LWEO

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 2

Ruiltransacties en welvaart

Inhoudsopgave hoofdstuk 2
2.1 De welvaartstheorie
2.2 Ruilen is geen huilen
2.3 Prijsveranderingen en surplussen
2.4 De vraag en het consumentensurplus
2.5 Het aanbod en het producentensurplus
2.6 Het surplus bij marktevenwicht
2.7 Surplus op de arbeidsmarkt
2.8 Transfer
2.9 Zelftest

Welvaartstheorie
De welvaartstheorie gaat er vanuit dat de welvaart kan toenemen door ruiltransacties. Door de totstandkoming van een ruiltransactie kunnen consument en producent een surplus realiseren en dat vergroot de welvaart. De totale welvaart is Pareto-efficiënt of Pareto-optimaal als de welvaart van één persoon niet kan toenemen zonder dat de welvaart van iemand anders afneemt.
Ans en Bob bereiken samen een welvaart van maximaal 50.
Figuur: Pareto-efficiënt

In de figuur zijn X en Y Pareto-efficiënt, C is niet Pareto-efficiënt.
Het Pareto-criterium doet geen uitspraak over de wenselijkheid of rechtvaardigheid van een verdeling.
Kritiek op de welvaartstheorie is dat zijn geen rekening houdt met activiteiten in de informele sfeer en geen rekening houdt met externe effecten.

Consumentensurplus en producentensurplus
Het individuele consumentensurplus is het verschil tussen de betalingsbereidheid (baten) van de consument en de prijs (kosten) die hij moet betalen. Het consumentensurplus van alle kopers bij elkaar is het totale consumentensurplus.
Het individuele producentensurplus is het verschil tussen de prijs en de leveringsbereidheid (marginale kosten) van de producent. Het producentensurplus van alle producenten bij elkaar is het totale producentensurplus. Het totale surplus (= welvaartswinst) is de som van consumentensurplus en producentensurplus.

Vraaglijn en aanbodlijn
De vraaglijn geeft de betalingsbereidheid van de consumenten weer. De aanbodlijn geeft de leveringsbereidheid van de producenten weer. Een producent zal zijn product niet aanbieden beneden de marginale kosten. De marginale kostenlijn geeft aan hoeveel een producent aanbiedt bij een bepaalde prijs. Conclusie, bij volledige mededinging valt de marginale kostenlijn samen met de aanbodlijn.

Surplus bij evenwicht
Volgens welvaartseconomen is op een markt van volledige mededinging het totale surplus en dus de totale welvaart maximaal bij marktevenwicht. Er is geen combinatie van prijs en hoeveelheid te bedenken die een groter surplus oplevert. In die situatie worden de productiefactoren die bedrijven gebruiken het meest efficiënt aangewend of gealloceerd.

De ideale arbeidsmarkt in theorie
Hoewel de arbeidsmarkt niet alle kenmerken van volledige mededinging heeft, wordt in de economische theorie deze markt vaak opgevat als een markt van volkomen concurrentie. Vraag en aanbod bepalen de prijs (loon) en de hoeveelheid (werkgelegenheid). De veronderstelling is dan dat arbeid homogeen is en de arbeidsmarkt transparant. Dat is bij benadering waar voor deelmarkten binnen de arbeidsmarkt, zoals de markt van ongeschoolde arbeid of de markt voor leerkrachten in het basis¬onderwijs.

De lijn van het aanbod van arbeid geeft een beeld van de leveringsbereidheid van de werknemer. Naarmate het loon hoger is, zullen meer mensen bereid zijn arbeidskracht te leveren.
De lijn van de vraag naar arbeid is een weergave van de betalingsbereidheid van de werkgever. Naarmate het loon hoger is, zullen werkgevers minder bereid zijn werknemers in dienst te nemen, omdat de productiviteit van de werknemer dan lager kan zijn dan het loon.
Zolang de gevraagde hoeveelheid arbeid afwijkt van de aangeboden hoeveelheid arbeid zal het loon zich aanpassen. Dit aanpassingsproces, ook wel het prijs- of marktmechanisme genoemd, zorgt ervoor dat vraag en aanbod op de arbeidsmarkt aan elkaar gelijk worden.
Grafisch gezien vindt er zowel langs (over) de vraaglijn als langs (over) de aanbodlijn een verschuiving plaats.
We hebben tot nu toe verondersteld dat vraag naar arbeid en aanbod van arbeid alleen afhankelijk zijn van de hoogte van het loon. In werkelijkheid zijn er ook andere factoren die vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beïnvloeden. Als deze factoren veranderen, verschuift de vraaglijn of de aanbodlijn naar links of naar rechts.
Surplussen op de arbeidsmarkt
Het verschil tussen het evenwichtsloon en het minimale loon waartegen iemand bereid is arbeid te leveren noemen het werknemerssurplus. De welvaart van de werknemer stijgt met het surplusbedrag. Het verschil tussen de betalingsbereidheid van de werkgever en het evenwichtsloon noemen we het werkgeverssurplus. Door transacties af te sluiten op de arbeidsmarkt kunnen werkgevers en werknemers een surplus verwerven en hun welvaart vergroten. Bij het evenwichtsloon is de welvaartswinst maximaal. We noemen dit Pareto-efficiënt evenwicht. De welvaartswinst kan niet worden vergroot door een ander uurloon dan het evenwichtsloon te kiezen.
Als de arbeidsmarkt een markt van volledige mededinging zou zijn, komt onvrijwillige werkloosheid niet voor. Iemand die bij het evenwichtsloon geen baan heeft, heeft een te hoge leveringsbereidheid. Hij kiest ervoor vrijwillig werkloos te zijn.

Links:
Vraag en aanbod: videofilmpje (9 min)
Collectieve vraagcurve en consumentensurplus: videofilmpje (13 minuten)
Consumenten- en producentensurplus: videofilmpje (13 minuten)
Loonvorming bij volkomen concurrentie: uitleg.
De arbeidsmarkt gesneltekend: videoclip 2 minuten.
Flexibiliteit op de arbeidsmarkt: videofilm 6 minuten.

Leerdoelen hoofdstuk 2
• Met een kosten-batenanalyse uitleggen wat het effect van een ruiltransactie is op de welvaart.
• Uitleggen wanneer er sprake is van een Pareto-efficiënte situatie.
• Kritiek op de welvaartstheorie beschrijven.
•Met behulp van het begrip betalingsbereidheid het consumentensurplus bepalen bij een ruiltransactie.
• Het consumentensurplus in een grafiek met een vraaglijn en aanbodlijn aangeven.
• Met behulp van het begrip leveringsbereidheid het producentensurplus bepalen bij een ruiltransactie.
• Met voorbeelden uitleggen op welke wijze producenten streven naar een maximaal producentensurplus.
• Het producentensurplus in een grafiek met een vraaglijn en aanbodlijn aangeven.
• De invloed van prijsveranderingen op het consumentensurplus en producentensurplus bepalen.
• Het verband uitleggen tussen de betalingsbereidheid en de vraagfunctie.
• De verbanden uitleggen tussen leveringsbereidheid, marginale kosten en aanbodfunctie.
• In een grafiek veranderingen arceren van het consumentensurplus en het producentensurplus als gevolg van prijswijzigingen.
• Veranderingen in het surplus als gevolg van prijswijzigingen analyseren.
• Verklaren dat de som van het consumentensurplus en het producentensurplus de maatstaf is om maatschappelijke welvaart te meten.
• Uitleggen dat als het consumentensurplus en het producentensurplus maximaal is er sprake is van een Pareto-efficiënte situatie.
• Aantonen dat marktevenwicht bij volledige mededinging voldoet aan het criterium van Pareto.
• De arbeidsmarkt analyseren met behulp van de welvaartstheorie.

Kernbegrippen hoofdstuk 2
Betalingsbereidheid – kosten – baten – Pareto-efficiënt (Pareto-optimaal) – individuele consumentensurplus – leveringsbereidheid – individuele producentensurplus – totale consumentensurplus – totale producentensurplus – marktevenwicht – evenwichtsprijs – evenwichtshoeveelheid – totale surplus – werknemerssurplus – werkgeverssurplus.

Begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 2

baten
De mate van behoeftebevrediging.
betalingsbereidheid
Het maximale bedrag dat je voor iets wilt betalen.
evenwichtshoeveelheid
Het aantal producten dat bij de evenwichtsprijs wordt aangeboden en wordt gevraagd. De gevraagde hoeveelheid is dan gelijk aan de aangeboden hoeveelheid.
evenwichtsloon
De hoogte van het loon waarbij de vraag naar arbeid gelijk is aan het aanbod van arbeid.
evenwichtsprijs
De prijs die tot stand komt op een markt als vraag en aanbod aan elkaar gelijk zijn.
individuele consumentensurplus
Het bedrag dat de consument aan voordeel heeft omdat hij minder voor een goed hoeft te betalen dan hij maximaal wil betalen.
individuele producentensurplus
Het bedrag dat de producent aan voordeel heeft, omdat hij op de markt meer ontvangt voor zijn product dan waarvoor hij het minimaal wil verkopen.
kosten
De waarde van de opgeofferde schaarse middelen.
leveringsbereidheid
De bereidheid van de aanbieder om bij een bepaalde prijs een bepaalde hoeveelheid te leveren.
marktevenwicht
De situatie waarbij vraag en aanbod aan elkaar gelijk zijn. Er komt één prijs tot stand, de evenwichtsprijs.
Pareto-efficiënt
De welvaart van één persoon kan niet toenemen zonder dat de welvaart van iemand anders afneemt.
totale consumentensurplus
Het consumentensurplus van alle kopers samen.
totale producentensurplus
Het producentensurplus van alle aanbieders samen.
totale surplus
De som van het consumentensurplus en het producentensurplus.
werkgeverssurplus
Het voordeel dat vragers naar arbeid (werkgevers) hebben als ze niet zoveel loon hoeven te betalen als ze bereid waren te doen (welvaartverhogend.
werknemerssurplus
Het voordeel dat aanbieders van arbeid hebben, als ze meer loon krijgen dan het loon dat voor hen voldoende was geweest.

Extra Oefenopgaven

Dit hoofdstuk heeft enkele extra oefenopgaven. Deze kun je als Word-document downloaden door HIER te klikken.