LWEO

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 4

Flexibilisering van de arbeidsmarkt

Inhoudsopgave hoofdstuk 4
4.1 Baancreatie en baanvernietiging
4.2 Arbeidsmarktflexibiliteit
4.3 Risico en onzekerheid
4.4 Optimaal evenwicht tussen vast en flexibel werk
4.5 Van flexibele baan naar flexibele baan
4.6 Meer flexibiliteit en minder vast
4.7 Transfer
4.8 Zelftest

Baancreatie en baandestructie
In perioden van laagconjunctuur worden meer banen vernietigd dan gecreëerd. Deze baancreatie en baanvernietiging gaat gepaard met een verschuiving van de werkgelegenheid van landbouw naar industrie en tegenwoordig van industrie naar dienstverlening. Deze verschuiving vereist flexibiliteit en mobiliteit van werknemers op de arbeidsmarkt. Werknemers van onrendabele ondernemingen worden ontslagen en moeten op zoek naar een  nieuwe baan. Vaak moeten zij zich omscholen omdat opgebouwde kennis en ervaring niet meer passen in de nieuwe werkomgeving.
Arbeidsmarktflexibiliteit
Arbeidsmarktflexibiliteit is de snelheid waarmee vraag en aanbod op de arbeidsmarkt zich aan elkaar aanpassen. Hoe hoger de ontslagbescherming hoe minder flexibel de arbeidsmarkt. In een flexibele arbeidsmarkt stromen werknemers sneller door naar plekken waar zij het meest nodig zijn en kunnen bedrijven sneller inspelen op veranderingen in de wereld. Hierbij leeft de gedachte dat bij een soepeler ontslagrecht werknemers sneller ontslagen zullen worden door werkgevers, maar omgekeerd ook sneller aangenomen zullen worden zodra het weer goed gaat met het bedrijf.
Risico en onzekerheid
Een vaste baan geeft inkomenszekerheid ook bij ziekte of werkloosheid. Een flexibele baan heeft die voordelen niet. Hier is sprake van een groter risico en meer onzekerheid door schommelingen in werkuren en inkomen.
Optimaal evenwicht tussen vast en flexibel werk
Flexibiliteit gaat samen met risico en onzekerheid. Flexwerkers zouden hiervoor gecompenseerd moeten worden en dus beter betaald worden dan werknemers met een vaste baan. Het tegenovergestelde is echter het geval. We spreken dan ook van marktfalen omdat het optimale maatschappelijke evenwicht tussen vast en flexibel werk niet wordt gevonden. Een mogelijke verklaring voor het falen op de arbeidsmarkt is het bestaan van asymmetrische informatie en de machtspositie van de werkgevers.
Van flexibele baan naar flexibele baan
Er dreigt een tweedeling op de arbeidsmarkt te ontstaan. De insiders hebben vaste contracten, een relatief hoog salaris, goede secundaire arbeidsvoorwaarden, ruime opleidingsmogelijkheden en goede promotiekansen. De outsiders, de mensen met tijdelijke en/of flexibele banen, moeten die allemaal missen.
Meer flexibiliteit en minder vast
Omdat een zekere mate van flexibiliteit noodzakelijk is maar de tweedeling op de arbeidsmarkt tussen vaste en flexibele contracten ongewenst is, wordt er gezocht naar oplossingen om de arbeidsmarkt in zijn geheel iets flexibeler te maken en de flexibele banen meer vastigheid te bieden. Zo wordt de lengte van de WW-uitkering gekort, de hoogte van de ontslagvergoeding verlaagd, het begrip passende arbeid verruimd, de rechtspositie van de flexwerkers versterkt en wordt de werkgever verantwoordelijk voor zijn zieke flexwerkers als hun tijdelijk contract afloopt.
Links
Flexwerkers in Denemarken: (16 minuten).
Versterken positie flexwerkers: website.
De voor- en nadelen van een nulurencontract:  (4 minuten)
Ton Wilthagen over de arbeidsmarkt: (5 minuten)
Dringen op de arbeidsmarkt: (18 minuten)
Leerdoelen hoofdstuk 4
• Uitleggen wat de relatie is tussen het saldo van baancreatie en baanvernietiging en de conjuncturele situatie.
• Uitleggen wat het verband is tussen ontslagbescherming en arbeidsmarktflexibiliteit.
• Uitleggen waarom arbeidsmarktflexibiliteit zo belangrijk is voor het bedrijfsleven.
• Uitleggen waarom een sterke ontslagbescherming de arbeidsproductiviteit en innovativiteit van het bedrijfsleven ten goede kan komen.
• De verschillende soorten flexibele arbeid beschrijven.
• Beschrijven wat de risico’s en onzekerheden zijn van flexibele arbeid.
• Uitleggen waarom er bij een negatief loonverschil tussen flexwerkers en werknemers met een vast contract sprake is van marktfalen.
• Uitleggen waarom asymmetrische informatie en machtspositie van werkgevers kan leiden tot een lagere beloning van flexwerkers.
• Uitleggen hoe het berovingsprobleem in een arbeidsrelatie kan ontstaan.
• De hoogte van de ontslagvergoeding berekenen.
• De duur van de werkloosheidsuitkering berekenen.
• Uitleggen wat de re-integratieverplichtingen van een werkgever inhouden.
Kernbegrippen hoofdstuk 4
Hoogconjunctuur, laagconjunctuur, arbeidsmarktflexibiliteit, vacatures, ontslagrecht, vaste baan, flexibele schil van de arbeidsmarkt, marktfalen, asymmetrische informatie, berovingsprobleem, passende arbeid, re-integratieverplichting.

Begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 4

hoogconjunctuur
Een situatie waarin de economie sterker groeit dan gemiddeld.
laagconjunctuur
Een situatie waarin de economie minder sterk groeit dan gemiddeld of zelfs stagneert.
arbeidsmarktflexibiliteit
Is de snelheid waarmee vraag en aanbod op de arbeidsmarkt zich aan elkaar aanpassen.
vacature
Openstaande vraag naar arbeid.
ontslagrecht
Het geheel van regels omtrent het ontslag van een werknemer.
vaste baan
Is gelijk aan een arbeidscontract voor onbepaalde tijd.
flexibele schil van de arbeidsmarkt
Bestaat uit zzp’ers, uitzendkrachten, freelancers, werknemers met een tijdelijk contract en oproepkrachten.
marktfalen
De marktwerking faalt, dat wil zeggen dat de markt geen optimale oplossing tot stand kan brengen.
asymmetrische informatie
De ene partij beschikt over meer informatie dan de andere partij.
berovingsprobleem
Bij een samenwerkingsverband investeert de ene partij meer in de samenwerking dan de andere partij, waardoor de machtsverhouding verandert. passende arbeid
Arbeid die gelet op opleiding en ervaring, in redelijkheid van de arbeidsongeschikte ondernemer kan worden verlangd.
reïntegratieverplichting
De werkgever heeft de verplichting om de werknemer te begeleiden naar een nieuwe baan.