LWEO

Hoofdstuk 6

Hoofdstuk 6

De oude dag

Inhoudsopgave hoofdstuk 6
6.1 De AOW
6.2 Aanvullend bedrijfspensioen
6.3 Vrij sparen voor de oude dag
6.4 Ouderenzorg
6.5 Transfer
6.6 Zelftest

AOW
Alle mensen van 65 jaar en ouder ontvangen een AOW-uitkering op bestaansminimum. De rechten voor de AOW-uitkering worden opgebouwd vanaf 15 tot 65 jaar: twee procent per jaar dat iemand in Nederland woont. Het sociaal minimum is vastgesteld op 70% van het minimumloon. Voor gehuwden of samenwonenden is de AOW-uitkering 100% van het minimumloon.
Omslagstelsel en kapitaaldekkingsstelsel
De AOW is gebaseerd op het omslagstelsel. De premies die nodig zijn om de uitkeringen in een bepaald jaar te betalen worden omgeslagen over de personen die in dat jaar een inkomen verdienen.
Het bedrijfspensioen is gebaseerd op het kapitaaldekkingsstelsel. Iedereen die een inkomen heeft, is gedwongen een premie te betalen om op zijn oude dag verzekerd te zijn van een inkomen. Het bedrijfspensioen is een aanvulling op de AOW-uitkering. Zodoende krijgt een 65-plusser een uitkering die gelijk is aan 80% van het gemiddeld verdiende loon.
Waardevast en welvaartsvast
Een uitkering is waardevast als de koopkracht van de uitkering gelijk bliijft. Dit wordt bereikt door de uitkering even hard te laten stijgen al s het gemiddelde prijsniveau, de inflatie. Waardevaste uitkeringen zijn in Nederland gekoppeld aan de consumentenprijsindex (CPI).
Een uitkering is welvaartsvast als de jaarlijkse stijging van de uitkering even groot is als de gemiddelde jaarlijkse loonstijging bij de bedrijven.
Dekkingsgraad
De pensioenfondsen ontvangen premiegelden die worden belegd in onder andere aandelen, obligaties en onroerend goed. Aandelen zijn bewijzen van mede-eigendom in een onderneming, obligaties zijn schuldbewijzen met een vaste looptijd en een vaste rente.
De dekkingsgraad = vermogen/contant gemaakte uitkeringen x 100%.
Bij een dekkingsgraad van 100% is het vermogen net genoeg om alle uitkeringen te kunnen betalen. De overheid verlangt een dekkingsgraad van 105%.

Links
Het grijze goud (Tegenlicht in de klas): schooltv 15 min.
De kosten van vergrijzing worden overdreven: volkskrant artikel.
Waardevast en welvaartsvast: video You Tube 3.30 min.
Omslagstelsel en kapitaaldekkingsstelsel: video 8.30 minuten.
Zorg een zorg: hilarisch filmpje 1 minuut.

Leerdoelen hoofdstuk 6
• Uitleggen hoe het sociaal minimum wordt bepaald.
• Berekeningen uitvoeren met de hoogte van de AOW-uitkering.
• Het verschil uitleggen tussen een kapitaaldekkingsstelsel en een omslagstelsel en er berekeningen mee uitvoeren.
• Dilemma’s beschrijven bij de keuze tussen pensioenvoorzieningen op basis van het omslagstelsel en het kapitaaldekkingsstelsel.
• Het verschil uitleggen tussen de begrippen waardevast en welvaartsvast en er berekeningen mee uitvoeren.
• Kunnen uitleggen dat er bij het opbouwen van een bedrijfspensioen sprake is van ruilen over de tijd.
• Beschrijven wanneer er een beroep gedaan kan worden op de Wlz en welke keuze iemand dan heeft.

Kernbegrippen hoofdstuk 6
kapitaaldekkingsstelsel – omslagstelsel – premie-inkomensgrens – waardevaste uitkering – welvaartsvaste uitkering – gedwongen besparing – ruilen over de tijd.

Begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 6

dekkingsgraad
De verhouding uit tussen het vermogen van het pensioenfonds en de pensioenverplichtingen.
gedwongen besparing
Verplicht geld sparen voor bijvoorbeeld je pensioen. Dit gebeurt door het inhouden van premie op het loon.
kapitaaldekkingsstelsel
Een financieringsstelsel waarbij uit individuele premiebetaling vermogen wordt gevormd voor de betaling van uitkeringen in de toekomst.
omslagstelsel
Een financieringsstelsel waarbij ontvangen (sociale) premies in een jaar worden gebruikt om uitkeringen in dat jaar te betalen.
premie-inkomensgrens
Het maximale inkomen waarover de premie voor de volksverzekeringen betaald moeten worden.
ruilen over de tijd
(= intertemporele ruil) Geld verdienen en geld uitgeven gebeuren in verschillende periodes.
waardevaste uitkering
Uitkeringen zijn waardevast als ze met hetzelfde percentage stijgen als het inflatiepercentage.
welvaartsvaste uitkering
Uitkeringen zijn welvaartsvast als ze met hetzelfde percentage stijgen als de gemiddelde stijging van de cao-lonen.

Extra Oefenopgaven

Dit hoofdstuk heeft enkele extra oefenopgaven. Deze kun je als Word-document downloaden door HIER te klikken.