LWEO

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 4

De wisselkoers van de Euro

Inhoudsopgave hoofdstuk 4
4.1 Vakantie in Engeland
4.2 Waarom verandert de wisselkoers?
4.3 De valutamarkt grafisch
4.4 De betalingsbalans
4.5 Het verband tussen lopende rekening en kapitaalrekening
4.6 Transfer
4.7 Zelftest
Leerdoelen hoofdstuk 4

Wisselkoers
De waarde van een munt uitgedrukt in een andere munt noemen we de wisselkoers. Bijvoorbeeld de wisselkoers of kortweg koers van de euro in dollars is $ 1,22. De waarde van de euro in dollars is dus 1,22. De euro kost 1,22 in dollars.
Een stijging van de wisselkoers heet een appreciatie, een daling een depreciatie.
De wisselkoers of prijs van een munt wordt bepaald door vraag en aanbod op de valutamarkt.
De vraag naar euro’s
Export van producten uit de eurozone leidt tot vraag naar euro’s op de valutamarkt. Importeurs hebben euro’s nodig om die producten te betalen en vragen euro’s. Zij kopen euro’s en betalen dit met hun eigen munt. Ook bedrijven of particulieren buiten de eurozone die in de eurozone beleggen, sparen of investeren hebben euro’s nodig. Ook zij vragen euro’s op de valutamarkt in ruil voor hun eigen munt.
Het aanbod van euro’s
Als bedrijven of particulieren uit de eurozone goederen en diensten importeren uit landen buiten de eurozone hebben zij buitenlandse valuta nodig. Zij kopen buitenlandse valuta met euro’s, zij bieden dus euro’s aan. Als bedrijven of particulieren uit de eurozone buiten de eurozone beleggen, sparen of investeren leidt dit tot aanbod van euro’s en vraag naar buitenlandse valuta.
De valutamarkt grafisch

Valutamarkt_Tekening_hoofdstuk_4_Europa_bmp

V1 is de vraaglijn naar euro’s. Er is een negatief verband tussen de eurokoers en de vraag naar euro’s. Hoe lager de eurokoers, hoe meer export en hoe groter de vraag naar euro’s.
A1 is de aanbodlijn van euro’s. Er is een positief verband tussen de eurokoers en het aanbod van euro’s. Hoe hoger de eurokoers, hoe goedkoper het buitenland. Bijgevolg veel import van producten buiten de eurozone en een groot aanbod van euro’s.
Als gevolg van een stijging van de vraag naar euro’s met 2 miljard verschuift de vraagcurve naar rechts (van V1 naar V2). De wisselkoers stijgt naar € 1 = $ 1,35.
De betalingsbalans
De betalingsbalans van een land is een systematisch overzicht van de ontvangsten van het buitenland en de uitgaven aan het buitenland in een bepaalde periode (stroomgrootheden!).
De betalingsbalans bestaat uit twee deelrekeningen: de lopende rekening en de kapitaalrekening. Geldstromen die van invloed zijn op het nationaal inkomen worden geregistreerd op de lopende rekening. Kapitaalimport en kapitaalexport staan op de kapitaalrekening.
Lopende rekening
Op de lopende rekening van de betalingsbalans wordt de waarde van de internationale handel in goederen en diensten én de internationale overboekingen van inkomens van een land geregistreerd.

ontvangst                             Lopende rekening                                          uitgave
export goederen en diensten
rente op leningen aan buitenland
import van goederen en diensten
Indische expats werkend in Nederland maken geld over aan hun gezin in India

Als de ontvangsten groter zijn dan de uitgaven is er sprake van een overschot op de lopende rekening, omgekeerd is er sprake van een tekort op de lopende rekening.
Kapitaalrekening
Op de kapitaalrekening worden internationale investeringen, leningen en beleggingen geboekt.

ontvangst                                        Kapitaalrekening                                  uitgave
Russen beleggen in aandelen Philips.
Peru lost een deel van haar Franse lening  af.
Frankrijk verstrekt een lening aan Peru. Philips koopt een Amerikaans bedrijf.

Ook de kapitaalrekening kan een overschot of een tekort vertonen als de ontvangsten niet gelijk zijn aan de uitgaven.
Materieel saldo
Het saldo van de totale betalingsbalans noemen we het materieel saldo.
Een betaling aan het buitenland betekent een afname van de voorraad internationale betaalmiddelen. Betalingen van het buitenland aan het eurogebied leiden tot een toename van de voorraad internationale betaalmiddelen (valutareserve of deviezenreserve).
Een materieel overschot op de betalingsbalans betekent dat de totale ontvangsten uit het buitenland groter zijn dan de totale uitgaven aan het buitenland zodat de valutareserve toeneemt.
Het verband tussen lopende rekening en kapitaalrekening
Landen met tekorten op de lopende rekening teren in op hun valutareserve of lenen van landen met een overschot op de lopende rekening. Tekorten op de lopende rekening gaan dus vaak samen met overschotten op de kapitaalrekening. Landen met veel schulden aan het buitenland betalen hierover veel rente. Hierdoor verslechtert de lopende rekening van dat land.
Internationale geldstromen en de wisselkoers
Alle ontvangsten op de betalingsbalans leiden tot vraag naar de munt op de valutamarkt en alle uitgaven tot aanbod van de munt op de valutamarkt.
Als landen een materieel overschot op de betalingsbalans hebben, zal de koers van hun munt stijgen omdat de vraag naar de munt op de valutamarkt groter is dan het aanbod. Bij landen met een materieel tekort zal de koers van hun munt dalen omdat de vraag naar hun munt op de valutamarkt kleiner is dan het aanbod.

Links hoofdstuk 4
Dollars voor euro’s :videofilm School TV: 7 minuten).
De gevolgen van de valuta-oorlog (4min30): Een Vandaag.
Vrije wisselkoersen: video 8 min.
Vaste en vrije wisselkoersen: video 30 min.
Wisselkoers berekenen: website.
Informatie over de betalingsbalans: de goederenrekening, de dienstenrekening, de inkomensrekening en de kapitaalrekening is te vinden bij DNB.
De nationale vlag van well land ook in de wereld is te vinden op de website van de CIA.
Overschotten en tekorten op de lopende rekening van de betalingsbalans van alle landen in een grafiek.

Leerdoelen hoofdstuk 4

• de ene valuta omrekenen in de andere.
• uitleggen wanneer een valuta wordt gevraagd of wordt aangeboden op de valutamarkt.
• uitleggen dat aanbod van en vraag naar een valuta de wisselkoers bepalen.
• verklaren dat het aanbod van en de vraag naar valuta het gevolg is van internationale transacties.
• aan de hand van de aanbodfunctie van een valuta en de vraagfunctie naar een valuta de wisselkoers berekenen.
• internationale transacties op een betalingsbalans registreren.
• het saldo van de lopende rekening en de kapitaalrekening van een betalingsbalans berekenen.
• het materieel saldo van een betalingsbalans berekenen.
• het verband uitleggen tussen veranderingen op de betalingsbalans en veranderingen van de wisselkoers.
• uitleggen wat het gevolg van het materieel saldo is voor de wisselkoers.
Kernbegrippen hoofdstuk 4
Wisselkoers – appreciatie – depreciatie – valutamarkt – saldo – betalingsbalans – lopende rekening – kapitaalrekening – materieel betalingsbalanssaldo.

Begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 4

appreciatie
Stijging van de koers van een valuta doordat op de valutamarkt de vraag naar die valuta groter is dan het aanbod ervan.
betalingsbalans
Een overzicht van alle ontvangsten van het buitenland en alle betalingen aan het buitenland gedurende een bepaalde periode.
depreciatie
Daling van de koers van een valuta doordat op de valutamarkt het aanbod van de valuta groter is dan de vraag ernaar.
kapitaalrekening
Onderdeel van de betalingsbalans waarop de vermogenstransacties met het buitenland staan geregistreerd zoals leningen, beleggingen en investeringen.
lopende rekening
Onderdeel van de betalingsbalans waarop de inkomsten en betalingen als gevolg van export en import van goederen en diensten staan geregistreerd, alsmede betaalde en ontvangen (primaire) inkomens.
materieel saldo
verschil tussen de inkomsten en de uitgaven op de betalingsbalans (lopende rekening en kapitaalrekening samen).
valutamarkt
Het geheel van vraag naar en aanbod van buitenlandse munten.
wisselkoers
De prijs van een munt uitgedrukt in een andere munt.

Extra Oefenopgaven

Dit hoofdstuk heeft enkele extra oefenopgaven. Deze kun je als Word-document downloaden door HIER te klikken.