LWEO

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 4

Loonvorming in de praktijk

Inhoudsopgave hoofdstuk 4
4.1 Arbeidsvoorwaarden
4.2 Verplicht lid van een vakbond?
4.3 Intermezzo: de koopkracht van het inkomen
4.4 Prijscompensatie en initiële loonstijging
4.5 Lonen en winsten
4.6 Verschillen in beloning
4.7 Menselijk kapitaal
4.8 Transfer
4.9 Zelftest

Arbeidsvoorwaarden
We maken onderscheid tussen:
– primaire arbeidsvoorwaarden: de hoogte van het loon en de arbeidstijd:
– secundaire arbeidsvoorwaarden: de rest zoals scholingsfaciliteiten, kinderopvang, etc..
Arbeidsovereenkomst
Iedereen die werkt sluit een individuele arbeidsovereenkomst met zijn werkgever (dat is een overeenkomst tussen één werkgever en één werknemer). Hierin wordt in ieder geval de functie, het aantal uren dat iemand gaat werken en de hoogte van het loon vastgelegd. Voor de rest zijn de arbeidsvoorwaarden zoals geregeld in een cao van toepassing. In een cao (collectieve arbeidsovereenkomst) zijn afspraken vastgelegd tussen vakbonden en werkgever(sbonden).
Door het algemeen verbindend verklaren door de minister van sociale zaken en werk is de cao van toepassing op de gehele bedrijfstak.
Onderhandelen en meeliften
Bij het onderhandelen (bijvoorbeeld over een cao) is geloofwaardigheid (doen wat je zegt) en zelfbinding (je bindt je aan de afspraak die gemaakt is) essentieel.
Het profiteren van de inspanning van anderen heeft meeliftersgedrag. Meeliftersgedrag kan individueel rationeel zijn, maar leidt tot een minder optimale oplossing. Als iedereen meelift en geen lid wordt van een vakbond, kan een vakbond niet bestaan en zullen de arbeidsvoorwaarden voor de werknemers verslechteren. Om meeliftersgedrag te vermijden is collectieve dwang een oplossing. Iedereen moet dan bijvoorbeeld lid zijn van een vakbond.
Koopkracht van het inkomen
RIC = indexcijfer reëel inkomen.
NIC = indexcijfer nominaal inkomen.
PIC = prijsindexcijfer.

  NIC
RIC = ——–  x 100
  PIC

Loonstijging
Een loonstijging kan onderverdeeld worden in:
– prijscompensatie (het loon stijgt gelijk aan de inflatie)
– initiële loonstijging (een algemene stijging van het loon bovenop de prijscompensatie)
– incidentele loonstijging (een stijging van het loon door promotie, overwerk, etc.)
Loonkosten

          loonkosten per werknemer
loonkosten per eenheid product = ————————————————–
      arbeidsproductiviteit per werknemer

 

         indexcijfer loonkosten per werknemer
indexcijfer loonkosten p.e.p. = ————————————————————  x 100
  indexcijfer arbeidsproductiviteit per werknemer

p.e.p.= per eenheid product
Door stijging van de lonen kunnen de loonkosten per product stijgen en hierdoor verslechtert de concurrentiepositie van de bedrijven. Dit op zijn beurt kan de werkgelegenheid aantasten.
De loonruimte geeft het totale percentage aan waarmee lonen kunnen stijgen waarbij de loon/winstverhouding gelijk blijft.
Verschillen in beloning
Verschillen in beloning zijn afhankelijk van:
– de situatie op de arbeidsmarkt (veel of weinig vraag, veel of weinig aanbod)
– de machtspositie van de werknemers/werkgevers (bestaan van vakbonden, organisatiegraad)
– opleidingsniveau, verantwoordelijkheid, talent
– gevaarlijk en/of risicovol werk
Menselijk kapitaal
De kennis en vaardigheden die werknemers bezitten en waarover de bedrijven kunnen beschikken noemen we het menselijk kapitaal.

Links
De Roemenen en Bulgaren komen: video: 22 min.
Minimum jeugdlonen per 1 juli 2013.
FNV: Federatie Nederlandse Vakbeweging: Website van het FNV met heel veel informatie over alles wat te maken heeft met arbeid in loondienst.
CNV: Christelijk Nationaal Vakverbond: idem als FNV, maar nu vanuit een christelijke optiek.
Voor actuele informatie, raadpleeg: het NRC-Handelsblad of de digitale krant.
Leerdoelen hoofdstuk 4
• Voordelen en nadelen noemen van een collectieve arbeidsovereenkomst ten opzichte van een individuele arbeidsovereenkomst voor de werkgevers en werknemers.
• Arbeidsvoorwaarden onderscheiden naar primaire en secundaire voorwaarden
• Het belang van de organisatiegraad van werknemers uitleggen.
• Het meeliftersgedrag van niet-vakbondsleden uitleggen.
• Uitleggen dat zelfbinding belangrijk is bij onderhandelingen.
• Koopkrachtberekeningen maken.
• Initiële loonstijging, prijscompensatie en incidentele loonstijging onderscheiden.
• Aangeven wat de betekenis is van de loonruimte en de loonruimte met berekeningen vaststellen op basis van de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit en de prijzen.
• Analyseren wat de invloed is van een loonstijging op de verhouding tussen loon en winst.
• Veranderingen in de arbeidsproductiviteit noemen en verklaren.
• Veranderingen in de loonkosten per product verklaren en berekenen.
Kernbegrippen hoofdstuk 4
Minimumjeugdloon – minimumloon – arbeidsovereenkomst – arbeidsvoorwaarden – primaire arbeidsvoorwaarden – secundaire arbeidsvoorwaarden – individuele arbeidsovereenkomst – collectieve arbeidsovereenkomst – vakbonden – werkgeversbonden – organisatiegraad – zelfbinding – meeliftersgedrag – free-ridergedrag – collectieve dwang – nominale loon – koopkracht – reële loon – prijscompensatie – initiële loonstijging – internationale concurrentiepositie – loonruimte – loonmatiging – menselijk kapitaal – human capital.

Begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 4

arbeidsovereenkomst
Contract waarin de arbeidsvoorwaarden zijn vastgelegd.
arbeidsvoorwaarden
Afspraken tussen werkgever en werknemer over loon, arbeidstijd, vakantieregeling, reiskosten, scholing, onkostenvergoedingen, laptop van de zaak, studiefaciliteiten, enzovoorts.
collectieve arbeidsovereenkomst
(cao) Overeenkomst tussen werkgever of werkgeversbonden en georganiseerde werknemers (vakbonden) over de lonen en andere arbeidsvoorwaarden, die in de individuele arbeidsovereenkomst moeten worden gerespecteerd.
collectieve dwang
Druk die wordt uitgeoefend om te zorgen dat iedereen zich aan een regel houdt. Dit kan door vastgelegde regels (wetten) die met sancties worden gehandhaafd, maar ook met ongeschreven regels, sociale normen. Hier: Het verplicht stellen van het vakbondslidmaatschap.
free-ridergedrag
Zie meeliftersgedrag.
human capital
Zie menselijk kapitaal.
incidentele loonstijging
Individuele loonsstijging op grond van bijvoorbeeld een verkregen promotie.
individuele arbeidsovereenkomst
Arbeidsovereenkomst tussen één werkgever en één werknemer.
initiële loonstijging
Een loonsverhoging bovenop de prijscompensatie, mogelijk gemaakt door een stijging van de arbeids-productiviteit.
internationale concurrentiepositie
Het vermogen om beter en/of goedkoper te kunnen produceren dan de concurrenten. In de regel wordt hieronder verstaan het kosten- en prijspeil van een land in verhouding tot dat van andere (concurrerende) landen.
koopkracht
(= reëel loon) De hoeveelheid goederen die je met je inkomen kunt kopen.
loonkosten per product
De arbeidskosten om een product te maken.
loonmatiging
Een loonstijging die kleiner is dan de loonruimte.
loonruimte
De ruimte om werknemers een hoger loon te betalen zonder dat dit ten koste gaat van de winst. De loonruimte kan berekend worden door de procentuele arbeidsproductiviteitsstijging en de procentuele prijs¬stijgingen op te tellen.
meeliftersgedrag
Gratis profiteren van de inspanningen van anderen.
menselijk kapitaal
(= human capital) De kennis en vaardigheden die werknemers bezitten en waarover een bedrijf kan beschikken.
minimumjeugdloon
Een percentage van het minimumloon. De hoogte van het percentage is afhankelijk van de leeftijd.
minimumloon
Het loon dat iemand van 23 jaar wettelijk moet krijgen.
nominale loon
Het bedrag dat je in euro’s verdient.
organisatiegraad
Het percentage werknemers dat is aangesloten bij een vakbond.
prijscompensatie
Een loonstijging die gelijk is aan de inflatie, waardoor de koopkracht van het loon gelijk blijft.
primaire arbeidsvoorwaarden
Arbeidsvoorwaarden die betrekking hebben op het loon en de normale arbeidstijd.
reële loon
(= koopkracht) De hoeveelheid goederen die je met je inkomen kunt kopen.
secundaire arbeidsvoorwaarden
Arbeidsvoorwaarden die betrekking hebben op andere dan primaire arbeidsvoorwaarden zoals vakantie-regelingen, duur van de middagpauze, reiskostenvergoedingen, kinderopvang, scholing, auto van de zaak, enzovoort.
vakbond
Organisaties van werknemers (meestal per bedrijfstak).
werkgeversbond
Organisatie van werkgevers (per bedrijfstak of per bedrijf).
zelfbinding
Openlijk deelname uitspreken met als doel anderen tot samenwerking te bewegen. Hier: Je verbinden aan bepaalde afspraken.

Extra Oefenopgaven

Dit hoofdstuk heeft enkele extra oefenopgaven. Deze kun je als Word-document downloaden door HIER te klikken.