LWEO

hoofdstuk 5

hoofdstuk 5

Het beroepsgoederenvervoer over de weg

Aan de hand van het beroepsgoederenvervoer en de arbeidsmarkt voor vrachtwagenchauffeurs komen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt aan bod en wordt uitgelegd waarom de perfecte arbeidsmarkt niet altijd feilloos werkt.

De arbeidsmarkt is het geheel van vraag naar arbeid en aanbod van arbeid. Het aanbod van arbeid wordt gevormd door alle personen die kunnen en willen werken van 15 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd. Dit is de beroepsbevolking. De beroepsbevolking bestaat uit werknemers in loondienst, zelfstandigen en geregistreerde werklozen. De vraag naar arbeid komt van bedrijven en overheidsinstellingen die personeel nodig hebben. Als nog niet in de vraag voorzien is, is er sprake van vacatures. De totale vraag bestaat dus uit werknemers in loondienst, zelfstandigen en vacatures. Het loon waarbij vraag en aanbod van arbeid aan elkaar gelijk zijn, is het evenwichtsloon. Iedereen die tegen dit loon wil werken, kan werken. Er is niemand onvrijwillig werkloos.

De arbeidsmarkt kan worden weergegeven in een grafiek, waarin L het loon en Qa en Qv het aanbod en de vraag naar arbeid weergeven. De vraag- en aanbodfuncties kunnen verschuiven als bij hetzelfde loon het aanbod van arbeid toe- of afneemt of als bij hetzelfde loon de vraag naar arbeid toe- of afneemt. Het aanbod van arbeid kan toenemen als gevolg van immigratie of het verhogen van de AOW-leeftijd, de vraag naar arbeid kan bijvoorbeeld toenemen omdat als gevolg van een toename van de export de productie toeneemt. Er komt dan een nieuw evenwicht tot stand met een lager of hoger loon.

Werknemerssurplus en werkgeverssurplus
In een evenwichtssituatie werken bijvoorbeeld 6 miljoen werknemers tegen een loon van € 30 per uur. Er zijn werkgevers die bereid zijn om meer loon te betalen: zij hebben een voordeel. Hun totale voordeel noemen we het werkgeverssurplus. Ook zijn er werknemers bereid om tegen een lager loon te werken. Zij hebben ook een voordeel. Hun totale voordeel noemen we het werknemerssurplus. Bij het evenwichtsloon is de som van het werknemerssurplus en het werkgeverssurplus maximaal. Het totale voordeel voor werknemers en werkgevers samen is maximaal. Het surplus levert welvaartswinst. Een ander loon zal altijd een verlies aan welvaart opleveren.

grafiek1vervoer2

Links
Hoe teken ik een vraaglijn (video 9 min.)
Hoe teken ik een aanbodlijn (video 9 min.)
Vraag, aanbod en marktevenwicht (video 10 min.)

begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 5

aanbod van arbeid
Personen tussen de 15 en 65 jaar die willen en kunnen werken: zij bieden hun arbeid(skracht) aan op de arbeidsmarkt. Bestaat uit de mensen in loondienst, de zelfstandigen en de geregistreerde werklozen

algemeen verbindend verklaren
De cao die tot stand is gekomen in overleg met de vakbonden en de werkgever(s) wordt bij wet van toepassing voor de gehele bedrijfstak.

arbeidsmarkt
Vraag naar en aanbod van arbeid.

asymmetrische informatie
De ene partij (werknemer) beschikt over meer informatie dan de andere partij (werkgever), of omgekeerd.

beroepsbevolking
Alle personen tussen de 15 en 65 jaar die betaald werk kunnen en willen verrichten (voor 12 of meer uur per week) en daarvoor op korte termijn beschikbaar zijn. De beroepsbevolking bestaat uit werknemers, werklozen en zelfstandigen en wordt onderscheiden in de werkzame beroepsbevolking en de werkloze beroepsbevolking.

betalingsbereidheid
Het aantal werknemers dat een werkgever in dienst wil nemen bij een bepaald loon.

collectieve arbeidsovereenkomst (cao)
Overeenkomst tussen werkgever of werkgeversbonden en georganiseerde werknemers (vakbonden) over de lonen en andere arbeidsvoorwaarden, die in de individuele arbeidsovereenkomst moeten worden gerespecteerd.

evenwichtshoeveelheid
Vraag en aanbod bij de evenwichtsprijs.

evenwichtsloon
Het loon waarbij er evenwicht is op de arbeidsmarkt. Bij dat loon is de vraag naar arbeid gelijk aan het aanbod van arbeid.

homogeen product
Producten die in de ogen van de consument volstrekt identiek zijn.

marktevenwicht
Vraag en aanbod zijn aan elkaar gelijk.

marktimperfecties (marktonvolkomenheden)
De markt werkt niet volgens het model.

minimumloon
Het loon dat iemand van 23 jaar wettelijk moet krijgen.

participatiegraad (deelnemingspercentage)
Het percentage dat aangeeft hoeveel procent van de bevolking van 15 tot 65 werkt of wil werken.

transparante markt
De markt is transparant (doorzichtig) als de deelnemers aan het economisch proces volledig op de hoogte zijn van de marktsituatie, dat wil zeggen dat de kopers en verkopers weten welke producten en kwaliteiten er aangeboden worden, waar en tegen welke prijzen, wie wat wil kopen en verkopen enzovoorts.

vacature
Onbezette arbeidsplaats waarvoor personeel wordt gezocht.

vraag naar arbeid
De hoeveelheid arbeid(-skrachten) die de werkgevers gezamenlijk willen “kopen” (= in dienst nemen). Bestaat uit werkgelegenheid en vacatures. Anders geformuleerd: bestaat uit de vraag naar werknemers, de vraag naar arbeidskracht van zelfstandigen en de vacatures.

vrije toetreding en uittreding
Er zijn geen belemmeringen om tot een markt toe te treden, zoals vestigingseisen en er zijn geen belemmeringen om uit een markt te stappen.

werkgelegenheid
Is gelijk aan het aantal feitelijk bezette banen in een land (arbeidsvolume). Deze wordt meestal uitgedrukt in arbeidsjaren maar kan ook uitgedrukt worden in personen.
Als de werkgelegenheid uitgedrukt is in arbeidsjaren betekent dit dat alle bezette banen omgerekend worden naar voltijdbanen.
Bij de werkgelegenheid uitgedrukt in personen telt elke werkende, in deeltijd of in voltijd, als één persoon.
De werkgelegenheid bestaat uit werknemers en de zelfstandigen.

welvaartswinst
Werkgeverssurplus + werknemerssurplus

werkgeverssurplus
Het voordeel dat vragers naar arbeid hebben als ze niet zoveel loon hoeven te betalen als ze bereid waren te doen (welvaart verhogend).

werknemerssurplus
Het voordeel dat aanbieders van arbeid hebben als ze meer loon krijgen dan het loon die voor hen voldoende was geweest.

 

extra oefenopgaven

Extra oefenopgaven (Word)