LWEO

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 2

Twee visies

Klassieken: loon = kosten
Volgens de klassieke economen kan werkloosheid bestreden worden door de lonen te verlagen. Hierdoor dalen de prijzen, verbetert de internationale concurrentiepositie, neemt de export en de productie toe en stijgt de werkgelegenheid. Het prijsmechanisme (hier het op en neergaan van de lonen) zorgt voor evenwicht tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt.
Deze theorie kan effectief zijn als een land kampt met onderbesteding en het buitenland niet. Een verlaging van de loonkosten levert dan een concurrentievoordeel op. Als het buitenland ook kampt met onderbesteding is het verlagen van de lonen geen effectief middel om de werkloosheid te bestrijden.
Keynesianen: loon = koopkracht
Waar klassieke economen de aanbodkant van de economie benadrukken legt Keynes de nadruk op de vraagzijde van de economie.
Volgens Keynes lost loondaling in een periode van laagconjunctuur de werkloosheid niet op. Als het loon daalt, daalt de koopkracht en de effectieve vraag. Hierdoor daalt de productie en stijgt de werkloosheid. Een beter middel om de werkloosheid te bestrijden is volgens Keynes het vergroten van de bestedingen. Dit kan de overheid doen door:
– zelf meer te besteden;
– er voor te zorgen dat particulieren meer gaan besteden (belastingen verlagen).
Ook de centrale bank van een land kan de economie stimuleren door de rente te verlagen. Hierdoor zullen de mensen minder sparen, meer lenen en meer consumeren en investeren.
Bij overbesteding moet de overheid de bestedingen afremmen. Dat kan door zelf minder te besteden of door belastingen te verhogen. Een verhoging van de rente kan ook hier effectief zijn om de bestedingen af te remmen.
Anticyclisch conjunctuurbeleid
Het afwisselend gas geven en afremmen door de overheid is een vorm van conjunctuurpolitiek. Het doel hiervan is de bestedingen in de pas te laten lopen met de productiecapaciteit. Dit beleid noemen we een anticyclisch conjunctuurbeleid (begrotingsbeleid).
Multiplier
Door de bestedingen te stimuleren in een tijd van onderbesteding gaan particulieren meer consumeren. De effectieve vraag neemt toe, de productie stijgt, de werkgelegenheid stijgt en het inkomen stijgt. Omdat het inkomen stijgt gaan mensen weer meer consumeren. Hierdoor stijgt de effectieve vraag verder, neemt ook de productie verder toe, stijgt de werkgelegenheid en het inkomen, etc.. Deze kettingreactie noemen we het multipliereffect.
Overheidstekort
Door het stimuleren van de economie bij onderbesteding (meer besteden door de overheid of belastingen verlagen) wordt het overheidstekort groter. De overheid financiert dit tekort door geld te lenen, hetgeen bij onderbesteding niet moeilijk is. Particulieren geven immers te weinig uit en sparen te veel. Doordat de overheid die extra besparingen van de particulieren leent blijft het geld circuleren in de kringloop. Als het beleid succes heeft verdient de overheid een deel van haar tekort terug doordat de belastinginkomsten weer stijgen.
Bij overbesteding kan het overheidstekort door dit anticyclisch beleid weer kleiner worden.
Links
Rap tussen Keynes en Hayek: video 8 minuten.

Leerdoelen hoofdstuk 2
• uitleggen hoe volgens de klassieke economen het marktmechanisme automatisch zorgt voor evenwicht, zowel op de goederenmarkt als op de arbeidsmarkt.
• uitleggen hoe volgens de klassieke economen een economische crisis bestreden moet worden.
• uitleggen dat volgens Keynes de klassieke economische theorie in een periode van laagconjunctuur een averechtse werking heeft.
• uitleggen hoe volgens Keynes een economische crisis bestreden moet worden.
• de werking van de multiplier uitleggen.
• uitleggen hoe anticyclisch conjunctuurbeleid werkt.

Begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 2

anticyclisch conjunctuurbeleid
Beleid van de overheid dat tegen de conjunctuurgolf ingaat om zo de conjunctuurschommelingen te dempen. Als het slecht gaat met de economie dan stimuleert de overheid de economie door de belastingen te verlagen en/of de overheidsbestedingen te verhogen.
marktmechanisme (= prijsmechanisme)
De prijs en de verhandelde hoeveelheid van een product komt tot stand door het vrije spel van vraag en aanbod. Er wordt precies evenveel aangeboden als gevraagd.
multiplier
Als door een extra besteding van de overheid van bijvoorbeeld € 10 miljard het bruto binnenlands product toeneemt met m × € 10 miljard, dan is m de multiplier.