LWEO

Hoofdstuk 6

Hoofdstuk 6

Arbeidsmigratie

Inhoudsopgave hoofdstuk 6
6.1 Stellingen over arbeidsmigratie
6.2 De praktijk in Nederland
6.3 Zelftest hoofdstuk 6

Binnen de Europese Unie is er vrij verkeer van arbeid. De inwoners mogen in ieder land van de EU werken. Als mensen in een ander land gaan werken, noemen we dat arbeidsmigratie.  De meeste economen zijn van mening dat vrij verkeer van arbeid tot een hoger bbp van Nederland leidt. Volgens veel economen wordt door arbeidsimmigratie de productiefactor arbeid efficiënter ingezet. Ondanks de werkloosheid kunnen sommige vacatures moeilijk opgevuld worden door Nederlandse arbeidskrachten. Ook het verleden laat een positief verband zien tussen arbeidsimmigratie en de mate van economisch succes.

De meeste economen onderschrijven de stelling dat het vooral de laagst opgeleide werknemers zijn die nadelen ondervinden van vrij verkeer van werknemers binnen de EU. Er is soms sprake van verdringing van de Nederlandse laagopgeleide werknemers. Dit geldt met name in de bouw en de transportsector. Hierbij is soms sprake van uitbuiting door het niet nakomen van cao-afspraken en her niet uitkeren van het minimumloon.

Volgens veel economen staat volledig vrije migratie (en dat is anders dan arbeidsmigratie) en de nationale welvaartsstaat op gespannen voet met elkaar. Met de nationale welvaartsstaat bedoelen we een stelsel van sociale zekerheid (sociale uitkeringen) dat ervoor zorgt dat er een vangnet is voor degenen die buiten de boot vallen. Er ontstaat averechtse selectie: door genereuze uitkeringen trek je meer immigranten aan die hier komen met de intentie een uitkering aan te vragen dan immigranten met de intentie succesvol te zijn op de arbeidsmarkt. Hierdoor wordt het systeem uiteindelijk onhoudbaar en onbetaalbaar.

Links
Gastarbeiders (Andere Tijden in de klas): schooltv 15 min,
Werkloos …en dan (videofilmpje van SchoolTV: 7 minuten)
Internationale arbeidsverdeling: Waar is het werk van Philips naar toe? video 10 minuten.
Ik wordt werkloos: wat te doen? Uitleg van UWV.
Onvrijwillig werkloos, De Regel Neef Van Koot en Bie: 8 min.
Kernindicatoren van de Nederlandse economie (CBS).
Geactualiseerde CPB-raming 2013-2014: website.

Leerdoelen hoofdstuk 6
• Uitleggen hoe arbeidsimmigratie tot hogere welvaart kan leiden.
• Uitleggen dat een flexibele arbeidsmarkt meer migranten aantrekt.
• Uitleggen hoe uitbuiting op de arbeidsmarkt in zijn werk gaat..
• Uitleggen waarom sommige buitenlanders eerder bereid zijn ten een loon onder het minimumloon te werken dan Nederlanders.
• Uitleggen hoe bij vrije migratie en vrij beroep op uitkeringen de verzorgingsstaat via averechtse selectie zichzelf opblaast.
• Uitleggen waarom het voor Nederlanders soms niet aantrekkelijk is om vanuit een bijstandsuitkering werk tegen het minimumloon te aanvaarden.
Kernbegrippen hoofdstuk 6
Arbeidsmigratie, uitbuiting, verdringing.

Begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 6

arbeidsmigratie
Mensen die in een ander land gaan werken.
uitbuiting
Van uitbuiting is sprake als mensen onderbetaald worden (onder het minimumloon), veel te lange dagen moeten maken, te hoge huur moeten betalen, etc.
verdringing
Verdringing wil zeggen dat mensen in een bepaalde bedrijfstak (b.v. transport) hun baan verliezen en dat arbeidsmigranten dit werk gaan doen tegen veelal lagere lonen.