LWEO

errata havo

Mocht u fouten ontdekken in onze lesbrieven, mailt u deze naar postbus@lweo.nl zodat wij ze bij een volgende druk kunnen verbeteren. Bij voorbaat dank. De lesbrieftitels verwijzen naar de actuele druk.

lopende jaargang

Errata havo 2018-2019

  • Europa (3e druk)

Het antwoord op vraag 3.25 van de zelftest moet zijn: B

  • Geldzaken (2e druk)

Uitwerking opdracht 4.11a moet worden:
venu 4-4
Op de pagina’s 19 en 20 is in de balansen het Eigen Vermogen weggevallen.
De balans onderaan pagina 19 moet zijn:

venu 4-4

De balans boven opdracht 3.7 op pagina 20 moet zijn:

venu 4-4

Errata Geldzaken 2e druk 2018 (Word)

Errata havo 2017-2018

  • Verdienen en uitgeven (3e druk)

De uitwerking van opdracht 4.6c moet zijn:
9,2 miljoen x 0,015 = 138.000 personen

  • Werk en Werkloosheid (1e druk 2014)

De uitwerking van 2.6d moet zijn: 100 miljard/5 miljoen = € 20.000.
De uitwerking van 2.6g moet zijn: Er moet dan 6 miljoen × 20.000 = € 120 miljard aan belasting en premies worden opgebracht. Per actieve is dat 120 miljard/10 miljoen = € 12.000.

  • Jong en Oud (4e druk 2017)

Bij opdracht 5.5 staat: Vul de resultatenrekening van Natascha over januari 2015 in met de gegevens van opdracht 5.4. Dat moet zijn met de gegevens van opdracht 5.3.

  • Europa (3e druk 2017)

De regel boven vraag 4.36e doorstrepen: De reële benzineprijs was in 1978 net zo hoog als in 1970.

  • Markt en Overheid (4e druk 2017)

Op blz. 75, 3e regel boven de figuren 7.1 en 7.2 staat: In Nederland werken ongeveer 7,5 miljoen mensen in bedrijven en bij de overheid. Doorstrepen: en bij de overheid.

eerdere jaren

Errata havo 2016/2017

  • Crisis

vraag 1.35a: Het antwoord moet niet € 300  zijn, maar € 132, (36 × € 12 – € 300).

  • Jong en Oud (4e druk 2016)

Blz 20, 2e regel.
Er staat inkomensschillen in plaats van inkomensverschillen.
Hoofdstuk 7: De rente van een hypothecaire lening levert alleen nog een aftrekpost op als de lening voor minimaal 50% uit een annuïteitenhypotheek bestaat. Daarom moet opgave 7.2 op blz. 53 aangepast worden.
De 2e alinea moet worden:
Een paar straten verder staat een prachtig pand te koop met een mooie tuin. De vraagprijs bedraagt € 300.000. Lieke heeft informatie verzameld over hypothecaire leningen en kiest voor een annuïteitenhypotheek. Een annuïteitenhypotheek is een lening die tijdens de looptijd van de hypotheek volledig wordt afgelost.
Opdracht 7.2c wordt:
Bereken voor Tijs en Lieke het belastingvoordeel in het eerste jaar van de hypothecaire lening.
Op blz. 60 moet onder bron c het volgende zinnetje doorgestreept worden:
de hypothecaire lening wordt aan het einde van de looptijd in zijn geheel afgelost.

  • Verdienen en Uitgeven (3e druk 2016)

In tabel 1.6 moet achter winst staan: (exclusief arbeidsinkomen zelfstandigen).
Op blz. 29 staat in figuur 2.7 bij de pijl van Overheid naar Bedrijven C = 168. Dat moet zijn O = 168.
Bij de legenda onder figuur 7.2 moet achter YL, YH het woordje netto doorgestreept worden.
op blz. 51 Figuur 4.4 heeft een onjuiste verdeling van de verticale as. Die is in promille ipv in procenten.
De juiste figuur is:

venu 4-4

blz 56: Het antwoord van 4.15d moet zijn: (4 miljoen × 40.000)/200 miljard × 100% = 80%.
Op blz. 69 moet bij de leerdoelen van hoofdstuk 4 onder kennen toegevoegd worden:
Centrale bank
Monetair beleid

  • Werk en Werkloosheid (1e druk 2014)

Opdracht 2.4a: 2012 moet zijn 2008.
Uitwerkingen
2.4a: 2012 moet zijn 2008.
5.11a en 5.11b zijn fout. De juiste antwoorden zijn:
5.11 a.  Het aantal banen begin 2010 is 7 miljoen en de netto groei in 2010 is 2,2%. Er zijn eind 2010 dus 7 x 1,022 = 7,154 miljoen banen. In 2011 komen er 10% nieuwe banen bij. Dat zijn er 0,1 x 7,154 miljoen = 715.400.
5.11 b.  0,075 x 7,154 miljoen = 536.550.

  • Ongelijkheid (1e druk 2016)

Blz. 12, figuur 1.6. De letters X en Y zijn verwisseld.
Blz. 12, opdracht 1.13a is niet te berekenen. Deze opdracht komt te vervallen.
blz. 34 : figuur 4.3. Kapitaalinkomen en arbeidsinkomen zijn verwisseld. De doorgetrokken lijn is het arbeidsinkomen en de stippellijn is het kapitaalinkomen.
Uitwerkingen Ongelijkheid
1.13a komt te vervallen.

Errata havo 2015/2016

  • docentenhandleiding havo (6e druk)

koptekst bij de zelftesten Crisis (blz 51 e.v.) Betreft 2e druk (en niet de 1e).

  • Crisis (2e druk 2015)

Tabel 2.4 p.20: Joke moet zijn Julia.

  • Werk en Werkloosheid

Opdracht 2.4 a moet zijn: Bereken met hoeveel procent het aantal AOW-gerechtigden tussen 2008 en 2032 zal toenemen.
Uitwerking van 2.4a: In 2012 moet zijn in 2008.

Errata Havo 2014/2015

  • Jong en Oud

Opdracht 7.9d schrappen.
De nummering van de antwoorden van de zelftest in de docentenhandleiding klopt niet. 8.13 = 8.14, 8.14 = 8.15, enz.
Uitwerkingen
Het antwoord van opdracht 6.1 moet zijn: Vrij besteedbaar = 2.539 – 1.367 = € 1.172.

  • Werk en Werkloosheid (2015)

Het CBS hanteert vanaf 1 januari 2015 een nieuwe definitie van werkloosheid. Volgens het CBS tellen mensen als werkloze mee als ze geen werk hebben en werk zoeken voor minimaal één uur per week. De beroepsbevolking is door de gewijzigde definitie groter geworden. Voortaan telt iedereen mee die minimaal één uur per week betaald werk verricht. Door de gewijzigde definitie is het werkloosheidspercentage gedaald, omdat het noemereffect groter is dan het tellereffect.
Zelftest Werk en Werkloosheid 2015
De antwoorden van de zelftest hoofdstuk 4 Werk en Werkloosheid zijn in de docentenhandleiding te hoog genummerd. Ze behoren te beginnen bij 4.13 i.p.v. 4.14.

  • Werk en Werkloosheid (2014)

Het antwoord van 3.29b (zelftest) moet zijn: € 20 miljoen × 1,0302 = € 20,604 miljoen.

  • Verdienen en uitgeven (2014)

In figuur 2.5 op blz. 25 moet bij de linkse pijl staan Ybedr.
Bij de legenda moet staan O = Cop + Com + Io
Opdracht 2.16a moet zijn: Toon aan dat het nationaal inkomen gelijk is aan de bestedingen min de import.
Op blz. 48 moeten de laatste vier regels van de pagina iets aangepast worden: Afnemende groei van het nationaal inkomen beneden de trendmatige groei wordt een recessie genoemd. Bij een negatieve groei spreken we van een krimp van de economie. In de praktijk Er is er sprake van een recessie als de economie twee opeenvolgende kwartalen krimpt. Een langdurige recessie wordt ook wel een depressie genoemd.
Bij figuur 4.3 moet in de legenda bij het zwarte staafje staan: bbp-groei kwartaal op kwartaal (rechteras)
Opdracht 4.29d moet zijn: Bereken voor 2010 het indexcijfer van de productie in de tertiaire sector met 2008 als basisjaar.
Uitwerkingen
Blz. 10 opdracht 2.9 in de rechter kolom van ‘buitenland’. Er staat uitgaven: E = 160 vervolgens staat er bij Totaal 110, dat moet zijn 160.
Blz. 16, 4.2c Antwoord moet zijn: vanaf 3e kwartaal 2008 t/m 2e kwartaal 2009.
Het antwoord van 4.15d moet zijn: (4 miljoen × 30.000)/200 miljard × 100% = 60%.

  • Europa

Blz. 47, opdracht 5.12, figuur 5.3 Helaas is in de lesbrief de figuur met de juiste antwoorden afgedrukt. Deze figuur had er moeten staan:
figuur_europa
Uitwerkingen
Opgave 4.2.f. Hier antwoord moet zijn: “Gestegen. Begin 2008 krijg je voor een euro 163 yen en eind 2008 krijg je voor een euro 122 yen. Voor een yen moet eind 2008 dus meer euro’s betaald worden. De koers van de Japanse yen is dus gestegen ten opzichte van de euro.”

  • Vervoer (2013)

Bij opdracht 5.17 staat in de 3e regel een verkeerde functie. De juiste functie luidt: Qv = -2P + 120.
Hints:
4.18a) Werknemers/werkgevers/werkgeverssurplus/werknemerssurplus
Blz. 54, Bij opgave 5.13c moet staan: Bereken de kruislingse prijselasticiteit van de vraag naar inkjetprinters als de prijs van inktcartridges stijgt van € 30 naar € 40.
Uitwerkingen
4.18a (3) moet zijn werkgeverssurplus
4.18a (4) moet zijn werknemerssurplus
Crisis 2013
Hints, 2.5 nr.4 moet zijn spaarfunctie.

  • Werk (2013)

Laatste regel boven opdracht 4.28b moet luiden: In dit geval zal de omzet met 3,02% stijgen (1,02 x 1,01 = 1,0302).
Blz. 47, regel boven opdracht 5.9: Werknemerssurplus en werkgeverssurplus samen is een maatstaf voor de welvaartswinst.
Uitwerkingen
3.3.5 Het antwoord kan ook stijgt zijn. Het arbeidsaanbod in absolute zin hoeft niet af te nemen.

Errata na druk 2012

  • Vervoer

Uitwerking opdracht 2.33.c
TO = TK (al of niet met klanten)
1,5q = 0,2 q + 3.900
1,3q = 3.900 ? q = 3.000
Van alle kilometers zijn 60% met klanten.
Dus 3.000 × 0,6 = 1.800 km
TO = 1.800 × 2,5 = € 4.500
TK = 3.000 × 0,2 + 3.900 = € 4.500

Opdracht 5.13 vraag c: Bereken de kruislingse prijselasticiteit van de vraag naar inkjetprinters als de vraag van inktcartridges stijgt van € 30 naar € 40. Vraag moet zijn prijs.

  • Europa

Opdracht 1.12: Bij deze opdracht kan verwarring ontstaan door wat er in de laatste rij van de tabel staat. Hier staan het aantal werknemers dat ingezet wordt om de sporthal schoon te maken. Die laatste rij mag/moet weg en is in dit verband niet zinvol. Alleen het totaal aantal uren die nodig zijn om de sporthal schoon te maken zijn van belang.
Uitwerkingen
Opdracht 2.8.c
Een beter antwoord is misschien het volgende: “Dan kiezen landen voor een streng asielbeleid en zal het land met het minst strenge asielbeleid alle asielzoekers moeten opvangen omdat alle asielzoekers in dat land asiel zullen aanvragen.

  • Werk

Bladzijde 69 Hints
toevoegen: 4.3f) Als iedereen zijn eigen belang nastreeft, komt er geen vakbond.
Vraag 6.1b moet luiden: Bereken de toename van het aantal jeugdige werklozen tussen eind januari 2009 en eind 2010.
Uitwerkingen
Opdracht 1.10.c)
de toevoeging ……..”of komen bij werkloosheid moeilijker aan een nieuwe baan” ….moet geschrapt worden want in de participatiegraad van tabel 1.2 zitten de werklozen gewoon in.
Opdracht 3.6c)
Het antwoord moet zijn 23.334 arbeidsjaren (miljoen moet weg).
Opdracht 6.1c) is fout. Het moet zijn: (158.571– 72.000)/72.000 × 100% = 120,2%.

  • Jong en Oud

Op bladzijde 14 bij opdracht 2.10a moet tabel 2.13 tabel 2.7 zijn.
Op bladzijde 22 in tabel 3.7 moet de arbeidskorting 1.574 zijn (i.p.v. 1.547)
Op bladzijde 26, 3e regel onder tabel 4.1 staat 440/2.000 en dat moet zijn 440/4.000.
Op bladzijde 26, 5e regel onder tabel 4.1 staat 520/2.000 en dat moet zijn 520/4.000.
Op bladzijde 32, laatste regel onder eerste blokje tekst moet staan: Secundair inkomen = primair inkomen – ingehouden belastingen en sociale premies + uitkeringen en subsidies.
Op bladzijde 35, tabel 4.9, eerste invulregel, moeten de laatste twee getallen 4% en 2% zijn.
Op bladzijde 81 moet de hint bij hoofdstuk 3, vraag 3.10e zijn € 9.873.

  • Markt en Overheid

Blz. 29, 5 regels boven opdracht 3.5: Verzonken kosten zijn de gemaakte vaste kosten die bij sluiting van de onderneming niet meer terugverdiend kunnen worden, omdat er geen andere gebruiksmogelijkheden zijn.
Op blz. 31, 6e regel van onderen moet na het woordje afwijkende toegevoegd worden: prijsafzetlijn voor haar product.
Uitwerkingen
Opdracht 1.11. De grafiek is fout. Dit moet zijn:
grafiek_errata_havo

Opdracht 1.21d.
Omdat de aangeboden hoeveelheid afneemt, verschuift de aanbodlijn naar links. Een nieuwe evenwichtsprijs komt tot stand op een hoger niveau en de gevraagde hoeveelheid neemt af. In het nieuwe evenwicht is de prijs € 0,60 en een evenwichtshoeveelheid 50 miljoen kg koffie.
Opdracht 3.11 Niet opgenomen:
h. Zie figuur (\\\)
i. Producentensurplus = 7,5 x 37,5 miljoen = 281.250.000 = € 2.812.500.
Opdracht 3.35b.
Als Pepsi Cola zijn mond houdt, is de winst van Coca Cola, ongeacht wat Coca Cola doet, € 500 miljoen. Als Pepsi Cola meldt, is Coca Cola beter af met melden (475) dan met mond houden (450).
Als Coca Cola zijn mond houdt, is de winst van Pepsi Cola, ongeacht wat Pepsi Cola doet, € 800 miljoen. Als Coca Cola meldt, is Pepsi Cola beter af bij melden (760) dan bij mond houden (720). De dominante strategie voor beide bedrijven is melden.
Opdracht 4.4.
De letters K en L zijn verwisseld.
Opdracht 4.16: het antwoord moet B zijn.

  • Europa

Bladzijde 54 Hints
4.22a) 50 cent; moet worden: 70 cent;
4.22b) € 30 miljoen; moet worden: b) € 42 miljoen;
Geldzaken
Bladzijde 28 Hints
5.10a) € 45.000; moet worden: 50.000 geldeenheden
5.10c) moet worden: Bij chartale kredietverlening nemen de dekkingsmiddelen (kas en tegoed DNB) af.
Uitwerkingen
Bladzijde 7: 5.10 a. € 100.000 moet worden: 100.000

  • Verdienen en uitgeven

Bladzijde 30: 3.16a moet worden: Bereken met de gegevens in tabel 3.3 het bruto binnenlands product in 2008.
Bladzijde 30: 3.16c moet worden: Bereken met hoeveel procent het bruto binnenlands product in 2009 is gedaald.