LWEO

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 2

Geld en ruil

Inhoudsopgave hoofdstuk 2.
2.1 Arbeidsdeling en arbeidsproductiviteit
2.2 Arbeidsdeling binnen het huishouden
2.3 Banken kunnen de geldhoeveelheid vergroten
2.4 De kredietcrisis, een bankencrisis?
2.5 Transfer
2.6 Zelftest

Nominale en intrinsieke waarde van geld
De nominale waarde van het geld is de waarde die op de munt of bankbiljet staat vermeld. De nominale waarde van een bankbiljet van vijf euro is € 5. De intrinsieke waarde is de waarde van het materiaal waarvan de munt of het bankbiljet is gemaakt. De intrinsieke waarde van een gouden tientje is gelijk aan het gewicht van het goud in grammen maal de prijs van het goud per gram.
Chartaal en giraal geld
Munten en bankbiljetten samen noemen we de chartale geldhoeveelheid. Giraal geld is geld dat op een bankrekening of betaalrekening staat en waarover de bezitter vrij kan beschikken. Het is niet tastbaar geldof onstoffelijk geld.
Functies van het geld
Geld is een algemeen aanvaard ruilmiddel. Met geld kun je betalen (ruilmiddel). Daarnaast wordt geld gebruikt om de waarde van goederen en diensten vast te stellen (rekeneenheid) en om te bewaren (spaarmiddel).
Arbeidsdeling en specialisatie
De eerste bewoners van onze planeet waren geheel zelfvoorzienend. Geleidelijk aan zien we dat mensen zich steeds meer gaan toeleggen op een bepaalde activiteit. Mensen specialiseren zich en er ontstaan diverse beroepen. Er is met andere woorden sprake van arbeidsdeling. Door arbeidsdeling en specialisatie stijgt de arbeidsproductiviteit voortdurend. De arbeidsproductiviteit is de productie per persoon per tijdseenheid.
Transactiekosten
Arbeidsdeling maakt ruil noodzakelijk. Eerst wordt er nog geruild in natura, dat wil zeggen goederen tegen goederen. Ruil in natura heeft als nadeel dat het moeilijk is om de waarde vast te stellen, de goederen bederfelijk kunnen zijn, of groot en onhandig en moeilijk deelbaar. Later vindt indirecte ruil plaats: goederen tegen geld of omgekeerd. Het afwikkelen van transacties met een algemeen aanvaard ruilmiddel (geld) verlaagt de transactiekosten. De transactiekosten zijn alle kosten verbonden aan een transactie zoals het vergelijken van de prijzen, het maken van afspraken, het bepalen van de prijs, het verrichten van de betaling, het vervoer, etc.
Absolute en comparatieve voordelen
Joeri en Diana zijn een gelukkig stel. Ze werken beiden drie dagen per week en gezamenlijk doen ze de huishoudelijke taken die we voor het gemak indelen in koken, de tuin onderhouden en de kinderen verzorgen. Voor deze werkzaamheden hebben Diana en Joeri de volgende tijd – uitgedrukt in uren per week – nodig.

koken      tuinonderhoud    verzorgen kinderen   
Diana   6 4 8
Joeri 9 8 10

Diana heeft bij alle huishoudelijke taken een absoluut voordeel. Ze doet alle huishoudelijke taken in minder tijd dan Joeri. Als Diana en Joeri besluiten de huishoudelijke taken onder elkaar te verdelen heeft Joeri een comparatief voordeel bij het verzorgen van kinderen. Voor het verzorgen van kinderen heeft Joeri 25% meer tijd nodig dan Ilse. Bij koken heeft Joeri 50% meer tijd nodig en bij het tuinonderhoud heeft Joeri zelfs 100% meer tijd nodig dan Diana.
Liquiditeit
Een bank is liquide als ze voldoende geld in kas heeft om haar verplichtingen op korte termijn te voldoen (dat zijn met name de opnames van klanten van hun girale tegoeden via pinautomaten).Als banken geld uitlenen dat door spaarders op een spaarrekening is gestort verandert de totale maatschappelijke geldvoorraad niet. Het geld van de spaarders gaat naar de geldleners. Er komt dan geen extra geld bij. Anders is het gesteld als banken geld uitlenen (kredieten verschaffen) uit het “niets”. Als een bank iemand een krediet geeft – bijvoorbeeld geld op zijn rekening bijschrijft voor de aanschaf van een auto – dan stijgt daardoor de maatschappelijke geldhoeveelheid. Er komt dan meer geld in handen van het publiek.Maar banken kunnen niet onbeperkt kredieten verlenen. Tegenover de rekening-couranttegoeden moeten banken liquide middelen (munten, bankbiljetten) aanhouden. Dit om te kunnen voldoen aan chartale geldopvragingen van de klanten van de bank (bijvoorbeeld het pinnen). De verhouding tussen de liquide middelen en de rekening-couranttegoeden noemen we het liquiditeitspercentage of het dekkingspercentage.

Liquide middelen
Liquiditeitspercentage = ——————————– x 100%
Rekening-couranttegoeden

Voor banken is een hoog liquiditeitspercentage niet gunstig. Geld in de kas van de bank levert niets op. Op geld dat de bank uitleent krijgt ze rente, dat levert wel iets op. Daarbij komt dat klanten normaal niet allemaal tegelijk hun geld opvragen. Zolang er vertrouwen bestaat dat de bank haar verplichtingen kan nakomen is er niets aan de hand. Als dat vertrouwen er niet meer is kan een run op de bank ontstaan waardoor de bank failliet kan gaan.Om te voorkomen dat banken niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen verplicht DNB (De Nederlandse Bank) de banken een bepaald liquiditeitspercentage aan te houden.
Links
Geld (video: 10 minuten) Alles kost geld
Absolute en comparatieve kostenvoordelen: artikel.
Labyrint: Economie en Schuld: video via Teleblik: 25 minuten
Hoe wordt geld gemaakt: video 7 min.

Leerdoelen hoofdstuk 2
Leerlingen kunnen
• ruil in relatie tot productie en consumptie beschrijven.
• toelichten dat door specialisatie en arbeidsdeling de arbeidsproductiviteit kan toenemen.
• uitleggen dat specialisatie ruil nodig maakt.
• verklaren dat bij ruil wederzijds voordeel ontstaat.
• voorbeelden geven van transactiekosten zowel uitgedrukt in geld als anders.
• voorbeelden geven van geld als ruilmiddel, spaarmiddel en rekeneenheid.
• nadelen van directe ruil uitleggen.
• uitleggen hoe het liquiditeitspercentage kan veranderen als gevolg van transacties, zoals het verlenen van krediet door banken aan rekeninghouders.
• uitleggen dat een bank een liquiditeitspercentage van onder de 100% kan hebben zolang er vertrouwen is bij rekeninghouders.
• uitleggen hoe de bankencrisis leidt tot een crisis in de reële economie.

 

Begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 2 Crisis2

absoluut voordeel
Een voordeel in het aantal benodigde uren per taak of een financieel voordeel in het maken van een product.
algemeen aanvaard ruilmiddel
Een ruilmiddel is algemeen aanvaard als kopers en verkopers het accepteren.
arbeidsdeling
Het splitsen van het productieproces in onderdelen, waardoor de arbeidsproductiviteit kan worden vergroot.
arbeidsproductiviteit
De productie per persoon per tijdseenheid (bijvoorbeeld uur of arbeidsjaar).
arbeidsverdeling
Zie: arbeidsdeling.
betaalrekening
Door particulieren bij de bank aangehouden rekening.
chartaal geld
Munten en bankbiljetten.
comparatief voordeel
Als je bij twee verschillende taken een absoluut nadeel hebt ten opzichte van een ander, maar in een van die taken minder slecht bent dan in de andere, dan heb je bij die minder slechte taak een comparatief voordeel.
dekkingspercentage
Zie: liquiditeitspercentage.
directe ruil
Ruil waarbij goederen zonder tussenkomst van geld rechtstreeks geruild worden tegen goederen.
giraal geld
De tegoeden van klanten bij banken in de vorm van een betaalrekening (rekening-couranttegoed). Je kunt op verschillende manieren giraal betalen: met een overschrijvingskaart, met een elektronische overschrijving, met een pinpas of met een creditcard.
hyperinflatie
Extreem hoge prijsstijgingen
hypothecaire lening
Een lening met een onroerend goed – bijvoorbeeld een huis – als onderpand.
indirecte ruil
Goederen worden geruild tegen geld.
intrinsieke waarde
Materiaalwaarde.
krediet
Er is sprake van kredietverlening als iemand geld (uit)leent. Ook wordt er van kredietverlening gesproken als men goederen(ver)koopt en pas op een later tijdstip betaalt (ontvangt).
liquide middelen
Munten en bankbiljetten.
liquiditeitspercentage
De verhouding tussen liquide middelen en de rekening-couranttegoeden bij banken. In formulevorm:

liquide middelen
Dekkingsperentage ———————————- x 100%
rekening-couranttegoeden

maatschappelijke geldhoeveelheid
Chartaal en giraal geld in handen van consumenten en producenten (het publiek, niet-geldscheppende instellingen).
monetaire economie
Wetenschap die zich richt op de rol van het geld in de economie.
nominale waarde
Waarde die op een munt of een bankbiljet vermeld staat.
optimale verdeling
De best mogelijke verdeling.
reële economie
Dat deel van de economie dat gericht is op de productie van goederen en diensten.
rekening-couranttegoed
Tegoeden van klanten bij banken. Je kunt op verschillende manieren met je rekening-couranttegoed betalen: met een overschrijvingskaart, met een elektronische overschrijving, met een pinpas of met een creditcard. Het is giraal geld.
rekenmiddel
Het is een functie van geld, je kunt er mee rekenen.
rente
Vergoeding voor het uitlenen van geld.
ruil in natura
Ruil waarbij goederen zonder tussenkomst van geld rechtstreeks geruild worden tegen goederen. Synoniem voor directe ruil.
ruilmiddel
Goederen worden tegen geld geruild en dat geld wordt weer geruild tegen goederen (indirecte ruil). Het is een functie van geld, namelijk dat je ermee kunt betalen.
spaarmiddel
Het is een functie van geld, namelijk dat je het kunt bewaren.
specialisatie
Toeleggen op één activiteit.
transactie
Een handelsovereenkomst of deal.
transactiekosten
Alle kosten die samenhangen met het tot stand komen en afwikkelen van een ruil.
zelfvoorzienend
In staat zijn zelfstandig in de eigen levensbehoeften te voorzien.

Extra Oefenopgaven

Dit hoofdstuk heeft enkele extra oefenopgaven. Deze kun je als Word-document downloaden door HIER te klikken.