LWEO

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 2

Van volledige mededinging naar monopolie

Inhoudsopgave hoofdstuk 2
2.1 Monopoliemacht in de telefonie brokkelt af
2.2 Privatisering van de telefoonmarkt
2.3 Transfer
2.4 Zelftest
Leerdoelen hoofdstuk 2

Monopolist
Een monopolist is alleenheerser op een markt omdat hij de enige aanbieder is. In theorie kan hij zelf bepalen welke prijs hij vraagt voor zijn product. Daarom noemen wij hem een prijszetter. Toch is de macht van een monopolist niet onbeperkt.
Een monopolist kan voor een product niet meer vragen dan klanten bereid zijn te betalen. De betalingsbereidheid van de consument is af te leiden uit de collectieve vraaglijn. De collectieve vraaglijn is tevens de prijsafzetlijn van de monopolist want deze geeft weer hoeveel de monopolist verkoopt bij verschillende prijzen.
In tegenstelling tot de markt van volkomen concurrentie waar de prijsafzetlijn een horizontaal verloop heeft (de prijs is daar een gegeven) heeft de prijsafzetlijn van de monopolist een dalend verloop. Naarmate de prijs daalt zal de monopolist meer verkopen.
Totale winst
Een monopolist kan streven naar maximale omzet, kostendekking (break-evenafzet) of maximale totale winst (MO = MK).
Voor elke onderneming geldt dat de totale winst toeneemt zolang bij uitbreiding van de productie MO > MK.
TW = TO – TK en TW = (GO – GTK) × q.
Prijsdiscriminatie
Al een monopolist verschillende prijzen in rekening brengt aan verschillend groepen consumenten voor hetzelfde product dan is er sprake van prijsdiscriminatie. Prijsdiscriminatie is alleen mogelijk als de zogenaamde deelmarkten strikt gescheiden zijn.
Privatiseren
Privatiseren is het overhevelen van taken/productie van de overheid naar de marktsector (private sector). Door concurrentie gaan de prijzen omlaag en de kwaliteit omhoog. Maar privatisering kan ook leiden tot onverantwoorde risico’s, winststreven dat ten koste gaat van de service en de kwaliteit en slechtere lonen en arbeidsvoorwaarden voor het personeel.
Links
Prijskartel meelproducenten (geluidsfragment 5 minuten)
Hoezo samen delen: van deeleconomie naar monopolist: Tegenlicht in de klas: 15 minuten.
Privatisering van infrastructurele werken: filmpje van Teleac (15 minuten).
Break-evenpunt: video 8 minuten.
Afromen van consumentensurplus: video 7 min.
Duits bierkartel: website NU
Leerdoelen hoofdstuk 2
Leerlingen kunnen:
• de kenmerken van de marktvorm monopolie beschrijven.
• het gedrag van de monopolist beschrijven.
• de voordelen en nadelen van privatiseren beschrijven.
• uitleggen dat privatiseren de personele inkomensverdeling kan beïnvloeden.
• verklaren op welke wijze een producent streeft naar maximale winst als er sprake is van een monopolie.
• de prijs, de hoeveelheid en de omzet bepalen bij een monopolist die streeft naar maximale winst.
• berekenen van de maximale winst bij een monopolist.
• de prijs, de hoeveelheid en de omzet bepalen bij een monopolist die streeft naar maximale omzet.
• de break-evenafzet bepalen bij monopolie en daarbij de prijs, de hoeveelheid en de omzet berekenen en het break-evenpunt grafisch weergeven.
• berekenen van de maximale omzet bij een monopolist.
• uitleggen wanneer, waarom en op welke wijze het voor producenten voordelig is prijsdiscriminatie toe te passen.
• uitleggen dat een monopolist met prijsdiscriminatie een deel van het totale consumentensurplus kan afromen.
• de afzet en prijs vaststellen bij maximale omzet en daarbij de omzet, de totale kosten en de winst of het verlies berekenen.

Kernbegrippen hoofdstuk 2
Monopolist – collectieve vraaglijn – prijs-afzetlijn – gemiddelde opbrengst – totale opbrengst – marginale opbrengst – kostendekking – break-evenafzet – marginale kosten – betalingsbereidheid – prijsdiscriminatie – privatiseren – innoveren – productinnovatie – procesinnovatie.

Begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 2

betalingsbereidheid
Het maximale bedrag dat een consument voor een product wil betalen.
break-evenafzet
De afzet waarbij de totale opbrengst gelijk is aan de totale kosten: er wordt geen winst gemaakt.
collectieve vraaglijn
Lijn die het verband weergeeft tussen de prijs en de door consumenten gevraagde hoeveelheid van een product. Bij een monopolist is deze lijn tevens de prijsafzetlijn.
gemiddelde opbrengst
De opbrengst per product. De gemiddelde opbrengst is gelijk aan de totale opbrengst gedeeld door het aantal verkochte goederen of diensten. Als alle consumenten dezelfde prijs betalen voor een product is de gemiddelde opbrengst gelijk aan de prijs.
innoveren
Vernieuwen van producten en/of productieprocessen.
marginale kosten
De extra kosten als de productie met één product wordt uitgebreid.
marginale opbrengst
De extra opbrengst als de productie (en afzet) met één product wordt uitgebreid.
monopolist
De enige aanbieder op een markt.
prijsafzetlijn
Deze lijn geeft weer hoeveel er verkocht wordt bij verschillende prijzen.
prijsdiscriminatie
Producenten vragen verschillende prijzen vragen aan verschillende groepen consumenten voor hetzelfde product. Dit kan alleen als de deelmarkten strikt gescheiden zijn.
privatiseren
Productie van de overheid wordt overgeheveld naar de marktsector. De overheid stoot taken af waardoor deze in particuliere handen komen.
procesinnovatie
Het vernieuwen van het productieproces.
productinnovatie
Het invoeren van nieuwe of vernieuwde producten.
totale opbrengst (= omzet)
De waarde van de verkochte producten. Is te berekenen door: verkoopprijs × afzet.

Extra Oefenopgaven

Dit hoofdstuk heeft enkele extra oefenopgaven. Deze kun je als Word-document downloaden door HIER te klikken.