LWEO

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 3

Werken en belasting betalen

Inhoudsopgave hoofdstuk 3
3.1 Aan het werk
3.2 In loondienst
3.3 Transfer
3.4 Zelftest

Eenmaal een hogere opleiding afgerond, ga je op zoek naar werk. Dit kan zijn in dienst van een bedrijf als werknemer of als zelfstandig ondernemer. In loondienst werken verschaft meer zekerheid maar als zelfstandige kan het inkomen hoger zijn.
Als werknemer verdien je een bepaald (bruto) loon. Op dat loon wordt de loonheffing (een soort voorschot op de inkomensheffing) ingehouden.

Loonheffing
De loonheffing bestaat uit loonbelasting en premies volksverzekeringen. De premies volksverzekeringen wordt betaald voor de AOW, de ANW en de Wlz. Daarnaast wordt op het bruto salaris de pensioenpremie en de premie Zorgverzekeringswet (ZVW) ingehouden.
Het brutoloon min de loonheffing, min de pensioenpremie en min de premie ZVW geeft het netto of besteedbaar loon.

Inkomensheffing
De inkomensheffing werkt als volgt:
bruto jaarinkomen
– aftrekposten
= belastbaar inkomen
Over het belastbaar inkomen wordt het heffingsbedrag berekend. Daarbij moet rekening gehouden worden met het tarief over de verschillende schijven. De algemene heffingskorting en de arbeidskorting verlagen het bedrag aan heffing dat uiteindelijk betaald moet worden.

bruto jaarinkomen – heffing = netto jaarinkomen

Gemiddeld en marginaal tarief
Over de eerste twee schijven (tot een bedrag van € 32.127) betaal je ongeveer € 6.500 aan premies volksverzekeringen en € 1.960 aan belastingen. Iemand met een inkomen van € 100.000 betaalt ongeveer € 6.500 aan premies volksverzekeringen en € 35.000 aan belastingen. In dit geval bedraagt het marginaal tarief 52% (hoogste tarief dat van toepassing is) en het gemiddeld tarief is 41.500/100.000 x 100% = 41,5%.

Progressief, proportioneel en degressief
De inkomensheffing is progressief als bij een stijging van het inkomen het heffingspercentage ook hoger wordt. Progressieve belastingen nivelleren de inkomensverdeling.
De inkomensheffing is proportioneel als bij een stijging van het inkomen het heffingspercentage constant blijft.
De inkomensheffing is degressief als bij een stijging van het inkomen het heffingspercentage lager wordt. Degressieve belastingen denivelleren de inkomensverdeling.

Links
Inkomensheffing: video 19 min.
Kosten (soorten): video 17 min.
De belastingdienst: website.

Leerdoelen hoofdstuk 3
Leerlingen kunnen:
• de verschillende inkomenscategorieën classificeren.
• uitleggen hoe de inkomensverdeling genivelleerd en gedenivelleerd kan worden.
• een loonstrook interpreteren.
• de inkomensheffing berekenen en deze analyseren.
• uitlegeen wat de effecten zijn van overheidsmaatregelen op de inkomensverdeling.
• verschillende belastingstelsels onderscheiden en beschrijven.
• de gevolgen van belastingheffing uitleggen voor de inkomens en daarbij gebruik kunnen maken van de begrippen marginaal belastingtarief en heffingskorting.
• met behulp van de gemiddelde belastingdruk bepalen welk belastingstelsel wordt toegepast.

Begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 3

aftrekpost
Bedrag dat bij de berekening van het belastbaar inkomen in mindering mag worden gebracht op het brutoloon en waarover dus geen loonheffing betaald hoeft te worden.
algemene heffingskorting
Een bedrag dat in mindering wordt gebracht op de te betalen loonheffing.
arbeidskorting
Korting over de te betalen loonheffing voor iedereen die werkt.
belastbaar inkomen
Bruto inkomen min aftrekposten.
belastingschijven
Het belastbaar inkomen wordt in Nederland verdeeld in maximaal vier opvolgende bedragen (= schijven), waarover volgens een oplopend percentage de inkomensheffing wordt berekend.
besteedbaar loon
(= nettoloon) Loon na aftrek van belastingen en sociale premies.
brutoloon
Het loon voor aftrek van belastingen en premies.
degressief belastingstelsel
Een belastingstelsel waarbij het gemiddelde belastingpercentage daalt als het inkomen toeneemt.
denivellering
Het groter worden van de relatieve inkomensverschillen.
draagkrachtbeginsel
Hogere inkomens moeten in verhouding meer belasting betalen dan de lagere inkomens (de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten).
gemiddelde heffingsdruk
(= gemiddeld tarief) Loonheffing als percentage van het brutoloon.
gemiddeld tarief
(= gemiddelde heffingsdruk) Loonheffing als percentage van het brutoloon.
huur
Vergoeding voor of inkomen uit verhuur gebouwen of andere goederen.
hypothecaire lening
Lening met onroerend goed als onderpand.
inkomensheffing
Het bedrag dat je aan belasting en premie volksverzekeringen over je inkomen betaalt.
inkomstenbelasting
Het bedrag dat je aan belasting betaalt over je inkomen.
loon
Beloning voor geleverde arbeid.
loonbelasting
Directe belasting op het inkomen van een werknemer, die als voorheffing van de inkomstenbelasting wordt ingehouden op het brutoloon.
loonheffing
Het bedrag dat als voorheffing van de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen wordt ingehouden op het brutoloon.
marginale heffingsdruk
(= marginaal tarief) Het percentage belasting dat je betaalt over extra verdiend inkomen dus over je laatst verdiende euro.
marginaal tarief
(= marginale heffingsdruk) Het percentage belasting dat je betaalt over extra verdiend inkomen, dus over je laatst verdiende euro.
nettoloon
Loon na aftrek van belastingen en sociale premies.
nivellering
Het kleiner worden van de relatieve inkomensverschillen.
pacht
Vergoeding voor of inkomen uit het verhuren van grond.
pensioenfonds
Een organisatie/instelling die premies int van werknemers en deze belegt, om zo later aanvullende uitkeringen te kunnen doen bij pensionering, bij arbeidsongeschiktheid en bij overlijden aan de partner.
premie volksverzekeringen
Het bedrag dat je (verplicht) betaalt aan de volksverzekeringen (AOW, Wlz, AKW en Anw).
primaire inkomens
Inkomens (loon, rente, huur, pacht en winst) die verdiend worden in het productieproces.
progressief belastingstelsel
Een belastingstelsel waarbij het gemiddelde belastingpercentage stijgt als het inkomen toeneemt.
proportioneel belastingstelsel
Een belastingstelsel waarbij alle inkomens hetzelfde percentage belasting betalen. Het gemiddelde belastingpercentage is voor iedereen gelijk.
rente
Vergoeding voor spaargeld of leengeld.
werknemer
Iemand in loondienst van bedrijf, organisatie, instelling of overheid.
winst
Beloning voor ondernemerschap vanwege het ondernemersrisico dat de ondernemer loopt.

Extra Oefenopgaven

Dit hoofdstuk heeft enkele extra oefenopgaven. Deze kun je als Word-document downloaden door HIER te klikken.