LWEO

hoofdstuk 3

hoofdstuk 3

Werken en belasting betalen

De inkomens die mensen verdienen in het productieproces worden primaire inkomen genoemd. De primaire inkomens zijn loon, rente, huur, pacht en winst.

Loon is een beloning voor de arbeid die je verricht, rente ontvang je over je spaargeld, huur en pacht krijg je als je een gebouw of grond aan iemand anders ter beschikking stelt en winst is de beloning voor een zelfstandige ondernemer.

Over inkomen moet loonheffing betaald worden. De loonheffing bestaat uit de loonbelasting en de premie volksverzekeringen. De loonheffing is een voorschot op de inkomensheffing die achteraf per jaar wordt vastgesteld over het totale inkomen dat je in een jaar verdiend hebt.

Over je brutoloon moet je behalve loonheffing ook nog sociale premies voor werknemersverzekeringen en een premie voor het pensioenfonds betalen. Het loon dat overblijft na aftrek van de belastingen en sociale premies noemen we het nettoloon.

De loonheffing wordt berekend volgens het schijventarief. Nederland heeft een progressief belastingstelsel: naarmate het inkomen stijgt, moet over de toename van het inkomen een hoger percentage betaald worden. De overheid gaat hierbij uit van het draagkrachtbeginsel. Het draagkrachtbeginsel houdt in dat hogere inkomens in verhouding meer belasting betalen dan lagere inkomens. De inkomensverschillen worden relatief kleiner, er is sprake van nivellering van inkomens.

links
Inkomensheffing (video 19 min.)
Kosten (video 17 min.)
Belastingdienst (www.belastingdienst.nl)

begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 3

aftrekpost
Bedrag dat bij de berekening van het belastbaar inkomen in mindering mag worden gebracht op het brutoloon en waarover dus geen loonheffing betaald hoeft te worden.
algemene heffingskorting
Een bedrag dat in mindering wordt gebracht op de te betalen loonheffing.
arbeidskorting
Korting over de te betalen loonheffing voor iedereen die werkt.
belastbaar inkomen
Bruto inkomen min aftrekposten.
belastingschijven
Het belastbaar inkomen wordt in Nederland verdeeld in maximaal vier opvolgende bedragen (= schijven), waarover volgens een oplopend percentage de inkomensheffing wordt berekend.
besteedbaar loon
(= nettoloon) Loon na aftrek van belastingen en sociale premies.
brutoloon
Het loon voor aftrek van belastingen en premies.
degressief belastingstelsel
Een belastingstelsel waarbij het gemiddelde belastingpercentage daalt als het inkomen toeneemt.
denivellering
Het groter worden van de relatieve inkomensverschillen.
draagkrachtbeginsel
Hogere inkomens moeten in verhouding meer belasting betalen dan de lagere inkomens (de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten).
gemiddelde heffingsdruk
(= gemiddeld tarief) Loonheffing als percentage van het brutoloon.
gemiddeld tarief
(= gemiddelde heffingsdruk) Loonheffing als percentage van het brutoloon.
huur
Vergoeding voor of inkomen uit verhuur gebouwen of andere goederen.
hypothecaire lening
Lening met onroerend goed als onderpand.
inkomensheffing
Het bedrag dat je aan belasting en premie volksverzekeringen over je inkomen betaalt.
inkomstenbelasting
Het bedrag dat je aan belasting betaalt over je inkomen.
loon
Beloning voor geleverde arbeid.
loonbelasting
Directe belasting op het inkomen van een werknemer, die als voorheffing van de inkomstenbelasting wordt ingehouden op het brutoloon.
loonheffing
Het bedrag dat als voorheffing van de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen wordt ingehouden op het brutoloon.
marginale heffingsdruk
(= marginaal tarief) Het percentage belasting dat je betaalt over extra verdiend inkomen dus over je laatst verdiende euro.
marginaal tarief
(= marginale heffingsdruk) Het percentage belasting dat je betaalt over extra verdiend inkomen, dus over je laatst verdiende euro.
nettoloon
Loon na aftrek van belastingen en sociale premies.
nivellering
Het kleiner worden van de relatieve inkomensverschillen.
pacht
Vergoeding voor of inkomen uit het verhuren van grond.
pensioenfonds
Een organisatie/instelling die premies int van werknemers en deze belegt, om zo later aanvullende uitkeringen te kunnen doen bij pensionering, bij arbeidsongeschiktheid en bij overlijden aan de partner.
premie volksverzekeringen
Het bedrag dat je (verplicht) betaalt aan de volksverzekeringen (AOW, Wlz, AKW en Anw).
primaire inkomens
Inkomens (loon, rente, huur, pacht en winst) die verdiend worden in het productieproces.
progressief belastingstelsel
Een belastingstelsel waarbij het gemiddelde belastingpercentage stijgt als het inkomen toeneemt.
proportioneel belastingstelsel
Een belastingstelsel waarbij alle inkomens hetzelfde percentage belasting betalen. Het gemiddelde belastingpercentage is voor iedereen gelijk.
rente
Vergoeding voor spaargeld of leengeld.
werknemer
Iemand in loondienst van bedrijf, organisatie, instelling of overheid.
winst
Beloning voor ondernemerschap vanwege het ondernemersrisico dat de ondernemer loopt.

extra oefenopgaven

Extra oefenopgaven (Word)