LWEO

hoofdstuk 2

hoofdstuk 2

De verdeling van het inkomen

De meeste mensen ontvangen een vorm van inkomen. Dat kan primair inkomen of overdrachtsinkomen zijn of een combinatie van beiden. Tel je alle primaire inkomens van een land bij elkaar op, dan krijg je het nationaal inkomen van een land. Primaire inkomens worden verdiend doordat mensenproductiefactoren (arbeid, natuur, kapitaal en ondernemerschap) die zij bezitten in gaan zetten in het productieproces. Het geld dat vervolgens met dat productieproces wordt verdiend, wordt verdeeld over de eigenaars van de ingezette productiefactoren in de vorm van loon, pacht, huur, rente en winst.Van de primaire inkomens moet een deel worden afgestaan aan de overheid, die een gedeelte daarvan weer uitkeert als overdrachtsinkomen aan de mensen die geen of onvoldoende primair inkomen ontvangen om in hun levensonderhoud te voorzien.

Niet iedereen verdient evenveel. Hoe groot de relatieve inkomensverschillen zijn, kan weergegeven worden met behulp van een lorenzcurve. Hoe verder de lorenzcurve van de (denkbeeldige) middellijn afligt,des te groter zijn de inkomensverschillen. Te grote inkomensverschillen doen afbreuk aan de welvaart.

Sinds de jaren 30 van de vorige eeuw gebruiken economen de groei van het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking als maatstaf om te meten of de welvaart gestegen is. De redenering is dat een hoger bbp per hoofd betekent dat er meer goederen en diensten per hoofd beschikbaar zijn en dat er dus meer behoeften vervuld kunnen worden. Tegenwoordig is er echter steeds meer behoefte aan een breder welvaartsbegrip en zijn er andere methodieken ontwikkeld om de mate van welvaart te meten, zoals de Human Development Index en het groen bbp.

links
Bbp (video 3 min.)
De onterechte verafgoding van het bbp (video 6 min.)

begrippenlijst
Hier komt de begrippenlijst

extra oefenopgaven
Hier komen extra oefenopgaven