LWEO

hoofdstuk 5

hoofdstuk 5

De overheid bemoeit zich er mee

Collectieve goederen zijn goederen waar behoefte aan is, maar die niet via de markt worden geleverd. De markt faalt bij de levering van deze goederen. De productie en levering van collectieve goederen hoort tot de kerntaken van de overheid. Met collectieve dwang via belastingheffing kan zij ervoor zorgen dat iedereen meebetaalt.

Sommige individuele goederen worden door de overheid geleverd, terwijl ze ook door de markt geleverd zouden kunnen worden. We spreken dan van quasicollectieve goederen. De overheid doet dit om de toegankelijkheid te bevorderen of om de kwaliteit te bewaken. Onderwijs is een quasicollectief goed in Nederland: kinderen hoeven niet te betalen om naar school te gaan.

De nadelige gevolgen van productie en consumptie, die niet in de prijs zijn opgenomen, noemen we negatieve externe effecten. De producent houdt bij zijn berekeningen alleen rekening met de interne of private kosten. Dat zijn de werkelijke uitgaven aan bijvoorbeeld de lonen en de grondstoffen. Voor de maatschappij als geheel behoren de externe kosten wel tot de kosten. De maatschappelijke kosten zijn de som van de interne en de externe kosten. Omdat producenten alleen te maken hebben met de interne kosten is er sprake van marktfalen: de producten worden te goedkoop aangeboden en er wordt maatschappelijke gezien teveel geproduceerd en geconsumeerd. Om de negatieve externe effecten tegen te gaan, is ingrijpen van de overheid nodig.

Er zijn ook positieve externe effecten, dat wil zeggen dat anderen van de productie profiteren zonder ervoor te betalen. Bij positieve externe effecten produceert de markt hierdoor te weinig. Als bij de productie of de consumptie externe effecten optreden spreken we dus van marktfalen.

links
Accijnzen (video 8 min.)
Samenwerken en onderhandelen (video 15 min.)
Praktisch advies van overheid over uw rechten als consument (www.consuwijzer.nl)
Keurmerkinstituut (www.keurmerk.nl)
Autoriteit Consument & Markt (www.acm.nl)
Autoriteit Financiële Markten (www.afm.nl)

begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 5

collectieve dwang
Druk die wordt uitgeoefend om te zorgen dat iedereen zich aan een regel houdt. Dit kan door vastgelegde regels (wetten) die met sancties worden gehandhaafd, maar ook met ongeschreven regels, sociale normen.
collectieve goederen
Goederen waar wel behoefte aan is, maar die niet door de markt worden geleverd, omdat het onmogelijk is gebruikers die niet betalen uit te sluiten van het gebruik van het product. Daarnaast zijn collectieve goederen niet- rivaliserende goederen, dat wil zeggen dat de consumptie van de ene gebruiker niet ten koste gaat van de consumptie van de andere gebruiker.
concentratie van marktmacht
Goederen en diensten worden door een kleiner aantal bedrijven aangeboden.
externe kosten
Kosten van productie en consumptie die niet in de prijs zijn opgenomen.
free rider
Iemand die profiteert van de inspanningen van een ander.
fusie
Bedrijven gaan samen in een nieuw bedrijf.
individueel goed
Goederen die uitsluitbaar zijn en rivaliserend.
individuele prijs
De prijs die een consument betaalt voor een product.
interne kosten (= private kosten)
De werkelijke uitgaven van de producent.
maatschappelijke kosten
Kosten van economisch handelen voor de samenleving.
marktfalen
Op de markt komt geen optimale situatie tot stand.
meeliften
Profiteren van de inspanningen van een ander.
negatieve externe effecten
Gevolgen van productie en/of consumptie die negatief zijn voor de welvaart van anderen en die niet verrekend zijn in de prijs van het product.
niet-rivaliserend goed
Consumptie van de een gaat niet ten koste van de consumptie van de ander.
niet-uitsluitbaar goed
Niet betalende gebruikers kunnen niet worden uitgesloten van het gebruik van het goed.
octrooi
Alleenrecht op het commerciële gebruik van een uitvinding.
overname
Een sterk bedrijf koopt een zwakker bedrijf op, meestal door meer dan de helft van de aandelen op te kopen.
positieve externe effecten
Gevolgen van productie en/of consumptie die positief zijn voor de welvaart van anderen en die niet verrekend zijn in de prijs van het product.
private kosten
Zie interne kosten.
quasicollectieve goederen
Individuele goederen en diensten die geleverd zouden kunnen worden door de markt, maar die (deels) worden geleverd door de overheid.
zelfbinding
Bij marktpartijen: Openlijk deelname uitspreken met als doel anderen tot samenwerking te bewegen. Bij arbeidsvoorwaardenonderhandelingen: Je vooraf verbinden aan bepaalde afspraken (bijvoorbeeld maximaal 1% meer loon).

extra oefenopgaven

Extra oefenopgaven (Word)