LWEO

hoofdstuk 6

hoofdstuk 6

Hoe gevoelig is de automobilist?

Autorijden beïnvloedt niet alleen de welvaart van de mensen die autorijden, maar ook die van anderen. Als iemand besluit met de auto te gaan kan er een file ontstaat, waar hij niet alleen zelf last van heeft, maar ook de andere weggebruikers. Bovendien kan er eerder een ongeluk gebeuren met meer auto’s op de weg. Ook neemt de milieuvervuiling toe wanneer er meer auto’s rijden. Dat zijn allemaal gevolgen waar anderen last van kunnen hebben. Economen zeggen dan dat er sprake is van een extern effect. Een extern effect is een gevolg van productie en/of consumptie voor de welvaart van anderen die niet in de prijs van het product is doorberekend. Negatieve externe effecten verminderen de welvaart, positieve externe effecten vergroten de welvaart.

Bij de keuze van productie en/of consumptie spelen private opbrengsten en private kosten de belangrijkste rol. Maatschappelijke kosten en maatschappelijke opbrengsten − dat zijn kosten of opbrengsten voor anderen – spelen geen of een ondergeschikte rol. De overheid probeert dit te corrigeren door het heffen van belastingen op schadelijke producten en door het geven van subsidies op producten die positieve effecten hebben. Door het heffen van accijns op benzine worden de externe effecten van het autorijden (stank, lawaai) doorberekend in de benzineprijs. Hierdoor worden externe effecten intern gemaakt: ze worden geïnternaliseerd.

Hoe sterk de consument reageert op prijsveranderingen van een product is afhankelijk van de prijselasticiteit van de vraag.
De prijselasticiteit van de vraag (Ev) geeft aan met hoeveel procent de vraag naar een goed verandert als de prijs met 1 procent stijgt. In formule:

de procentuele verandering van de vraag
Ev = ——————————————————–
de procentuele verandering van de prijs

 
De prijselasticiteit is bij verreweg de meeste producten een negatief getal: als de prijs stijgt, daalt de gevraagde hoeveelheid. En als de prijs daalt, stijgt de gevraagde hoeveelheid.

Een stijging van het inkomen leidt in het algemeen tot een grotere vraag naar producten. Producten waarvan je meer gaat kopen als het inkomen stijgt, noemen we normale goederen. De normale goederen worden onderverdeeld in primaire goederen (eerste levensbehoeften) en luxe goederen. Producten waarvan je minder koopt bij een inkomensstijging heten inferieure goederen.

De inkomenselasticiteit van de vraag (Ey) geeft aan met hoeveel procent de vraag naar een goed verandert als het inkomen met 1% stijgt.

de procentuele verandering van de vraag
Ey = ————————————————————
de procentuele verandering van het inkomen

 
links
Prijselasticiteit van de vraag (video 5 min.)
Prijselasticiteit deel 1 (video 6 min.)
Prijselasticiteit deel 2 (video 5 min.)
Prijselasticiteit deel 3 (video 5 min.)
Inkomenselasticiteit (video 10 min.)

begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 6

extern effect
Een gevolg van productie en/of consumptie voor de welvaart van anderen die niet in de prijs van het product is doorberekend.

inferieur goed
Product waarvan de vraag afneemt als het inkomen stijgt.

inkomenselasticiteit van de vraag
De verandering van de vraag als gevolg van een verandering van het inkomen.

luxe goed
Product waarvan de vraag meer dan evenredig toeneemt als je inkomen stijgt.

maatschappelijke kosten
Kosten van economisch handelen voor de samenleving.

maatschappelijke opbrengsten
Opbrengsten van economisch handelen voor de samenleving.

negatieve externe effecten
Gevolgen van productie en/of consumptie die negatief zijn voor de welvaart van anderen en die niet verrekend zijn in de prijs van het product.

normaal goed
Product waarvan de vraag toeneemt als het inkomen stijgt.

positief extern effect
Gevolgen van productie en/of consumptie die positief zijn voor de welvaart van anderen en die niet verrekend zijn in de prijs van het product.

prijselasticiteit van de vraag
De verandering van de vraag als gevolg van een verandering van de prijs.

prijselastische vraag
De vraag reageert meer dan evenredig op een daling/stijging van de prijs.

prijsinelastische vraag
De vraag reageert minder dan evenredig op een daling/stijging van de prijs.

primair goed
Product waarvan de vraag minder dan evenredig toeneemt als het inkomen stijgt.

profijtbeginsel
De gebruiker van een bepaalde overheidsdienst betaalt hiervoor een directe bijdrage. Bijvoorbeeld bij een paspoort en het ophalen van afval.
 

extra oefenopgaven
Extra oefenopgaven (Word)