LWEO

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 4

Betalingsbalans en wisselkoers

Hoofdstuk 4. Betalingsbalans en wisselkoers

Inhoudsopgave hoofdstuk 4
4.1 De betalingsbalans
4.2 Verband lopende rekening en kapitaalrekening
4.3 Valutamarkt en wisselkoers
4.3.1 Waarom veranderen wisselkoersen
4.3.2 De valutamarkt grafisch
4.4 Wisselkoers, internationale handel, werkgelegenheid en inflatie
4.5 Wisselkoerssystemen en wisselkoersbeleid
4.5.1 Flexibele wisselkoersen
4.5.2 Beperkt zwevende wisselkoersen
4.5.3 Rentebeleid
4.5.4 Vaste wisselkoersen
4.6 Geloofwaardige wisselkoersafspraken
4.7 Zelftest

4.1 De betalingsbalans
De betalingsbalans is een systematisch overzicht van ontvangsten van het buitenland en de uitgaven aan het buitenland in een bepaalde periode. De betalingsbalans gaat meestal over een land, maar soms ook over een groep landen, zoals het eurogebied.

De geldstromen met het buitenland worden verdeeld over:
– de lopende rekening: hier staan geldstromen die van invloed zijn op het nationaal inkomen
– de kapitaalrekening: hier staan geldstromen – kapitaalimport en kapitaalexport – die geen directe invloed hebben op het nationaal inkomen.

De lopende rekening
Op de lopende rekening van de betalingsbalans wordt de waarde van de internationale handel in goederen en diensten en de internationale overboekingen van inkomens van een land (of landengroep) geregistreerd. Het zijn geldstromen. Elke inkomende geldstroom is een ontvangst en elke uitgaande geldstroom een uitgave op de betalingsbalans. Als de ontvangsten groter zijn dan de uitgaven spreken we van een overschot op de lopende rekening. Zijn de ontvangsten kleiner dan de uitgaven dan is er een tekort op de lopende rekening.

De kapitaalrekening
Op de kapitaalrekening van de betalingsbalans worden internationale investeringen, leningen en beleggingen geboekt. Deze kapitaalexport van het eurogebied wordt geboekt aan de uitgavenkant van de kapitaalrekening. Als de ontvangsten groter zijn dan de uitgaven is er een overschot op de kapitaalrekening, als de ontvangsten kleiner zijn, is er een tekort.

De lopende rekening en de kapitaalrekening vormen samen de betalingsbalans.
Het saldo van de totale betalingsbalans noemen we het materieel saldo.
Een betaling aan het buitenland betekent dat de voorraad internationale betaalmiddelen van de ECB (deviezenvoorraad of valutareserve) afneemt. Betalingen van het buitenland aan het eurogebied leiden tot een toename van de valutareserve van de ECB. Een materieel overschot op de betalingsbalans betekent dat de totale ontvangsten uit het buitenland groter zijn dan de totale uitgaven aan het buitenland, zodat de valutareserve per saldo toeneemt.

Betalingsbalans
Ontvangsten × € 1.000.000.000 Uitgaven × € 1.000.000.000 Saldo
Lopende rekening Export van goederen en diensten,Beloning van productiefactoren € 200 Export van goederen en diensten,Beloning van productiefactoren € 220 Tekort
€ 20
Kapitaalrekening Investeringen, leningen en beleggingen € 170 Investeringen, leningen en beleggingen € 140 Overschot€ 30
Materieel saldo € 10

4.2 Verband lopende rekening en kapitaalrekening
Saldo lopende rekening heeft invloed op kapitaalrekening.
Landen met tekorten op de lopende rekening lenen van landen met een overschot op de lopende rekening. Er stroomt kapitaal van het overschotland naar het tekortland. De kapitaalstroom kan plaatsvinden in de vorm van leningen of beleggingen, maar ook in de vorm van investeringen. Als landen lenen of anderszins kapitaal uit het buitenland ontvangen, wordt dit geboekt als een ontvangst of de kapitaalrekening. Tekorten op de lopende rekening gaan dus vaak samen met overschotten op de kapitaalrekening.
Saldo kapitaalrekening heeft invloed op de lopende rekening
Omdat de VS veel in China lenen, wordt de schuld van de VS aan China groter. Over die schuld moeten de VS jaarlijks rente betalen aan China.
Het saldo van de kapitaalrekening heeft dus invloed op de lopende rekening in de toekomst. De leningen die geboekt worden op de kapitaalrekening, leiden tot toekomstige rentebetalingen op de lopende rekening. Evenzo leiden de investeringen die geboekt worden op de kapitaalrekening in de toekomst tot winstuitkeringen die op de lopende rekening staan.

4.3 Valutamarkt en wisselkoers
De wisselkoers is de prijs van een munt uitgedrukt in een andere munt. De prijs van een munt, de wisselkoers, wordt bepaald door vraag en aanbod op de valutamarkt. Op de valutamarkt wordt en ene valuta omgewisseld in een andere valuta.
Een stijging van de wisselkoers door veranderingen van vraag en aanbod op de valutamarkt heet een appreciatie, een daling van de wisselkoers heet een depreciatie.

Wanneer worden er euro’s op de valutamarkt gevraagd
Export van producten uit de eurozone leidt tot vraag naar euro’s op de valutamarkt. Ook als buitenlandse bedrijven of particulieren in de eurozone beleggen, sparen of investeren, hebben zij euro’s nodig.
Een aparte vorm van beleggen is valutaspeculatie. Speculanten verwachten dat een valuta in waarde zal stijgen of dalen. Valutaspeculanten die een koersstijging van de euro verwachten, zullen deze munt op de valutamarkt kopen. Als dit massaal wordt gedaan, zal de koers van de euro werkelijk stijgen (selffulfilling prophecy).
Wanneer worden er euro’s op de valutamarkt aangeboden
Import uit de VS leidt tot aanbod van euro’s en vraag naar dollars. Ook als Europeanen in het buitenland beleggen, sparen of investeren leidt dit tot aanbod van euro’s op de valutamarkt.

Alle ontvangsten op de betalingsbalans gaan gepaard met vraag naar de munt op de valutamarkt en alle uitgaven tot aanbod van de munt op de valutamarkt.
Als landen een materieel overschot op de betalingsbalans hebben, zal de koers van hun munt stijgen, omdat de vraag naar de munt op de valutamarkt groter is dan het aanbod. Bij een materieel tekort op de betalingsbalans zal de eigen munt dalen omdat de vraag naar de munt kleiner is dan het aanbod.

De valutamarkt grafisch
De vraaglijn heeft een dalend verloop. Hoe lager de koers van de euro, des te goedkoper zijn de producten uit het eurogebied voor het buitenland.
De aanbodlijn is stijgend. Hoe hoger de koers van de euro, des te goedkoper zijn de producten uit het buitenland.
Figuur 4.3
figuur 4.3 bij hoofdstuk 4

Als gevolg van een stijging van de vraag naar euro’s op de valutamarkt met 2 miljard, verschuift de vraagcurve naar rechts van V1 naar V2. De wisselkoers stijgt van € 1 = $ 1,30 naar € 1 = $ 1,35.

4.4 Wisselkoers, internationale handel, werkgelegenheid en inflatie
Veranderingen van wisselkoersen hebben invloed op de omvang van de internationale handel en daarmee op de productie en de werkgelegenheid.
Als de wisselkoers van de euro daalt, worden de producten uit het eurogebied goedkoper voor niet-eurolanden. De internationale concurrentiepositie van het eurogebied is dus verbeterd. De omvang van de Europese export naar de VS zal toenemen. Door een daling van de koers van de euro zal tevens de import van het eurogebied uit de VS afnemen, omdat de Amerikaanse producten voor het eurogebied duurder worden.

Inflatie beïnvloedt de wisselkoers
Wisselkoersen en prijzen hebben wederzijds invloed op elkaar. Als de inflatie in de eurolanden hoog is ten opzichte van andere landen, dan verslechtert de internationale concurrentiepositie van de eurolanden. Er zal minder vraag zijn naar exportproducten van de eurolanden. De vraag naar euro’s op de valutamarkt zal dalen en de wisselkoers daardoor ook.
Inflatie kan zich voordoen als grondstofkosten en loonkosten van de bedrijven stijgen en bedrijven deze kosten doorberekenen in hun prijzen. We spreken dan van kosteninflatie.

Wisselkoers beïnvloedt de inflatie
Een verandering van de wisselkoers heeft op haar beurt invloed op het binnenlands prijspeil. Als de euro apprecieert, worden geïmporteerde producten voor de eurolanden goedkoper. Als deze daling van de importprijzen wordt doorberekend in de binnenlandse prijzen, zal de inflatie in de eurolanden laag blijven.
Ook via de export kan de inflatie verminderen als de wisselkoers stijgt. Door appreciatie wordt de concurrentiepositie ten opzichte van het buitenland slechter en zal de export en dus de productie dalen. Hierdoor daalt de bezettingsgraad en zal de kans op inflatie afnemen.
De inflatie die samenhangt met een hoge bezettingsgraad noemen we bestedingsinflatie. Bestedingsinflatie wordt veroorzaakt doordat de bestedingen zo groot worden dat de productiecapaciteit volledig benut raakt.

4.5 Wisselkoerssystemen en wisselkoersbeleid
Flexibele wisselkoersen
Bij flexibele wisselkoersen wordt de wisselkoers uitsluitend bepaald door vraag en aanbod op de valutamarkt. Het grote voordeel van flexibele wisselkoersen is dat tekorten of overschotten op de betalingsbalans theoretisch vanzelf verdwijnen. Als een land een tekort heeft op de betalingsbalans is de vraag naar de munt op de valutamarkt kleiner dan het aanbod en zal de wisselkoers dalen. Hierdoor verbetert de concurrentiepositie van het land ten opzichte van het buitenland en zal de export toenemen. De import zal afnemen, omdat importgoederen voor dit land duurder worden. Door stijgende export en dalende import verbetert het saldo op de lopende rekening van de betalingsbalans en zal het tekort dalen of verdwijnen.
Flexibele wisselkoersen hebben ook nadelen. Als wisselkoersen schommelen, veroorzaken ze onzekerheid en dus risico’s voor exporteurs en importeurs. Exporteurs en importeurs kunnen de risico’s afdekken door zich te verzekeren. Deze verzekeringskosten verhogen de transactiekosten.
Beperkt zwevende wisselkoersen
Landen kunnen afspreken dat hun wisselkoersen onderling slechts beperkt mogen schommelen. Een voorbeeld hiervan is de Deense kroon ten opzichte van de euro. Er wordt dan een wisselkoers vastgesteld, de spilkoers of pariteit. De feitelijke wisselkoers mag slechts binnen bepaalde marges (bandbreedte) schommelen rond de spilkoers. Als de wisselkoers buiten de bandbreedte belandt, wordt er ingegrepen. Als de wisselkoers beneden de ondergrens van de bandbreedte dreigt te komen, zal de Deense centrale bank, samen met andere centrale banken, Deense kronen kopen in ruil voor euro’s. Dit noemen we een steunaankoop. Door de grotere vraag naar Deense Kronen zal de wisselkoers van de Deense kroon ten opzichte van de euro stijgen en binnen de bandbreedte blijven.
Figuur 4.6
Verschuiving van de aanbodcurve en interventie van de centrale bank.
Figuur 4.6 bij hoofdstuk 4

Devaluatie en revaluatie
Interveniëren op de valutamarkt is niet eindeloos mogelijk, want als de Deense centrale bank te lang Deense kronen koopt en euro’s verkoopt, raakt ze door haar valutareserves heen. Wanneer de wisselkoers van de Deense kroon steeds onder de onderste interventiekoers komt, kan besloten worden de spilkoers van de Deense kroon te verlagen. De verlaging van de officieel vastgesteld wisselkoers door de monetaire autoriteiten heet devaluatie. Een stijging van de officieel vastgestelde wisselkoers heet revaluatie.

Rentebeleid
De centrale bank kan de wisselkoers direct beïnvloeden door het kopen of verkopen van de eigen munt op de valutamarkt. Ze kan de wisselkoers ook indirect beïnvloeden door het rentebeleid.
Als de centrale bank van Denemarken de rente verhoogt, wordt het voor buitenlandse beleggers aantrekkelijk om te gaan beleggen in Denemarken. Buitenlandse beleggers wisselen hun eigen munt in voor Deense kronen waardoor de vraag naar Deense kronen stijgt en de vraaglijn naar Deense kronen naar rechts verschuift. Omdat het voor de Deense belegger minder aantrekkelijk is om in het buitenland te beleggen, neemt het aanbod van Deense kronen af en verschuift de aanbodlijn naar links. Door stijging van de vraag naar Deense kronen op de valutamarkt en daling van het aanbod zal de wisselkoers van de Deense kroon stijgen.

Rentebeleid en bestedingen
Omdat directe interventie op de valutamarkt zijn beperkingen heeft, want de valutareserve kan uitgeput raken, lijkt het rentebeleid een geschikt middel om indirect de wisselkoers te reguleren. Maar rentebeleid heeft een sterke invloed op de binnenlandse economie. Omdat de hoogte van de rente invloed heeft op de bestedingen van een land (hoge rente, lagere bestedingen en lage rente, hogere bestedingen). De invloed op de bestedingen kan tegengesteld zijn aan wat uit conjunctureel oogpunt gewenst is.

Vaste wisselkoersen
Bij een vaste wisselkoers is er een vaste ruilverhouding of pariteit tussen de munten van twee landen. Er is dan geen bandbreedte waarbinnen de koers kan schommelen en vraag en aanbod op de valutamarkt hebben geen invloed op de wisselkoers.
Vaste wisselkoersen bieden dezelfde voordelen als beperkt zwevende wisselkoersen: meer zekerheid en minder risico voor exporteurs en importeurs en daardoor een soepeler lopende internationale handel. Het binnenlands beleid moet dan wel gericht zijn op het realiseren van evenwicht op de betalingsbalans om zo de vaste wisselkoers te handhaven. Immers als de tekorten op de handelsbalans groot worden, dreigen de valutareserves van de centrale bank uitgeput te raken en kan de afgesproken koers niet gehandhaafd blijven. De munt van het land met een betalingsbalanstekort moet dan devalueren, de munt van het land met een betalingsbalansoverschot zal revalueren.

4.6 Geloofwaardige wisselkoersafspraken
Centrale banken hebben als belangrijkste doelstelling het beperken van de inflatie. Hoge inflatie leidt tot een slechtere concurrentiepositie waardoor de export daalt en de betalingsbalans verslechtert. Bij het beperken van inflatie spelen enkele zaken een rol als:
– de centrale bank moet de geldhoeveelheid in toom houden;
– de overheid moet haar tekorten beperkt houden;
– de loonkosten per product mogen niet te sterk stijgen.

Links
Wisselkoersen en koopkrachtpariteit: uitleg.
Valutahandel: video 24 minuten.
De betalingsbalans: video met uitleg: 22 minuten.
De wisselkoers: video met uitleg: 8 minuten.

Begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 4

appreciatie
Stijging van de koers van een valuta doordat op de valutamarkt de vraag naar die valuta groter is dan het aanbod ervan.
bandbreedte
De ruimte waarbinnen een wisselkoers mag schommelen in een systeem van beheerst zwevende wisselkoersen.
betalingsbalans
Een overzicht van alle ontvangsten van het buitenland en alle betalingen aan het buitenland gedurende een bepaalde periode.
depreciatie
Daling van de koers van een valuta doordat op de valutamarkt het aanbod van de valuta groter is dan de vraag ernaar.
devaluatie
Verlaging van de officieel vastgestelde wisselkoers.
flexibele wisselkoersen
De wisselkoers wordt bepaald door vraag en aanbod op de valutamarkt.
geloofwaardige wisselkoers
Een wisselkoers waarvan de marktpartijen aannemen dat deze door de monetaire autoriteiten zal worden gehandhaafd.
interventie op de valutamarkt
Het beïnvloeden van de wisselkoers door de centrale bank door aankoop of verkoop van de eigen munt.
kapitaalrekening
Onderdeel van de betalingsbalans waarop de vermogenstransacties met het buitenland staan geregistreerd zoals leningen, beleggingen en investeringen.
lopende rekening
Onderdeel van de betalingsbalans waarop de inkomsten en betalingen als gevolg van export en import van goederen en diensten staan geregistreerd, alsmede betaalde en ontvangen (primaire) inkomens.
materieel saldo
Het verschil tussen de inkomsten en de uitgaven op de betalingsbalans (lopende rekening en kapitaalrekening samen).
revaluatie
Verhoging van de officieel vastgestelde wisselkoers.
spilkoers (pariteit)
Officieel vastgestelde wisselkoers.
valutamarkt
Het geheel van vraag naar en aanbod van buitenlandse munten.
valutareserve (deviezenreserve)
De totale voorraad internationale betaalmiddelen in het bezit van de centrale bank.
valutaspeculatie
Beleggers kopen of verkopen valuta’s in de verwachting dat de wisselkoers zal stijgen of dalen, met als doel hiermee een financieel voordeel te behalen.
vaste wisselkoers
Een vaste ruilverhouding of pariteit tussen de munten van twee landen.
wisselkoers
De prijs van een munt uitgedrukt in een andere munt.

Extra Oefenopgaven

Dit hoofdstuk heeft enkele extra oefenopgaven. Deze kun je als Word-document downloaden door HIER te klikken.