LWEO

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 3

De geschiedenis van het bankbiljet

De rode draad in de historische ontwikkeling van het geld is het streven naar een vermindering van de ruilkosten of transactiekosten. Zo ontstond in de late middeleeuwen een nieuwe geldsoort, het bankbiljet. Dit ging als volgt. Kooplieden gaven hun gouden munten bij goudsmeden in bewaring. De koopman kreeg daarvoor een ontvangstbewijs met daarop de waarde van het edelmetaal dat hij in bewaring had gegeven. Het ontvangstbewijs was een bewijs dat je een vordering had op de goudsmid. Met het ontvangstbewijs kon de koopman weer elders goederen kopen. Op die manier bleven de ontvangstbewijzen in omloop.

Balans per 1-1-1650
activa (bezittingen) passiva (vermogen)
gouden munten (in bewaring) 100 ontvangstbewijzen (schulden) 100
overige bezittingen   50 eigen vermogen   50

Aanvankelijk waren de ontvangstbewijzen voor 100% gedekt door gouden munten. Maar omdat die gouden munten nooit volledig opgevraagd werden kon de goudsmid een groter bedrag aan ontvangstbewijzen uit geven dan hij goud beheerde. Met andere woorden: de goudsmid kon tegen een rentevergoeding geld uitlenen. Zo ontwikkelde de goudsmid zich van kassier naar bankier. De ontvangstbewijzen heten sindsdien bankbiljetten.
In 1863 kreeg De Nederlandsche Bank (DNB) het monopolie om bankbiljetten (en munten) uit te geven. Daarmee werd het bankbiljet wettig betaalmiddel. Sinds de invoering van de euro op 1 januari 2002 is de Europese Centrale Bank (ECB) verantwoordelijk voor de uitgifte van euromunten en bankbiljetten.
Tot 1936 kon je voor een bankbiljet bij DNB een vaste hoeveelheid goud opvragen. Vandaar de naam gouden standaard voor het geldsysteem van toen. Sindsdien is omwisseling in goud niet meer mogelijk en zijn bankbiljetten fiduciair geld.

Links:
Money as Debt: Deel 1 Ontstaan van banken (Nederlands ondertiteld): 10 minuten.
Money as Debt: Deel 2 Het huidige geldsysteem (Nederlands ondertiteld): 10 minuten.
Money as Debt: Deel 3 (Nederlands ondertiteld): 11 minuten.
Alles kost geld (videofilm 7 minuten): rol van DNB en stukje geschiedenis van het geld.
De geschiedenis van het geld: video 27 min.

Begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 3

aan toonder
Aanduiding voor waardepapieren die niet op naam staan. De houder wordt geacht de eigenaar te zijn.
bankier
Eigenaar van een bank.
De Nederlandsche Bank (DNB)
De centrale bank van Nederland. DNB is uitvoerder van het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB).
Zie Europese Centrale Bank.
Europese Centrale Bank (ECB)
Centrale bank voor de landen die de euro als munt hebben. Is verantwoordelijk voor de uitgifte van euromunten en bankbiljetten.
gouden standaard
Geldstelsel waarbij de centrale bank de houders van bankbiljetten garandeert dat zij hun geld tegen een vaste goudwaarde bij haar kunnen inwisselen.
ontvangstbewijs
Een schriftelijke verklaring met je naam en de waarde van het in bewaring gegeven edelmetaal. Het ontvangstbewijs is het bewijs dat je een vordering hebt op hetgeen je in bewaring hebt gegeven.