LWEO

hoofdstuk 2

hoofdstuk 2

Twee visies

Visie 1: Klassieken: loon = kosten
Visie 2: Keynes(ianen): loon = koopkracht
De Klassieken
Het prijs- of marktmechanisme zorgt automatisch voor evenwicht tussen vraag en aanbod op de markt. Als bedrijven met voorraden blijven zitten, gaan de prijzen omlaag en wordt er meer verkocht. Als de vraag groter is dan de productie gaan de prijzen omhoog, waardoor de vraag weer daalt.
Klassieken leggen de nadruk op de aanbodkant van de economie (de productiestructuur).
De keynesianen
Volgens Keynes is een loondaling slecht omdat de bestedingen van consumenten dalen en uiteindelijk daardoor ook de investeringen van bedrijven.
Redenering: als de lonen dalen → effectieve vraag daalt → productie daalt → werkloosheid stijgt → inkomens dalen → effectieve vraag daalt → enzovoort.
Keynesianen leggen de nadruk op de vraagkant van de economie (de conjunctuur).
Anticyclisch conjunctuurbeleid: als de overheid de conjunctuur bij onderbesteding gaat stimuleren of bij overbesteding gaat afremmen.
Multipliereffect = Kettingreactie in de economie (zie ook hoofdstuk 4):
Overheidsuitgaven omhoog → EV stijgt → productie stijgt → inkomens stijgen → EV stijgt → enzovoort.
Uiteindelijk stijgt de EV (en de productie) met een veelvoud (to multiply) van de oorspronkelijke stijging van de overheidsuitgaven.
Maar het kan ook omgekeerd:
Belastingen omhoog → koopkracht van consumenten of bedrijven daalt → EV daalt → productie daalt → inkomens dalen → EV daalt → enzovoort.

links
Rap tussen Keynes en Hayek (video 8 min.)

begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 2

anticyclisch conjunctuurbeleid
Beleid van de overheid dat tegen de conjunctuurgolf ingaat om zo de conjunctuurschommelingen te dempen. Als het slecht gaat met de economie dan stimuleert de overheid de economie door de belastingen te verlagen en/of de overheidsbestedingen te verhogen.
marktmechanisme (= prijsmechanisme)
De prijs en de verhandelde hoeveelheid van een product komt tot stand door het vrije spel van vraag en aanbod. Er wordt precies evenveel aangeboden als gevraagd.
multiplier
Als door een extra besteding van de overheid van bijvoorbeeld € 10 miljard het bruto binnenlands product toeneemt met m × € 10 miljard, dan is m de multiplier.