LWEO

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 1

De telefoniemarkt

Inhoudsopgave hoofdstuk 1
1.1 Welk telefoonabonnement?
1.2 Een type oplader
1.3 Het marktmechanisme
1.4 Van de markt naar een ondernemer
1.5 Transfer
1.6 Zelftest
Leerdoelen hoofdstuk 1

Volkomen concurrentie
Een markt van volkomen concurrentie of volledige mededinging kenmerkt zich door:
– een groot aantal aanbieders: een individuele producent is klein en heeft geen invloed op de prijs.
– een homogeen product: voor de consument zijn alle exemplaren van het product identiek.
– transparante (doorzichtige) markt: vragers naar en aanbieders van het product zijn op de hoogte van het totale aanbod. Op een transparante markt is slechts één prijs mogelijk, namelijk de laagste.
– vrije toe- en uittreding: er zijn geen belemmeringen om tot een markt toe te treden of eruit te stappen.
Hoeveelheidsaanpasser
De individuele aanbieder heeft geen invloed op de prijs. De prijs is voor de individuele aanbieder een gegeven. Omdat hij streeft naar maximale winst, zal hij net zoveel producten aanbieden dat zijn winst maximaal is. Hij past dus zijn hoeveelheid aan. Daarom heet een aanbieder op een markt van volkomen concurrentie een hoeveelheidsaanpasser.
Prijselasticiteit van de vraag = Procentuele verandering van de vraag
Procentuele verandering van de prijs
Optimale allocatie van productiefactoren.
Het vrije spel van vraag en aanbod wordt ook wel het marktmechanisme of prijsmechanisme genoemd. Als de vraag naar een product toeneemt, stijgt de prijs en krijgen aanbieders de prikkel om meer te gaan produceren, zodat in de extra vraag wordt voorzien. Omgekeerd zullen aanbieders bij een afnemende vraag en dalende prijzen minder aanbieden omdat de productie minder winstgevend is. Door het prijsmechanisme worden de productiefactoren (arbeid, kapitaal, natuur en ondernemerschap) zo ingezet dat zij het beste in de behoeften voorzien. Dit heet optimale allocatie van productiefactoren.
Maximale totale winst
Marginale kosten (MK) zijn de kosten van een extra geproduceerde eenheid.
Marginale opbrengsten (MO) zijn de opbrengsten van een extra geproduceerde en verkochte eenheid.
Zolang de MO groter zijn dan de MK, stijgt de winst.
Constante en variabele kosten
Constante kosten zijn kosten die niet veranderen bij een toe- of afname van de productie.
Variabele kosten zijn kosten die veranderen bij een toe- of afname van de productie.
Bij proportioneel variabele kosten zijn de marginale kosten gelijk aan de gemiddeld variabele kosten. Bij degressief variabele kosten dalen de gemiddeld variabele kosten bij toename van de productie (kortingen) en bij progressief variabele kosten stijgen de gemiddeld variabele kosten bij een toename van de productie (overwerk).

Links:
Prijsvorming op de markt: filmpje van Teleac (15 minuten)
Volkomen concurrentie deel 1: eigenschappen: video (4 minuten).
Volkomen concurrentie deel 2: analyses: video (13 minuten).
Volkomen concurrentie op lange termijn: video (10 minuten).
Volkomen concurrentie: het tekenen van TK, TO, TCK, TW…: video (7 minuten).
Maximale winst: video (8 minuten).
Prijsoorlog: videofilmpje NTR 15 minuten (2009)
Indien een of meer links niet of niet meer werken, gebruik dan een zoekprogramma b.v.http://www.ilse.nl/ of http://www.google.nl/

Leerdoelen hoofdstuk 1
Leerlingen kunnen:
• de kenmerken van de marktvorm volkomen concurrentie benoemen.
• uitleggen hoe het marktmechanisme werkt.
• met behulp van een vraagfunctie en aanbodfunctie de evenwichtsprijs, de evenwichtshoeveelheid en de evenwichtsomzet berekenen.
• de vraaglijn en de aanbodlijn in een grafiek tekenen en het marktevenwicht aangeven.
• verschuivingen van de collectieve vraaglijn en collectieve aanbodlijn verklaren.
• gevolgen van verschuivingen van de vraaglijn en de aanbodlijn voor het marktevenwicht beschrijven.
• de prijselasticiteit van de vraag berekenen en gevolg van de waarde van de prijselasticiteit van de vraag voor de omzet uitleggen.
• kostenfuncties en opbrengstenfuncties in een grafiek tekenen.
• voorbeelden geven van constante kosten en variabele kosten.
• verklaren dat een producent winst maakt als de totale opbrengst hoger is dan de totale kosten en dit zowel grafisch als rekenkundig onderbouwen.
• uitleggen dat het break-evenpunt een belangrijk omslagpunt is bij de afweging om wel of niet toe te treden tot een markt.
• de relatie tussen totale kosten en gemiddelde kosten verklaren en berekenen.
• met behulp van de kosten- en de opbrengstenlijn de afzet met maximale totale winst afleiden.
• met behulp van de kosten- en de opbrengstenfunctie de afzet met maximale totale winst berekenen.
• uitleggen dat de totale winst toeneemt zolang de marginale opbrengst hoger is dan de marginale kosten.
• uitleggen dat de totale winst afneemt als de marginale opbrengst lager is dan de marginale kosten.
• uitleggen dat de totale winst maximaal is als de marginale opbrengst gelijk is aan de marginale kosten.

Kernbegrippen hoofdstuk 1
Homogeen product – volkomen concurrentie (volledige mededinging) – heterogeen product – transparante markt – vrije toe- en uittreding – marktmechanisme (prijsmechanisme) – prijselasticiteit van de vraag – allocatie van productiefactoren – break-evenpunt – constante kosten – variabele kosten – proportioneel – gemiddeld variabele kosten – marginale kosten – progressief variabele kosten – degressief variabele kosten.

Begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 1

break-evenafzet
De afzet waarbij de totale opbrengst gelijk is aan de totale kosten: er wordt geen winst gemaakt.
constante kosten
Kosten die niet veranderen als de omvang van de productie/afzet verandert.
doorzichtige markt (= transparante markt)
De vragers naar en aanbieders van een product zijn op de hoogte van het totale aanbod (prijs en andere voorwaarden).
gemiddelde variabele kosten
De variabele kosten per product. Berekening: de totale variabele kosten gedeeld door de geproduceerde hoeveelheid.
heterogeen product
Goederen en diensten waarvan de exemplaren in de ogen van de consument verschillen. Het maakt uit van welke aanbieder het product afkomstig is.
homogeen product
Goederen en diensten waarvan alle exemplaren in de ogen van de consument identiek zijn. Het maakt niet uit van welke aanbieder het product afkomstig is.
marginale kosten
De extra kosten als de productie met één product wordt uitgebreid.
marginale opbrengst
De extra opbrengst als de productie (en afzet) met één product wordt uitgebreid.
marktmechanisme (= prijsmechanisme)
De prijs en de verhandelde hoeveelheid van een product komt tot stand door het vrije spel van vraag en aanbod. Er wordt precies evenveel aangeboden als gevraagd.
prijselasticiteit van de vraag
De verandering van de vraag als gevolg van een verandering van de prijs.
prijsmechanisme (= marktmechanisme)
De prijs en de verhandelde hoeveelheid van een product komt tot stand door het vrije spel van vraag en aanbod. Er wordt precies evenveel aangeboden als gevraagd.
transparante markt (= doorzichtige markt)
De vragers naar en aanbieders van een product zijn op de hoogte van het totale aanbod (prijs en andere voorwaarden).
variabele kosten
Kosten die veranderen als de productieomvang verandert.
volkomen concurrentie (= volledige mededinging)
Een markt met homogene producten, waarop sprake is van vrije toetreding en transparantie. De aanbieder heeft geen invloed op de prijs. De aanbieder is een hoeveelheidsaanpasser.
volledige mededinging (= volkomen concurrentie)
Een markt met homogene producten, waarop sprake is van vrije toetreding en transparantie. De aanbieder heeft geen invloed op de prijs. De aanbieder is een hoeveelheidsaanpasser.
vrije toe- en uittreding
Er zijn geen belemmeringen om tot een markt toe te treden of eruit te stappen, bijvoorbeeld geen vestigingseisen

Extra Oefenopgaven

Dit hoofdstuk heeft enkele extra oefenopgaven. Deze kun je als Word-document downloaden door HIER te klikken.