LWEO

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 5

Marktfalen

Inhoudsopgave hoofdstuk 5
5.1 Collectieve goederen en marktfalen
5.2 Externe effecten en marktfalen
5.2.1 Externe effecten
5.2.2 Maatschappelijke welvaart
5.2.3 Het internaliseren van externe effecten
5.3 Transfer
5.4 Zelftest

Markten functioneren niet altijd goed. Bij onvolledige mededinging wordt het optimum van Pareto niet bereikt en is er sprake van marktfalen. Bij collectieve goederen als veiligheid en bescherming tegen water laat de markt het afweten. Ook faalt de markt als het milieu wordt aangetast of als externe effecten niet doorberekend worden in de prijzen. Als de markt faalt, moet de overheid ingrijpen.

Collectieve goederen en marktfalen
Verschillen tussen collectieve goederen en individuele goederen:
– Bij collectieve goederen is het onmogelijk vragers uit te sluiten van het gebruik van het goed. Denk aan strooizout. Bij individuele goederen is uitsluiten wel mogelijk.
– Bij collectieve goederen rivaliseert de vraag van de een niet met de vraag van de anderen. Het gebruik van het goed door de ene consument gaat niet ten koste van een andere consument. Bij individuele goederen is dat wel het geval.
Omdat van collectieve goederen niemand kan uitgesloten worden, is het voor particuliere bedrijven onaantrekkelijk om dit product aan te bieden. Ze kunnen aan de individuele gebruiker geen prijs vragen.

Collectieve goederen en overheid
Collectieve goederen voorzien in een behoefte, maar worden niet via de markt geleverd. De markt faalt in dit geval. De vragers naar een collectief goed hebben als ze hun eigen belang nastreven te maken met een gevangenendilemma. Het is financieel aantrekkelijk om niet bij te dragen aan de totstandkoming van het collectieve goed. Toch hebben ze er belang bij dat het goed er komt. Het dilemma kan worden opgelost als de vragers samenwerken door een bindend contract aan te gaan. Om tot samenwerking te komen, is meestal dwang van de overheid nodig (belastingen). Toch is overheidsdwang niet altijd nodig om te komen tot samenwerking. Ook normen en waarden kunnen leiden tot een coöperatieve opstelling van de burgers.

Externe effecten en marktfalen
Als het handelen van iemand invloed heeft op de welvaart van anderen spreken we van een extern effect. Externe effecten kunnen zich voordoen zowel bij consumptie als bij productie en externe effecten kunnen negatief of positief zijn. Negatieve externe effecten worden ook wel externe kosten genoemd en positieve externe effecten worden externe baten genoemd.
Ook meeliftersgedrag kan gepaard gaan met externe effecten. Door belastingen te ontduiken worden anderen opgezadeld met een hogere belasting. Dit is een negatief extern effect van het meeliftersgedrag.

Maatschappelijke welvaart
Marktprijzen zijn gebaseerd op private kosten en baten. Als er zich externe effecten voordoen, is de marktuitkomst niet Pareto-efficiënt. Omdat de vrije markt niet in staat is externe kosten en baten op te nemen in de prijs, faalt de markt.
De maatschappelijke prijs is gebaseerd op de maatschappelijke kosten en maatschappelijke baten. De maatschappelijke kosten zijn een optelling van de private kosten en externe kosten. De maatschappelijke baten bestaan uit private baten en externe baten.

Internaliseren van externe effecten
Het opnemen van externe effecten in de prijs noemen we het internaliseren van externe effecten. Als externe effecten volledig zijn geïnternaliseerd, faalt de markt niet langer en is er een Pareto-efficiënte situatie. Door rekening te houden met de externe kosten, d.w.z. het opnemen van die kosten in de prijs van het product, verdwijnen de externe kosten niet helemaal, maar worden ze beperkt. Blijkbaar nemen we een deel van de externe kosten op de koop toe, zolang de welvaartswinst maar groter is dan het welvaartsverlies als gevolg van externe effecten.

Coase
Externe effecten zijn het gevolg van een ontbrekende markt. Als deze markt alsnog ontstaat, kan het marktmechanisme tot een efficiënte oplossing leiden (denk aan emissierechten). De transactiekosten moeten dan niet te hoog zijn en bovendien moeten de eigendomsrechten helder zijn.
Onderhandelen en het opstellen van een contract biedt de mogelijkheid om te komen tot een efficiënte oplossing. Het risico dat een partij zich niet gebonden voelt aan een contract, het zogenaamde bindingsprobleem, kan voorkomen worden door het opstellen van een schriftelijk contract.

Heffingen, verbieden of beperken
Een andere manier om bijvoorbeeld vervuiling tegen te gaan, is het opleggen van een heffing op vervuiling. Als de heffingen juist zijn vastgesteld, ontstaat een prijs waarin de externe kosten volledig zijn geïnternaliseerd.
Als onderlinge afspraken of heffingen niet mogelijk zijn, moet de overheid anders te werk gaan, De meest radicale manier is het verbieden van het gebruik of het verbieden van de productie van goederen met negatieve externe effecten: denk aan Cfk’s en asbest.

Links
Welvaartseffecten van het internaliseren van externe effecten: rapport.
Praktisch advies van overheid over uw rechten als consument: website.
Collectieve goederen en externe effecten: lesmateriaal SLO.
Keurmerkinstituut: website.
Autoriteit Consument & Markt (vroeger NMa): website.
Autoriteit Financiële Markten: website.

Leerdoelen hoofdstuk 5
• Goederen indelen in individuele en collectieve goederen.
• Met behulp van het gevangenendilemma de problemen analyseren bij de productie van collectieve goederen.
• Met een voorbeeld uitleggen waarom er bij collectieve goederen sprake kan zijn van het gevangenendilemma.
• Uitleggen dat normen en waarden invloed kunnen hebben op de uitkomst van een gevangenendilemma.
• Uitleggen dat zelfbinding invloed kan hebben op de uitkomst van een gevangenendilemma en daarbij de rol van de geloofwaardigheid en de reputatie betrekken.
• Uitleggen wanneer er sprake is van positieve en negatieve externe effecten.
• Grafisch de invloed analyseren van het optreden van externe effecten op de welvaart.
• Uitleggen dat meeliftgedrag kan worden gezien als een extern effect.
• Met behulp van de begrippen private en externe kosten het marktfalen analyseren als er zich externe effecten voordoen.
• De verschillende manieren onderscheiden waarop externe effecten kunnen worden geïnternaliseerd.
• De betekenis analyseren van het bindingsprobleem bij het afsluiten van contracten.
• De betekenis van eigendom analyseren bij de totstandkoming van contracten.
• Analyseren hoe heffingen kunnen worden ingezet als instrument van internalisering.

Kernbegrippen hoofdstuk 5
Marktfalen – individuele goederen – collectieve goederen – zelfbinding – negatieve externe effecten (externe kosten) – positieve externe effecten (externe baten) – private kosten en baten – maatschappelijke prijs – maatschappelijke kosten – maatschappelijke baten – internaliseren van externe effecten – bindingsprobleem.

Begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 5

bindingsprobleem
Het risico dat een partij zich niet gebonden voelt aan een contract.
collectieve goederen
Goederen waar wel behoefte aan is, maar die niet door de markt worden geleverd, omdat het onmogelijk is gebruikers die niet betalen uit te sluiten van het gebruik van het product. Daarnaast zijn collectieve goederen niet-rivaliserende goederen, dat wil zeggen dat de consumptie van de ene gebruiker niet ten koste gaat van de consumptie van de andere gebruiker. Bijvoorbeeld dijken.
individuele goederen
Goederen die via een markt verhandeld worden.
internaliseren van externe effecten
Het opnemen van externe effecten in de prijs van het product.
maatschappelijke baten
Private baten plus de externe baten van een product.
maatschappelijke kosten
Kosten die de samenleving moet opbrengen, bijvoorbeeld door luchtvervuiling, roken, afval na de markt enz. De optelsom van de private kosten en de externe kosten van een product.
maatschappelijke prijs
Prijs waarbij de maatschappelijke kosten en de maatschappelijke baten aan elkaar gelijk zijn.
marktfalen
De vrije marktwerking wordt verstoord. Op de markt komt geen optimale situatie tot stand. (niet Pareto-efficiënt).
negatieve externe effecten
(= externe kosten) Gevolgen van productie en/of consumptie die slecht zijn voor de welvaart van anderen en die niet verrekend zijn in de prijs van het product.
positieve externe effecten
(= externe baten) Gevolgen van productie en/of consumptie die positief zijn voor de welvaart van anderen en die niet verrekend zijn in de prijs van het product.
private kosten en baten
De werkelijke uitgaven en opbrengsten voor de producent.
zelfbinding
Bij marktpartijen: Openlijk deelname uitspreken met als doel anderen tot samenwerking te bewegen.

Extra Oefenopgaven

Dit hoofdstuk heeft enkele extra oefenopgaven. Deze kun je als Word-document downloaden door HIER te klikken.