LWEO

hoofdstuk 6

hoofdstuk 6

De arbeidsmarkt, geen gewone markt

Volkomen concurrentie
Een markt van volkomen concurrentie kenmerkt zich door:
– homogeen product (in de ogen van de afnemer is ieder product hetzelfde)
– transparantie (iedere vrager en aanbieder heeft volledig inzicht in het totale aanbod, de prijs en eventuele andere voorwaarden)
– vrije toetreding
– veel vragers en aanbieders (individuele vragers en aanbieders hebben geen invloed op de prijs).

Marktimperfecties op de arbeidsmarkt
– De arbeidsmarkt bestaat niet, het zijn allemaal deelmarkten.
– Arbeid is geen homogeen product: arbeidskrachten hebben specifieke kennis, opleiding, ervaring.
– De arbeidsmarkt is niet transparant, werkgever en werknemer beschikken niet over dezelfde informatie (de informatie is asymmetrisch).
– De vrije toetreding is beperkt: voor bepaalde beroepen heb je een diploma’s nodig.
– Door als collectief te onderhandelen, kunnen vakbonden een loon afdwingen dat hoger is dan het evenwichtsloon. Aan de onderkant van de arbeidsmarkt wordt het loon niet bepaald door vraag en arbeid. Het minimumloon legt een vloer onder de prijs van arbeid.

De ideale arbeidsmarkt in theorie
Hoewel de arbeidsmarkt niet alle kenmerken van volledige mededinging heeft, wordt in de economische theorie deze markt vaak opgevat als een markt van volkomen concurrentie. Vraag en aanbod bepalen de prijs (loon) en de hoeveelheid (werkgelegenheid). De veronderstelling is dan dat arbeid homogeen is en de arbeidsmarkt transparant. Dat is bij benadering waar voor deelmarkten binnen de arbeidsmarkt, zoals de markt van ongeschoolde arbeid of de markt voor leerkrachten in het basisonderwijs.

De lijn van het aanbod van arbeid geeft een beeld van de leveringsbereidheid van de werknemer. Naarmate het loon hoger is, zullen meer mensen bereid zijn arbeidskracht te leveren. De lijn van de vraag naar arbeid is een weergave van de betalingsbereidheid van de werkgever. Naarmate het loon hoger is, zullen werkgevers minder bereid zijn werknemers in dienst te nemen, omdat de productiviteit van de werknemer dan lager kan zijn dan het loon. Zolang de gevraagde hoeveelheid arbeid afwijkt van de aangeboden hoeveelheid arbeid zal het loon zich aanpassen. Dit aanpassingsproces, ook wel het prijs- of marktmechanisme genoemd, zorgt ervoor dat vraag en aanbod op de arbeidsmarkt aan elkaar gelijk worden. Grafisch gezien vindt er zowel langs (over) de vraaglijn als langs (over) de aanbodlijn een verschuiving plaats. We hebben tot nu toe verondersteld dat vraag naar arbeid en aanbod van arbeid alleen afhankelijk zijn van de hoogte van het loon. In werkelijkheid zijn er ook andere factoren die vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beïnvloeden. Als deze factoren veranderen, verschuift de vraaglijn of de aanbodlijn naar links of naar rechts.

Surplussen op de arbeidsmarkt
Het verschil tussen het evenwichtsloon en het minimale loon waartegen iemand bereid is arbeid te leveren noemen het werknemerssurplus. De welvaart van de werknemer stijgt met het surplusbedrag. Het verschil tussen de betalingsbereidheid van de werkgever en het evenwichtsloon noemen we het werkgeverssurplus. Door transacties af te sluiten op de arbeidsmarkt kunnen werkgevers en werknemers een surplus verwerven en hun welvaart vergroten. Bij het evenwichtsloon is de welvaartswinst maximaal. We noemen dit Pareto-efficiënt evenwicht. De welvaartswinst kan niet worden vergroot door een ander uurloon dan het evenwichtsloon te kiezen. Als de arbeidsmarkt een markt van volledige mededinging zou zijn, komt onvrijwillige werkloosheid niet voor. Iemand die bij het evenwichtsloon geen baan heeft, heeft een te hoge leveringsbereidheid. Hij kiest ervoor vrijwillig werkloos te zijn.

Welvaartstheorie
In de welvaartstheorie leidt prijsregulering door de overheid en invoering van het cao-loon boven het evenwichtsloon tot een herverdeling van de surplussen en een afname van de totale welvaart. Dit welvaartsverlies is de prijs die betaald wordt om werknemers een redelijk inkomen te waarborgen. Ook werkloosheidsuitkeringen hebben invloed op de arbeidsmarkt. Die uitkeringen zijn bedoeld om ontslagen werknemers van een inkomen te voorzien gedurende de periode dat ze werkloos zijn. Vaak is de hoogte van de uitkering gekoppeld aan het laatstverdiende loon. Een uitkering kan de prikkel verminderen om een nieuwe baan te vinden.

Loonstarheid
In een situatie van laagconjunctuur is volgens de markttheorie een daling van de lonen nodig om het evenwicht op de arbeidsmarkt te herstellen. In de praktijk blijkt dat de lonen zich op korte termijn niet neerwaarts aanpassen. Lonen zijn op korte termijn niet flexibel. We noemen dat loonstarheid. Dit komt onder andere omdat de lonen vaststaan voor de looptijd van de cao. Zodoende leidt loonstarheid bij een teruglopende conjunctuur tot werkloosheid. Op lange termijn zullen lonen zich wel aanpassen. Op lange termijn zijn lonen flexibeler dan op korte termijn.

links
Arbeidsmarkt (video 2 min.)
Flexibiliteit op de arbeidsmarkt (video 6 min.)

begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 6


— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — 

extra oefenopgaven

Extra oefenopgaven (Word)