LWEO

hoofdstuk 6

hoofdstuk 6

De oude dag

Op 67-jarige leeftijd begint de fase van de oude dag. Mensen stoppen met werken en ontvangen AOW, (bedrijfs)pensioen en vullen dat soms nog aan met eigen middelen. De AOW en de (bedrijfs)pensioenen worden allebei op een andere manier gefinancierd.

Voor de AOW wordt premie betaald door de werkenden zodat de mensen die daar recht op hebben een uitkering kunnen ontvangen. Als de bevolkingssamenstelling verandert en er treedt vergrijzing op dan komt het stelsel onder druk te staan.
De (bedrijfs)pensioenen worden anders gefinancierd. Mensen betalen via hun werkgever premies die worden belegd en beheerd door een fonds. Met dit zogeheten kapitaaldekkingsstelsel is vergrijzing geen probleem, maar inflatie en (tegenvallende) beleggingsrendementen vormen bij dit stelsel een risico.

links
Waardevast en welvaartsvast (video 15 min.)
De kosten van vergrijzing worden overdreven (www.volkskrant.nl)
Waardevast en welvaartsvast (video 3 min.)
Omslagstelsel en kapitaaldekkingsstelsel (video 8 min.)

begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 6


— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — 

extra oefenopgaven

Extra oefenopgaven (Word)