en gedomineerde strategieën in een resultatenmatrix bepalen.
• Het evenwicht in dominante strategieën bepalen in een resultatenmatrix en beredeneren waarom spelers niet van het evenwicht afwijken.
• Situaties met een gevangenendilemma herkennen.
• Verklaren waarom de spelers in een gevangenendilemma kiezen voor een niet-coöperatieve strategie.
• Beredeneren waarom de spelers in een gevangenendilemma dat wordt herhaald zich coöperatief zullen opstellen met een tit-for-tatstrategie.
• Aantonen dat een bindende afspraak van invloed kan zijn op het gedrag in een gevangenendilemma.
• Een situatie met meeliftersgedrag herkennen.

Kernbegrippen
consumptie, investeren, schaars, opofferingskosten, budget, budgetvergelijking, budgetlijn, nominaal, koopkracht, coöperatief spel, niet – coöperatief spel, resultatenmatrix, dominante strategie, gedomineerde strategie, tit-for-tat, bindend, meeliftersgedrag (free-ridergedrag)

Begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 1

bindende afspraak
Een afspraak waar je (juridisch) niet van af kunt/niet onderuit kunt.
budget
Meestal: het geldbedrag dat je kunt besteden. Kan ook in een andere context voorkomen, bijvoorbeeld het aantal uren dat je kunt besteden.
budgetlijn
Een budgetlijn geeft verschillende combinaties van twee bestedingsmogelijkheden aan bij een bepaald budget.
budgetvergelijking
De formule die de mogelijke combinaties laat zien die je met een budget hebt.
consumptie
Aanschaffen van producten door de eindgebruiker.
coöperatief spel
Spel waarbij spelers samenwerken.
dominante strategie
De strategie die het meest oplevert, ongeacht de strategie van de ander.
gedomineerde strategie
De strategie die in alle gevallen het minst oplevert.
investeren
Het kopen van (kapitaal)goederen door een onderneming: het kopen van goederen en diensten om er verder mee te produceren.
koopkracht van het inkomen
De hoeveelheid goederen en diensten die je met je inkomen kunt kopen.
meeliftersgedrag (= free-ridergedrag)
Gratis profiteren van de inspanningen van anderen.
niet-coöperatief spel
Spel waarbij spelers niet samenwerken, maar elkaar beconcurreren.
nominaal
In geld uitgedrukt.
opofferingskosten
De gederfde opbrengsten van het beste, niet gekozen, alternatief.
resultatenmatrix
(= opbrengstmatrix)
Een tabel waarin de opbrengst van elke strategie is weergegeven.
schaars
Een product is schaars als er een offer of inspanning moet worden geleverd om het te maken.
tit-for-tatstrategie
Een strategie waarin de ene speler precies hetzelfde doet als de andere speler.

Extra Oefenopgaven

Dit hoofdstuk heeft enkele extra oefenopgaven. Deze kun je als Word-document downloaden door HIER te klikken.