LWEO

Hoofdstuk 4

 

Hoofdstuk 4

De markt levert niet altijd de juiste prijs

Inhoudsopgave hoofdstuk 4
4.1 De markt faalt
4.2 De overheid pakt de prijzen aan
4.3 Loonvorming
4.4 Verplicht lid van een vakbond?
4.5 Transfer
4.6 Zelftest
Leerdoelen hoofdstuk 4

Marktfalen
De uitkomsten van de vrije markt zijn ongewenst als de prijzen te hoog of te laag zijn, de markt goederen produceert die niet gewenst zijn of te veel of te weinig goederen produceert. We spreken dan van marktfalen. Door prijsregulering kan de overheid te hoge of te lage prijzen aanpakken.
Maximumprijs
Een maximumprijs (of maximumtarief) is ingevoerd om de consument te beschermen tegen te hoge prijzen. Blijkbaar is de concurrentie op de markt onvoldoende om hoge prijzen te voorkomen. Door het instellen van een maximumprijs (ligt onder de evenwichtsprijs) ontstaat er een vraagoverschot of aanbodtekort. Een voorbeeld van een maximumprijs is de huur van woningwetwoningen.
Minimumprijs
Een minimumprijs beschermt de producent tegen een te lage prijs. Om boeren een redelijk inkomen te verschaffen zijn er door de Europese overheid minimumprijzen ingevoerd voor bepaalde landbouwproducten als graan, melk en boter.
Minimumprijzen worden ook wel garantieprijzen (de overheid garandeert die prijs) of interventieprijzen (de overheid intervenieert) genoemd. Bij minimumprijzen ontstaan er aanbodoverschotten (vraagtekorten) die door de overheid opgekocht worden tegen de minimumprijs. Omdat de minimumprijs voor melk geleid heeft tot zeer grote overschotten, is de minimumprijs op melk vervangen door een quotumsysteem. Melkboeren mogen slechts een bepaalde maximumhoeveelheid melk produceren. Als ze meer produceren krijgen ze een boete.
Arbeidsvoorwaarden
We maken onderscheid tussen:
– primaire arbeidsvoorwaarden: de hoogte van het loon en de arbeidstijd:
– secundaire arbeidsvoorwaarden: de rest zoals scholingsfaciliteiten, kinderopvang, etc..
Arbeidsovereenkomst
Iedereen die werkt sluit een individuele arbeidsovereenkomst met zijn werkgever (dat is een overeenkomst tussen één werkgever en één werknemer). Hierin wordt in ieder geval de functie, het aantal uren dat iemand gaat werken en de hoogte van het loon vastgelegd. Voor de rest zijn de arbeidsvoorwaarden zoals geregeld in een cao van toepassing. In een cao (collectieve arbeidsovereenkomst) zijn afspraken vastgelegd tussen vakbonden en werkgever(sbonden).
Door het algemeen verbindend verklaren door de minister van sociale zaken en werk is de cao van toepassing op de gehele bedrijfstak.
Onderhandelen en meeliften
Bij het onderhandelen (bijvoorbeeld over een cao) is geloofwaardigheid (doen wat je zegt) en zelfbinding (je bindt je aan de afspraak die gemaakt is) essentieel.
Het profiteren van de inspanning van anderen heeft meeliftersgedrag. Meeliftersgedrag kan individueel rationeel zijn, maar leidt tot een minder optimale oplossing. Als iedereen meelift en geen lid wordt van een vakbond, kan een vakbond niet bestaan en zullen de arbeidsvoorwaarden voor de werknemers verslechteren. Om meeliftersgedrag te vermijden is collectieve dwang een oplossing. Iedereen moet dan bijvoorbeeld lid zijn van een vakbond.

Links:
Overheidsingrijpen in prijsvorming: filmpje van Teleac (15 minuten).
Uitleg over maximum en mimimum prijs.
Verlaging maximum roamingtarief: website.

Leerdoelen hoofdstuk 4
Leerlingen kunnen:

• uitleggen waarom de markt soms faalt.
• uitleggen waarom de overheid een maximumprijs vaststelt.
• uitleggen dat bij een maximumprijs een vraagoverschot ontstaat en het vraagoverschot grafisch aangeven.
• uitleggen waarom de overheid een minimumprijs vaststelt.
• uitleggen dat bij een minimumprijs een aanbodoverschot ontstaat en het aanbodoverschot grafisch aangeven.
• verklaren dat het mechanisme van vraag en aanbod kan leiden tot inefficiënte uitkomsten.
• beschrijven dat de overheid kan ingrijpen met behulp van prijsregulering (minimumprijzen en maximumprijzen) en dit ingrijpen grafisch onderbouwen.
• voordelen en nadelen noemen van een collectieve arbeidsovereenkomst ten opzichte van een individuele arbeidsovereenkomst voor werkgevers en werknemers.
• arbeidsvoorwaarden onderscheiden naar primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden.
• het belang van de organisatiegraad van werknemers uitleggen.
• het meeliftersgedrag van niet-vakbondsleden uitleggen.
• uitleggen dat zelfbinding belangrijk is bij onderhandelingen.

Kernbegrippen hoofdstuk 4
Marktfalen – economische machtsvorming – maximumprijs – vraagoverschot – aanbodtekort – minimumprijs – garantieprijs – interventieprijs – buffervoorraad – quotumsysteem – accijns – minimumloon – structurele werkloosheid – primaire arbeidsvoorwaarden – secundaire arbeidsvoorwaarden – individuele arbeidsovereenkomst – collectieve arbeidsovereenkomst –  organisatiegraad – zelfbinding – meeliftersgedrag – free-ridergedrag – collectieve dwang.

Begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 4

aanbodoverschot
Het aanbod is bij een bepaalde prijs groter dan de vraag.
aanbodtekort
Er is meer vraag dan aanbod naar een product.
accijns
Een indirecte belasting die wordt geheven op  producten met als doel het gebruik van die producten af te remmen. Bijvoorbeeld: accijns op tabak.
collectieve arbeidsovereenkomst
(cao) Overeenkomst tussen werkgever of werkgeversbonden en georganiseerde werknemers (vakbonden) over de lonen en andere arbeidsvoorwaarden, die in de individuele arbeidsovereenkomst moeten worden gerespecteerd.
collectieve dwang
Druk die wordt uitgeoefend om te zorgen dat iedereen zich aan een regel houdt. Dit kan door vastgelegde regels (wetten) die met sancties worden gehandhaafd, maar ook met ongeschreven regels, sociale normen. Hier: Het verplicht stellen van het vakbondslidmaatschap.
economische machtsvorming
Bedrijven hebben zoveel macht dat zij zich kunnen gedragen als een monopolist. Hierdoor komt een lagere productie of een hogere prijs tot stand dan in een markt met volledige mededinging.
free-ridergedrag
Zie meeliftersgedrag.
garantieprijs
Door de overheid gegarandeerde prijs die de aanbieder ontvangt voor zijn product.
individuele arbeidsovereenkomst
Arbeidsovereenkomst tussen één werkgever en één werknemer.
interventieprijs
Zie garantieprijs.
maximumprijs
Een door de overheid bepaalde prijs met als doel de consument te beschermen.
meeliftersgedrag
Gratis profiteren van de inspanningen van anderen.
minimumloon
Het loon dat iemand van 23 jaar wettelijk moet krijgen.
minimumprijs
Een door de overheid bepaalde prijs met als doel het aanbod te behouden en een redelijk inkomen voor de producenten.
organisatiegraad
Het percentage werknemers dat is aangesloten bij een vakbond.
prijsregulering
Prijsbeïnvloeding door de overheid.
primaire arbeidsvoorwaarden
Arbeidsvoorwaarden die betrekking hebben op het loon en de normale arbeidstijd.
quotumsysteem
Producenten worden beperkt in de hoeveelheid die zij mogen produceren. Er is een wettelijk maximum vastgesteld.
secundaire arbeidsvoorwaarden
Arbeidsvoorwaarden die betrekking hebben op andere dan primaire arbeidsvoorwaarden zoals vakantieregelingen, duur van de middagpauze, reiskostenvergoedingen, kinderopvang, scholing, auto van de zaak, enzovoort.
structurele werkloosheid
Werkloosheid die ontstaat door blijvende veranderingen in de economie zoals het vervangen van arbeid door machines, verplaatsing van productie naar lagelonenlanden, verslechtering van de internationale concurrentiepositie en door te hoge lonen.

vraagoverschot
Er is meer vraag dan aanbod naar een product.
vraagtekort
Er is meer aanbod dan vraag naar een product.
zelfbinding
Openlijk deelname uitspreken met als doel anderen tot samenwerking te bewegen. Hier: Je verbinden aan bepaalde afspraken.

Extra Oefenopgaven

Extra oefenopgaven hoofdstuk 4 van Markt en Overheid tweede druk. Dit kun je als Word-document downloaden door HIER te klikken.
Extra oefenopgaven hoofdstuk 4 van Markt en Overheid derde druk. Dit kun je als Word-document downloaden door HIER te klikken.