LWEO

hoofdstuk 3

hoofdstuk 3

Structuur en conjunctuur

Economische groei
Economische groei wordt gemeten aan de hand van de ontwikkeling van het reële bruto binnenlands product (bbp). Het bbp wordt bepaald door de bestedingen en de productiecapaciteit. De bestedingen vormen de vraagkant ofwel de conjuncturele kant van de economie. De productiecapaciteit is onderdeel van de aanbodkant of structurele kant van de economie.

Structuur
De gemiddelde groei van de productie over een langere periode noemen we de structurele ontwikkeling, de trendmatige groei of kortweg de trend. De groei van de productiecapaciteit wordt bepaald door de ontwikkeling van de productiefactoren arbeid, kapitaal, natuur en ondernemerschap.

Conjunctuur

Op korte termijn bepalen de bestedingen de hoogte van het bbp en dus ook van het inkomen. De bestedingen, ook wel vraagfactoren genoemd, bestaan uit consumptie, investeringen en export. De bestedingen kennen geen stabiel verloop, soms zijn ze hoger dan de gemiddelde groei (trend) en soms zijn ze lager. We noemen dit de conjunctuurbeweging of kortweg de conjunctuur. Bij een groei boven de trend is er sprake van hoogconjunctuur, bij een groei lager dan de trend is er sprake van laagconjunctuur.

Categoriale inkomensverdeling en conjunctuur
De verdeling van het inkomen over de verschillende inkomenscategorieën (rente, pacht, winst, huur en loon) noemen we de categoriale inkomensverdeling. De arbeidsinkomensquote (aiq) geeft aan welk deel van de toegevoegde waarde een beloning is voor de productiefactor arbeid. Een stijgende aiq kan wijzen op minder winstgevendheid bij de bedrijven, waardoor investeringen in gevaar kunnen komen en daarmee de werkgelegenheid. Door loonmatiging, dit wil zeggen dat de lonen minder stijgen dan op basis van inflatie en arbeidsproductiviteitsstijging mogelijk is, daalt de aiq en stijgt de beloning voor kapitaal, vooral de winst.

Conjunctuurindicatoren
Conjunctuurindicatoren zijn statische instrumenten die aanwijzingen geven voor de ontwikkeling van het bbp. Het CBS onderscheidt drie categorieën indicatoren, vooruitlopende, gelijklopende en achterlopende indicatoren. Tussen deze indicatoren bestaat een verband in de tijd. Een stijging van het consumentenvertrouwen leidt pas na enige tijd tot een toename van de consumptie en de productie. De feitelijke conjunctuur loopt op haar beurt weer vooruit op de arbeidsmarkt. De werkgelegenheid reageert vertraagd op de conjunctuur. Een ondernemer ontslaat zijn werknemers niet meteen aan het begin van een conjuncturele neergang.

Conjunctuurklok
In de conjunctuurklok zijn de vier conjunctuurfasen als volgt te karakteriseren:

conjunctuurklok

– linksonder: laagconjunctuur, groei onder de trend en afnemend.
– rechtsonder: conjunctureel herstel (opleving), groei onder de trend en toenemend.
– rechtsboven: hoogconjunctuur, groei boven de trend en toenemend.
– linksboven: conjuncturele neergang (teruggang), groei boven de trend en afnemend.

 

begrippenlijst


— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — 

extra oefenopgaven

Extra oefenopgaven (Word)