LWEO

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 2

Met de taxi of met de fiets

Inhoudsopgave hoofdstuk 2
2.1 Het marktaandeel
2.2 Opbrengst, kosten en winst van een taxibedrijf
2.3 De designfiets
2.4 Marginale opbrengst en marginale kosten
2.5 Transfer
2.6 Zelftest

Opbrengst, totale kosten en winst
De opbrengst of omzet wordt uitgedrukt in geld (euro’s) en is gelijk aan de afzet maal de verkoopprijs. De afzet wordt uitgedrukt in stuks, kilogram, liters, etc.
De totale kosten zijn gelijk aan de totale constante (ook wel vaste) kosten plus de totale variabele kosten. Constante kosten veranderen niet als er meer of minder geproduceerd wordt. Variabele kosten veranderen met de productieomvang.
De totale opbrengst min de totale kosten is gelijk aan de winst.
Marktaandeel
Het marktaandeel van een onderneming kan uitgedrukt worden in afzet of in omzet.
Het marktaandeel in afzet is gelijk aan de afzet van een onderneming in procenten van de afzet van de totale markt. Het marktaandeel in omzet is gelijk aan de omzet van een onderneming in procenten van de omzet van de totale markt.
Break-evenafzet
De break-evenafzet is die afzet (aantal, stuks) waarbij een onderneming quitte speelt. Dit wil zeggen dat de opbrengst gelijk is aan de totale kosten. De winst is dus nul.
De break-evenomzet is gelijk aan de break-evenafzet maal de verkoopprijs.
De marginale opbrengst (MO) is de opbrengst van de laatst verkochte eenheid. De marginale kosten (MK) zijn de kosten van de laatst geproduceerde eenheid. Zolang MO groter is dan MK neemt de winst toe als de productie toeneemt. Omgekeerd neemt de winst af zodra MK groter is dan MO. De winst is maximaal als MO = MK.

Links:
Kosten en opbrengsten: videofilmpje (9 minuten)
Alles over het break-evenpunt: videofilmpje (9 minuten)

Leerdoelen hoofdstuk 2
Leerlingen kunnen:
• het marktaandeel in procenten van de afzet en in procenten van de omzet berekenen en het verschil in uitkomst tussen die twee verklaren.
• het verschil beschrijven tussen variabele kosten en constantie kosten.
• voorbeelden geven van constante en variabele kosten.
• lijnen tekenen van TVK, TCK,TK, GVK, GCK en GTK en het verloop van die lijnen verklaren.
• uit de totale kosten de gemiddelde kosten berekenen en omgekeerd.
• met behulp van de verkoopprijs, de gemiddelde variabele kosten en de totale constante kosten de winst of het verlies berekenen bij elke productie.
• een kostenfunctie en opbrengstenfunctie interpreteren en tekenen in een grafiek.
• met behulp van kostengegevens en opbrengstengegevens de break-evenafzet en break-evenomzet berekenen en deze aflezen uit een grafiek.
• met voorbeelden uitleggen dat het break-evenpunt een belangrijk omslagpunt is bij de afweging om wel of niet toe te treden tot een markt en dit zowel grafisch als rekenkundig onderbouwen.
• verklaren dat de totale winst maximaal is als de marginale kosten en de marginale opbrengst aan elkaar gelijk zijn.
• toelichten dat uitbreiding van de productie winstgevend (verliesgevend) is voor een producent als MO > MK (MO < MK).

Kernbegrippen hoofdstuk 2
Marktaandeel – totale opbrengst – omzet – constante kosten – afschrijvingskosten – variabele kosten – totale kosten – totale winst – break-evenpunt – break-evenafzet – break-evenomzet – gemiddelde kosten – productiecapaciteit – marginale opbrengst – marginale kosten.

Begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 2

afschrijvingskosten
De waardevermindering van duurzame productiemiddelen (meestal per jaar gerekend).
break-evenafzet
De afzet waarbij de totale opbrengst gelijk is aan de totale kosten: er wordt geen winst gemaakt.
break-evenomzet
De omzet waarbij de totale opbrengst gelijk is aan de totale kosten.
break-evenpunt
Het punt waar de lijn van de totale opbrengst de lijn van de totale kosten snijdt.
constante kosten
Kosten die niet veranderen als de omvang van de productie/afzet verandert.
gemiddelde kosten
De kosten per product. Je berekent de gemiddelde kosten door de totale kosten te delen door de productieomvang.
marginale kosten
De extra kosten als de productie met één product wordt uitgebreid.
marginale opbrengst
De extra opbrengst als de productie (en afzet) met één product wordt uitgebreid.
marktaandeel
Het marktaandeel geeft weer welk deel van de totale markt in handen is van een onderneming. Het marktaandeel kan worden weergegeven in een percentage van de verkochte aantallen of in een percentage van de omzet. Degene met het grootste marktaandeel is marktleider.
omzet (= totale opbrengst)
De waarde van de verkochte producten. Is te berekenen door: verkoopprijs × afzet.
productiecapaciteit
De hoeveelheid goederen die een land of een bedrijf maximaal kan produceren in een periode (meestal een jaar).
totale kosten
De som van de totale constante (TCK) en de totale variabele kosten (TVK).
totale opbrengst (= omzet)
De waarde van de verkochte producten. Is te berekenen door: verkoopprijs × afzet.
totale winst
Het verschil tussen de totale opbrengst (TO) en de totale kosten (TK).
variabele kosten
Kosten die veranderen als de productieomvang verandert.

Extra Oefenopgaven

Dit hoofdstuk heeft enkele extra oefenopgaven. Deze kun je als Word-document downloaden door HIER te klikken.