LWEO

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 3

Europese Integratie

Hoofdstuk 3 Europese integratie

Inhoudsopgave hoofdstuk 3
3.1 De Europese Unie (EU)
3.2 De Europese integratie
3.3 Transfer
3.4 Zelftest

3.1 De Europese Unie (EU)
1952: EGKS (Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal) met als doel vrij verkeer van kolen en staal binnen de zes deelnemende landen.
1958: EEG (Europese Economische Gemeenschap) met als doel het opheffen van de onderlinge handelsbelemmeringen.
1968: EG (Europese Gemeenschap): douane-unie met een gemeenschappelijk buitentarief.
1993: EU (Europese Unie)
1999: EMU (Europese Monetaire Unie) met een gemeenschappelijke munt de euro.

3.2 De Europese integratie
De basis voor de economische integratie is gevormd door het tot stand brengen van de interne markt met vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal. De EU voert een gemeenschappelijk beleid met als doel de Europese integratie verder vorm te geven.
De inkomsten van de EU bestaan voornamelijk uit contributies van de lidstaten. De hoogte van de contributie is gekoppeld aan de totale btw-ontvangsten en de hoogte van het bbp. Naast contributies ontvangt de EU ook opbrengsten uit invoerheffingen. In 2012 is de EU-begroting € 130 miljard, dat is 1 procent van het totale bbp van de EU.

Enkele beleidsterreinen van de EU
Gemeenschappelijk landbouwbeleid
Het gemeenschappelijk landbouwbeleid is gericht op het produceren van voldoende voedsel voor de bevolking, het realiseren van een redelijk inkomen voor de boeren en het realiseren van redelijke prijzen voor de burgers.
Mededingingsbeleid
Het mededingingsbeleid is gericht op het bevorderen van de concurrentie tussen bedrijven op de interne markt. Harmonisatie van de vennootschapsbelasting en de voorschriften en normen op het milieugebied zijn daarvoor noodzakelijk.
Milieubeleid
Omdat de milieuproblematiek grensoverschrijdend is, is een gemeenschappelijke Europese aanpak noodzakelijk. De Europese Commissie ziet erop toe dat de afspraken nagekomen worden en kan bij niet nakomen een sanctie opleggen.
Structuurbeleid (of cohesiebeleid)
De EU wil de welvaartsverschillen tussen de lidstaten verkleinen. Als die verschillen kleiner worden is er sprake van convergentie (dichter naar elkaar toegroeien). Landen en regio’s met een economische achterstand krijgen steun uit het structuurfonds bij het ontwikkelen van bedrijvigheid, het opleiden van werknemers, het aanleggen van infrastructuur en het opruimen van milieuvervuiling.

Links
De monetaire unie: schooltv 15 minuten.

Begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 3

convergentie
Hier: Het verkleinen van de welvaartsverschillen.
Ook: Het verschijnsel dat landen economisch naar elkaar toe groeien.
harmonisatie
Het op elkaar afstemmen van bijvoorbeeld belastingtarieven en overheidsregels.
interne markt
Een vorm van economische integratie, waarbij er tussen de landen vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal is.