LWEO

hoofdstuk 2

hoofdstuk 2

De Jeugd
Veel jongeren hebben eigen middelen. Ze krijgen zakgeld of hebben een baantje. Als ze hun inkomen uitgeven aan kleding, uitgaan, bellen, enzovoort, is er sprake van consumptie. Het deel van je inkomen dat je niet uitgeeft, wordt gespaard. Als je meer wilt uitgeven dan je hebt, moet je geld lenen.
 
Ruilen over de tijd
Sparen is het uitstellen van consumptie en lenen is het vervroegen van consumptie. Er wordt geruild over de tijd. Geld verdienen en geld uitgeven gebeuren in verschillende periodes. Als je geld leent, moet je rente betalen en als je spaart, ontvang je rente.

Studeren
De keuze tussen werken of studeren is ook een voorbeeld van ruilen over de tijd. Wie op jonge leeftijd kiest voor een baan, heeft als vroegverdiener meer mogelijkheden om te consumeren. Als je kiest voor doorleren, word je een laatverdiener en moet je consumptie uitstellen. Maar dan heb je wel kans op een hoger inkomen per jaar.
 
links
Kinderbijslag (www.rijksoverheid.nl)

begrippenlijst

— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —