LWEO

hoofdstuk 7

hoofdstuk 7

Ruilen tussen de generaties

Verzorgingsstaat
Een samenleving waarin de overheid zorgt voor sociale zekerheid noemt men de verzorgingsstaat. In een verzorgingsstaat is de solidariteit tussen ziek en gezond, tussen jong en oud en tussen rijk en arm in de wet vastgelegd.

Overdrachten tussen generaties
In de verzorgingsstaat dragen de werkenden geld af in de vorm van belastingen en sociale premies. De overheid geeft dit geld uit aan sociale uitkeringen en voorzieningen. Op die manier worden de inkomens door de overheid herverdeeld.

Hierbij zijn jongeren en ouderen netto ontvangers en is de werkende generatie netto betaler van overdrachten.

Onderstaande figuur geeft een beeld van de vermogensverdeling over generaties.
Vermogen tijdens levensloop
alt=

Onderstaande figuur geeft een beeld van de gemiddelde ontvangsten en betalingen gedurende de levensloop.
Profijt van de overheid (× € 1.000) naar leeftijd in 2006

De overdrachten tussen de generaties bestaan niet alleen uit inkomen en vermogen, maar ook uit kennis die in het verleden is vergaard. Toekomstige generaties kunnen een hoger peil van welvaart bereiken dankzij de overdracht van kennis. Maar niet alles wat nagelaten wordt aan de toekomstige generaties is positief. Milieuproblemen als ontbossing, erosie, het uitsterven van plantensoorten en diersoorten en de klimaatverandering zijn erfenissen van vorige generaties en kunnen de welvaart negatief beïnvloeden. Alleen door duurzame productie worden de welvaartskansen van toekomstige generaties niet geschaad,

Demografische veranderingen
Sterke schommelingen in het geboortecijfer, het sterftecijfer of de levensverwachting kunnen grote veranderingen teweeg brengen in de overdrachten tussen generaties. Omdat jongeren en ouderen voor een belangrijk deel onderhouden worden door de werkende generatie kunnen er problemen ontstaan als de verhouding tussen het aantal werkenden en het aantal niet werkenden scheef groeit.

Groene en grijze druk
De mate van vergrijzing kan worden aangegeven met het begrip grijze druk. Dat is het aantal AOW’ers als percentage van het aantal personen van 20 jaar tot de AOW-leeftijd (beroepsbevolking). De mate van vergroening geven we aan met het begrip groene druk: het aantal jongeren tot 20 jaar als percentage van het aantal personen van 20 jaar tot de AOW-leeftijd. De grijze en groende druk opgeteld wordt wel de demografische druk genoemd. De demografische druk geeft aan hoeveel jongeren en ouderen afhankelijk zijn van 100 personen in de leeftijd 20 jaar tot de pensioenleeftijd. De groep van 20-jarigen tot de pensioenleeftijd bestaat uit werkenden of actieven (zij die een primair inkomen verdienen) en niet-werkenden zoals werklozen en arbeidsongeschikten.

Kosten van vergrijzing
De vergrijzing brengt hogere kosten met zich mee voor zorg en AOW-uitkeringen. Om de stijgende kosten van de vergrijzing op te vangen worden diverse oplossingen aangedragen zoals:
• de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd;
• het stimuleren van deelname aan het arbeidsproces;
• het stimuleren van immigratie;
• het verhogen van de AOW-premie;
• het inkomens- en vermogensafhankelijk maken van de AOW-uitkering.

links
Ruilen over tijd (video 15 min.)
Intertemporele budgetlijn (www.economielokaal.nl)
Vergrijzing en ontgroening (video 12 min.)
Bevolkingsprognose 2010-2060 (pdf)

begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 7

demografische druk
Het aantal jongeren tot 20 jaar plus het aantal AOW’ers als percentage van het aantal personen van 20 jaar tot de AOW-leeftijd.
duurzame productie
Productie die niet ten koste gaat van de welvaart of productiemogelijkheden van toekomstige generaties. Deze productiewijze schaadt het milieu niet en put de grondstoffen niet uit.
grijze druk
Het aantal AOW’ers als percentage van het aantal personen van 20 jaar tot de AOW-leeftijd.
groene druk
Het aantal jongeren tot 20 jaar als percentage van het aantal personen van 20 jaar tot de AOW-leeftijd.
intergenerationele ruil
Wisselwerking tussen generaties. Bijvoorbeeld inkomen, vermogen, kennis, schuld, milieu¬problemen, enzovoorts.
netto betaler
Iemand die meer betaalt via belasting of sociale premies dan hij ontvangt aan zorg, onderwijs en uitkering.
netto ontvanger
Iemand die meer aan zorg, onderwijs en uitkering ontvangt dan hij daarvoor betaalt via belasting en sociale premies.
netto profijt van de overheid
Profijt voor de burgers van de overheid min de afdrachten aan de overheid.
ruil in natura
(= directe ruil) Ruil waarbij goederen en diensten zonder tussenkomst van geld rechtstreeks worden geruild tegen goederen en diensten.
verzorgingsstaat
Een samenleving waar de overheid iedereen een aanvaardbaar bestaansminimum garandeert.

extra oefenopgaven

Extra oefenopgaven (Word)