LWEO

Hoofdstuk 6

Hoofdstuk 6

Verzekeren

Inhoudsopgave hoofdstuk 6
6.1 Vaste lasten
6.2 Risico
6.3 Particuliere en sociale verzekeringen
6.4 Volksverzekeringen en werknemersverzekeringen
6.4.1 Volksverzekeringen
6.4.2 Werknemersverzekeringen
6.4.3 Wie draait er op voor de kosten?
6.5 Sociale voorzieningen
6.6 Risico en acceptatie bij de ziektekostenverzekering
6.7 Verzekeren voor nu of voor later?
6.8 Transfer
6.9 Zelftest

Risico
Het leven van alledag zit vol risico’s. Je kunt een been breken, je fiets kan gestolen worden, je kunt ziek worden, etc. Mensen willen risico’s zoveel mogelijk vermijden en zeker de kosten die die risico’s met zich meebrengen. Verzekeringen spelen daarop in en bieden verzekeringspakketten aan die mogelijke schade vergoeden. Hiervoor moet de verzekerde een premie betalen. De hoogte van de verzekeringspremie is afhankelijk van de kans dat het risico optreedt en de hoogte van de vergoeding die dan moet worden uitgekeerd.
Particulier en sociale verzekeringen
Je kunt je bij een particuliere verzekeringsmaatschappij verzekeren voor diefstal, brand, schade aan auto of inboedel, etc. In het algemeen bemoeit de overheid zich niet met de particuliere verzekeraars. Anders is het gesteld met de sociale verzekeringen die bij wet zijn vastgelegd. Sociale verzekeringen verzekeren mensen tegen inkomensverlies (werkloosheid, ouderdom) of tegen hoge kosten (ziekte, kinderen). De overheid bepaalt de verzekeringsvoorwaarden en stelt de premie vast.
Sociale verzekeringen zijn gebaseerd op solidariteit: de rijke komt op voor de arme, de gezonde voor de zieke, de werkende voor de werkloze. De premie die betaald moet worden is inkomensafhankelijk (draagkrachtbeginsel). Niemand kan uitgesloten worden van een sociale verzekering, iedereen wordt geaccepteerd.
Volksverzekeringen
Volksverzekeringen zijn verplicht voor alle mensen die in Nederland wonen. De uitkering is meestal een vast bedrag. Er zijn vier volksverzekeringen:
AOW: Algemene Ouderdomswet. Krijgt iedereen vanaf zijn 65e verjaardag. De uitkering is gelijk aan het sociaal minimum. Voor een volledige uitkering moet je 50 jaar in Nederland gewoond hebben.
AWBZ: Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Vergoedt de kosten van langdurige verpleging of psychiatrie.
Anw: Algemene Nabestaandenwet. Geeft kinderen (tot 18 jaar) en partner een minimumuitkering. De uitkering is inkomensafhankelijk.
AKW: Algemene Kinderbijslagwet. Komt tegemoet in de kosten die kinderen (tot 18 jaar) met zich meebrengen. De uitkering wordt betaald door de overheid uit de belastinginkomsten.
Zorgverzekeringswet
Is een particuliere verzekering, maar heeft veel kenmerken van een sociale verzekering. Iedereen is verplicht om de basisverzekering af te sluiten waarvan de premie deels inkomensafhankelijk is. De basisverzekering vergoedt de kosten voor huisarts, medicijnen en specialistische hulp. Verzekeringsmaatschappijen hebben een acceptatieplicht. Zij mogen niemand uitsluiten (geen risicoselectie). Mensen met een laag inkomen krijgen van de overheid een zorgtoeslag als bijdrage in de premie. De zorgtoeslag is maximaal € 57 per maand en wordt betaald uit de belastingen. Naast de basisverzekering kunnen mensen een aanvullende verzekering afsluiten (tandarts). De aanvullende verzekeringen zijn particuliere verzekeringen en vrijwillig.
Werknemersverzekeringen
WW: Werkloosheidswet. Geeft een uitkering bij werkloosheid. De uitkering is 70% van het laatstverdiende loon. De duur is afhankelijk van het arbeidsverleden.
ZW:Ziektewet. Bij ziekte moet de werkgever tot maximaal twee jaar het loon doorbetalen.
WIA: Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen. Bij volledige arbeidsongeschiktheid krijg je op grond van de WIA een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Als een werknemer gedeeltelijk is afgekeurd, moet de werkgever zorgen voor aangepast werk.
Sociale voorzieningen
Sociale voorzieningen zijn er voor mensen die geen uitkering kunnen krijgen van een werknemersverzekering of een volksverzekering, maar wel financieel ondersteund moeten worden. De overheid betaalt de sociale voorzieningen uit de belastingopbrengst. De belangrijkste sociale voorziening is de Wet werk en bijstand (WBB). De hoogte van een bijstandsuitkering is het sociaal minimum. Voor jonge gehandicapten zonder arbeidsverleden is er een speciale Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jong gehandicapten (Wajong).
Asymmetrische informatie, averechtse selectie en moreelwangedrag
Bij het afsluiten van een verzekering weet de verzekerde meer over de kans op risico dat hij loopt dan de verzekeringsmaatschappij: er is sprake van ongelijke of asymmetrische informatie.
Averechts selectie wil zeggen dat alleen de slechte risico’s zich verzekeren. In dat geval zal de premie zo sterk stijgen dat verzekeren niet meer zinvol is. De markt faalt in dat geval.
Van moreel wangedrag is sprake als iemand meer risico’s neemt omdat hij verzekerd is. Door invoering van een eigen risico proberen verzekeringen dit tegen te gaan.
Omslagstelsel en kapitaaldekkingsstelsel
De meeste particuliere en sociale verzekeringen werken volgens het omslagstelsel: de premies die ze nu ontvangen worden gebruikt om nu uitkeringen te doen.
Pensioenen, levensverzekeringen en uitvaartverzekeringen werken volgens het kapitaaldekkingsstelsel. Gedurende een groot deel van het leven betalen mensen premies die door de verzekeraar belegd worden om later de uitkering te kunnen betalen. Er is hierbij weer sprake van ruilen over de tijd (men spaart voor later).
Links
Sociale zekerheid: video NTR (15 minuten).
Averechtse selectie: Video (12 min) YouTube.
Moreel wangedrag: Video (8 min) YouTube.
De Sociale Verzekeringsbank (AOW, ANW, Kinderbijslag, etc..): website.
Meer informatie over de sociale zekerheid (ziektewet, Wajong, AWBZ): website.
Leerdoelen hoofdstuk 6
Leerlingen kunnen
• twee verschillen tussen particuliere verzekeringen en sociale verzekeringen beschrijven.
• twee verschillen tussen werknemersverzekeringen en volksverzekeringen beschrijven.
• het verband tussen risico en premiehoogte verklaren.
• het verband tussen solidariteit en premieheffing beschrijven.
• uitleggen waarom er bij acceptatieplicht geen averechtse selectie is.
• het verschil tussen omslagstelsel en kapitaaldekkingsstelsel uitleggen.
• het gevolg van een eigen risico verklaren.

Begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 6

acceptatieplicht
De verzekeraar is verplicht iedereen die zich aanmeldt te verzekeren tegen dezelfde premie.
asymmetrische informatie
De ene partij beschikt over meer informatie dan de andere partij.
averechtse selectie
Averechtse selectie houdt in dat de mensen met een hoog risico (‘slechte risico’s’) zich wel verzekeren en de mensen met een laag risico (‘goede risico’s’) niet.
collectief
Gemeenschappelijk
eigen risico
Het bedrag dat je als verzekerde bij schade zelf moet betalen.
inkomensafhankelijk
De hoogte van een subsidie of bijdrage is afhankelijk van de hoogte van het inkomen.
kapitaaldekkingsstelsel
Uit individuele premiebetaling wordt vermogen gevormd voor de financiering van uitkeringen in de toekomst.
marktwerking
Het (automatisch) tot stand komen van een evenwichtprijs voor een goed of dienst.
moral hazard (= moreel wangedrag)
Het gevaar dat mensen of instellingen zich achteloos en onverantwoordelijk gaan gedragen, als ze zelf niet opdraaien voor de kosten.
moreel wangedrag
Zie moral hazard.
omslagstelsel
Ontvangen (sociale) premies in een jaar worden gebruikt om de uitkeringen in dat jaar te betalen.
particuliere verzekering
Overeenkomst tussen een verzekeraar en een verzekerde waarbij de verzekerde een bedrag betaalt aan de verzekeraar die in ruil hiervoor de garantie geeft dat in geval van schade de verzekerde deze schade vergoed krijgt.
risico
Kans op onvoorzien voorval, dat je financieel kosten/schade brengt.
sociale verzekering
Een door de overheid verplicht gestelde verzekering tegen inkomensverlies door werkloosheid, overlijden, ouderdom en ziekte, en tegen hoge kosten door ziekte en kinderen. De overheid regelt de hoogte van de premie en de verzekeringsvoorwaarden.
verzekeren
Het afsluiten van een overeenkomst met een verzekeraar waarbij de verzekerde een bedrag betaalt aan de verzekeraar die in ruil hiervoor de garantie geeft dat in geval van schade de verzekerde deze schade vergoed krijgt.

Extra Oefenopgaven

Dit hoofdstuk heeft enkele extra oefenopgaven. Deze kun je als Word-document downloaden door HIER te klikken.