LWEO

hoofdstuk 3

hoofdstuk 3

Loonvorming

Als je gaat werken voor een bedrijf sluit je als werknemer met de werkgever een individueel arbeidscontract. Hierin worden de rechten en plichten van beide partijen (werk verrichten enerzijds en loon betalen anderzijds) vastgelegd. Je verdient minstens een door de overheid vastgesteld minimumloon. Het minimumloon is het loon dat iemand van 23 jaar wettelijk moet krijgen. Voor jongeren is er het minimumjeugdloon. In het arbeidscontract staan de primaire arbeidsvoorwaarden, zoals loon en de normale arbeidstijd. In het contract staan ook de secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals onkostenvergoedingen, reiskostenvergoedingen, pauzeregelingen, vakantieregelingen, verlofregeling, auto van de zaak enzovoort. De arbeidsvoorwaarden zijn gebaseerd op een collectief contract dat geldt voor alle werknemers in een bepaald bedrijf of in een bepaalde bedrijfstak: de Collectieve ArbeidsOvereenkomst, de cao.

Een cao wordt afgesloten tussen de onderhandelaars van de vakbonden en de onderhandelaars van de werkgeversbonden of de directie van een bedrijf. In de cao worden loonsverhogingen afgesproken die voor iedereen in dat bedrijf of die bedrijfstak gelden. De loonstijging in euro’s noemen we de nominale loonstijging. Een nominale loonstijging hoeft niet te betekenen dat je voor het hogere loon ook meer kunt kopen. Daarvoor moet je ook rekening houden met de stijging van de prijzen (inflatie). Als je loon harder stijgt dan de prijzen dan neemt je koopkracht toe. Dit heet een stijging van het reële loon. Een verandering van het reële loon meet je met indexcijfers. Bijvoorbeeld: als het nominale loon 6% stijgt en de prijzen stijgen 4% dan kun je de verandering van het reële loon meten met:

  indexcijfer nominaal inkomen 106
indexcijfer reëel inkomen = —————————————————–  × 100   ——— × 100 = 101,92
  prijsindexcijfer 104

Het reële inkomen is met 101,92 – 100 = 1,92% gestegen.

Naast de prijsstijging moet ook rekening gehouden worden met een stijging van de belastingen en sociale premies.

links
Bereken jouw minimumloon (www.rijksoverheid.nl)
FNV (www.fnv.nl)
CNV (cnv.nl)
NRC-Handelsblad (www.nrc.nl)
Volkskrant (www.vk.nl)
nu.nl (www.nu.nl)

begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 3

arbeidsovereenkomst
Contract waarin de arbeidsvoorwaarden zijn vastgelegd.
arbeidsvoorwaarden
Afspraken tussen werkgever en werknemer over loon, arbeidstijd, vakantieregeling, reiskosten, scholing, onkostenvergoedingen, laptop van de zaak, studiefaciliteiten, enzovoorts.
berovingsprobleem
Bij een samenwerkingsverband investeert de ene partij meer in de samenwerking dan de andere partij, waardoor de machtsverhouding verandert.
collectieve arbeidsovereenkomst
(cao) Overeenkomst tussen werkgever of werkgeversbonden en georganiseerde werknemers (vakbonden) over de lonen en andere arbeidsvoorwaarden, die in de individuele arbeidsovereenkomst moeten worden gerespecteerd.
collectieve dwang
Druk die wordt uitgeoefend om te zorgen dat iedereen zich aan een regel houdt. Dit kan door vastgelegde regels (wetten) die met sancties worden gehandhaafd, maar ook met ongeschreven regels, sociale normen. Hier: Het verplicht stellen van het vakbondslidmaatschap.
free-ridergedrag
Zie meeliftersgedrag.
human capital
Zie menselijk kapitaal.
incidentele loonstijging
Individuele loonsstijging op grond van bijvoorbeeld een verkregen promotie.
individuele arbeidsovereenkomst
Arbeidsovereenkomst tussen één werkgever en één werknemer.
initiële loonstijging
Een loonsverhoging bovenop de prijscompensatie, mogelijk gemaakt door een stijging van de arbeids-productiviteit.
internationale concurrentiepositie
Het vermogen om beter en/of goedkoper te kunnen produceren dan de concurrenten. In de regel wordt hieronder verstaan het kosten- en prijspeil van een land in verhouding tot dat van andere (concurrerende) landen.
koopkracht
(= reëel loon) De hoeveelheid goederen die je met je inkomen kunt kopen.
loonkosten per product
De arbeidskosten om een product te maken.
loonmatiging
Een loonstijging die kleiner is dan de loonruimte.
loonruimte
De ruimte om werknemers een hoger loon te betalen zonder dat dit ten koste gaat van de winst. De loonruimte kan berekend worden door de procentuele arbeidsproductiviteitsstijging en de procentuele prijs¬stijgingen op te tellen.
meeliftersgedrag
Gratis profiteren van de inspanningen van anderen.
menselijk kapitaal
(= human capital) De kennis en vaardigheden die werknemers bezitten en waarover een bedrijf kan beschikken.
minimumjeugdloon
Een percentage van het minimumloon. De hoogte van het percentage is afhankelijk van de leeftijd.
minimumloon
Het loon dat iemand van 23 jaar wettelijk moet krijgen.
nominale loon
Het bedrag dat je in euro’s verdient.
organisatiegraad
Het percentage werknemers dat is aangesloten bij een vakbond.
prijscompensatie
Een loonstijging die gelijk is aan de inflatie, waardoor de koopkracht van het loon gelijk blijft.
primaire arbeidsvoorwaarden
Arbeidsvoorwaarden die betrekking hebben op het loon en de normale arbeidstijd.
reële loon
(= koopkracht) De hoeveelheid goederen die je met je inkomen kunt kopen.
secundaire arbeidsvoorwaarden
Arbeidsvoorwaarden die betrekking hebben op andere dan primaire arbeidsvoorwaarden zoals vakantie-regelingen, duur van de middagpauze, reiskostenvergoedingen, kinderopvang, scholing, auto van de zaak, enzovoort.
vakbond
Organisaties van werknemers (meestal per bedrijfstak).
verzonken kosten
Kosten die als ze eenmaal zijn gemaakt niet meer kunnen worden terugverdiend als een activiteit wordt gestaakt, omdat er geen andere gebruiksmogelijkheden zijn.
werkgeversbond
Organisatie van werkgevers (per bedrijfstak of per bedrijf).
zelfbinding
Openlijk deelname uitspreken met als doel anderen tot samenwerking te bewegen. Hier: Je verbinden aan bepaalde afspraken.

extra oefenopgaven

Extra oefenopgaven (Word)