LWEO

hoofdstuk 7

hoofdstuk 7

Het huishouden

Als je een huis huurt, moet je maandelijks huur betalen aan de eigenaar, maar heb je verder geen onderhoudskosten aan het huis. Het kopen van een huis moet gefinancierd worden. Dat kan door geld te lenen met het huis als onderpand. Een dergelijke hypothecaire lening heeft meestal een looptijd van 30 jaar. Over het geleende bedrag moet hypotheekrente worden betaald. De rente van een hypothecaire lening is aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Het geleende bedrag moet wel worden terugbetaald of afgelost.

Mensen tussen de 30 tot 55 jaar met een gezin hebben vaak opgroeiende kinderen. Samen met de woonlasten zorgt dit ervoor dat de financiële lasten in deze periode relatief hoog zijn. Belangrijke beslissingen gaan over de taakverdeling in het huishouden en of een van de partners stopt met werken of korter gaat werken.

Koopkracht
De koopkracht van het inkomen hangt af van het (nominale) inkomen en de prijzen van de gekochte producten. Als het nominale inkomen procentueel meer toeneemt dan de prijzen, stijgt de koopkracht ofwel het reële inkomen. De stijging van het algemeen prijsniveau heet inflatie.

De berekening van de koopkracht wordt gedaan door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Ze houden rekening met de prijsontwikkeling van de diverse producten en het belang of het gewicht van die producten in de totale uitgaven. Aan de hand van een budgetonderzoek bepaalt het CBS de wegingsfactoren van elke artikelgroep en elk artikel binnen die artikelgroep. De wegingsfactoren geven aan welk deel van de totale uitgaven aan een bepaalde artikelgroep wordt uitgegeven. Jaarlijks verandert het bestedingspatroon en worden de gewichten door het CBS bijgesteld. Door vervolgens na te gaan hoe de prijzen van de diverse producten zich ontwikkelen kan vervolgens een samengesteld gewogen prijsindexcijfer, de consumentenprijsindex (CPI) berekend worden. De CPI wordt door de vakbonden gebruikt om vast te stellen hoe groot de prijscompensatie moet zijn. Door de prijscompensatie in de lonen blijft de koopkracht gelijk.
Door de inflatie wordt de koopkracht van het geld minder.

inks
Consumentenprijsindex (video 9 min.)
Indexcijfers (video 24 min.)

begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 7

budgetonderzoek
Onderzoek naar de bestedingsgewoonten van een modaal gezin.
centraal bureau voor de statistiek (CBS)
Instituut dat gegevens verzamelt over de Nederlandse economie.
consumentenprijsindex (CPI)
Maatstaf voor inflatie. De CPI geeft aan hoeveel procent de kosten van levensonderhoud in een jaar hoger zijn dan in het basisjaar. In formule:

som van (de wegingsfactoren x prijsindexcijfers van de artikelgroepen
som van de wegingsfactoren

geldontwaarding
Daling van de koopkracht van het geld, bijvoorbeeld de euro.
hypothecaire lening
Lening bij een bank, met het huis en of grond als onderpand.
inflatie
Stijging van het algemeen prijsniveau.
nominaal inkomen
Het bedrag dat je in euro’s verdient.
nominale rente
Rentepercentage dat de bank geeft of vraagt voor sparen of lenen.
onroerende goederen (zaken)
Goederen die vast verbonden zijn met de aarde, zoals grond, huizen, gebouwen.
reëel inkomen (= koopkracht)
De hoeveelheid goederen die je met je inkomen kunt kopen.
reële rente
Rentepercentage dat aangeeft met hoeveel procent de koopkracht van het spaargeld per periode is veranderd.
wegingsfactoren
Geven aan welk deel van de totale uitgaven aan een bepaalde artikelgroep wordt uitgegeven.

extra oefenopgaven

Extra oefenopgaven (Word)

huren of kopen

Huren of Kopen

Voordeel huren:
– niet lenen(geen risico), maar gewoon vaste maandelijkse lasten.
– geen zorgen over onderhoud, dat is een taak voor de verhuurder.
– vrijheid, opzeggen en wegwezen.
– huurstijging van de huur is beperkt.
– mogelijkheid van huursubsidie.
– wettelijke huurbescherming.
– steeds meer keuze in huurvormen.
Nadeel huren:
– moderniseren van de woning loont niet. Vaak moet de woning bij vertrek weer in de oorspronkelijke staat opgeleverd worden.
– weinig keuze en mogelijk lange wachttijden.
– huur wordt in de toekomst misschien afhankelijk gemaakt van het inkomen (heeft betrekking op de sociale woningbouw).
Voordeel kopen:
– met een eigen huis doe je wat je wil, jij bent de baas.
– mogelijke waardestijging. Crisis of niet, een huis is een belegging voor de lange termijn.
– meer keuze, geen wachtlijsten voor een goede woning.
– je profiteert van de hypotheekrenteaftrek. en de nationale hypotheekgarantie.
Nadeel kopen:
– het kopen van een huis kost veel geld, zoals overdrachtsbelasting.
– mogelijkheid van waardedaling. Als de markt tegenzit, kan het verkopen van een huis lang duren.
– het onderhoud is voor jou.
– woonlasten kunnen variëren door wijziging rente en onzekerheid over hypotheekrenteaftrek.