LWEO

hoofdstuk 5

hoofdstuk 5

Werkloosheid

Dynamiek op de arbeidsmarkt
Aan het aantal werklozen kun je niet zien of iemand korte of lange tijd werkloos is. Het werkloosheidscijfer is een momentopname (een voorraadgrootheid). Om zicht te krijgen op de arbeidsmarkt zijn de instroom en uitstroom van het aantal werklozen belangrijk. Op een dynamische arbeidsmarkt is een vlotte doorstroming van werkloosheid naar werk en omgekeerd. Werklozen zijn dan gemiddeld maar korte tijd werkloos.

Natuurlijke werkloosheid
Natuurlijke werkloosheid is werkloosheid die niet toe te schrijven is aan verminderde economische activiteit. Al draait de economie als een tierelier, ook dan heb je werklozen. De natuurlijke werkloosheid kan onderverdeeld worden in frictiewerkloosheid en structurele werkloosheid. Frictiewerkloosheid is werkloosheid gedurende het zoekproces naar een baan. De belangrijkste oorzaak van frictiewerkloosheid is onvolledige informatie bij zowel vragers als aanbieders op de arbeidsmarkt. Structurele werkloosheid ontstaat door veranderingen in de economie zoals het vervangen van arbeid door machines, verplaatsing van productie naar lagelonenlanden, verslechtering van de internationale concurrentiepositie en door te hoge lonen. De omvang van de natuurlijke werkloosheid is ook afhankelijk van de arbeidsmobiliteit. Arbeidsmobiliteit is de mate waarin mensen bereid zijn te veranderen van werkgever, beroep of regio. Dit is weer afhankelijk van factoren die betrekking hebben op de inrichting van de arbeidsmarkt zoals de ontslagregeling, de hoogte en duur van de werkloosheidsuitkering, de mogelijkheden tot omscholing, etc.

Conjuncturele werkloosheid
Conjuncturele werkloosheid ontstaat door vraaguitval: de bestedingen dalen en daardoor daalt de productie en de werkgelegenheid. De werkloosheid neemt toe. We spreken dan van laagconjunctuur. De vraag naar arbeid daalt en de bezettingsgraad van de productiecapaciteit neemt af. De bezettingsgraad wordt gemeten door de feitelijke productie te delen door de productiecapaciteit. De productiecapaciteit is de maximaal haalbare productie.

Conjunctuurbeleid
In een periode van hoogconjunctuur is er krapte op de arbeidsmarkt. De vraag naar arbeid stijgt, het aantal vacatures loop op en de werkloosheid is laag. De economische bedrijvigheid leidt tot een hoge bezettingsgraad van de productiecapaciteit. Het conjunctuurbeleid van de overheid is erop gericht de conjunctuur af te zwakken. In perioden van hoogconjunctuur is het beleid van de overheid gericht op het afremmen van de bestedingen door consumenten en producenten en het beperken van de eigen uitgaven. In een periode van laagconjunctuur zal de overheid de bestedingen juist willen stimuleren door haar eigen uitgaven te vergroten en/of de belastingen te verlagen. Ook de rente is een instrument om de bestedingen te beïnvloeden. Bij hoogconjunctuur verhoogt de centrale bank de rentestand. Door de hogere rente wordt lenen duurder en zullen gezinnen en bedrijven minder lenen en dus minder besteden. Bij onderbesteding (laagconjunctuur) verlaagt de centrale bank de rentestand.

links
Ik word werkloos (www.uwv.nl)
Onvrijwillig werkloos (video 8 min.)
Centraal Bureau voor de Statistiek (www.cbs.nl)
Centraal Planbureau (www.cpb.nl)

begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 5


— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — 

extra oefenopgaven

Extra oefenopgaven (Word)