LWEO

hoofdstuk 2

hoofdstuk 2

Ruiltransacties en welvaart

Welvaartstheorie
De welvaartstheorie gaat er vanuit dat de welvaart kan toenemen door ruiltransacties. Door de totstandkoming van een ruiltransactie kunnen consument en producent een surplus realiseren en dat vergroot de welvaart. De totale welvaart is Pareto-efficiënt of Pareto-optimaal als de welvaart van één persoon niet kan toenemen zonder dat de welvaart van iemand anders afneemt.
Ans en Bob bereiken samen een welvaart van maximaal 50.
Figuur: Pareto-efficiënt

In de figuur zijn X en Y Pareto-efficiënt, C is niet Pareto-efficiënt.
Het Pareto-criterium doet geen uitspraak over de wenselijkheid of rechtvaardigheid van een verdeling.
Kritiek op de welvaartstheorie is dat zijn geen rekening houdt met activiteiten in de informele sfeer en geen rekening houdt met externe effecten.

Consumentensurplus en producentensurplus
Het individuele consumentensurplus is het verschil tussen de betalingsbereidheid (baten) van de consument en de prijs (kosten) die hij moet betalen. Het consumentensurplus van alle kopers bij elkaar is het totale consumentensurplus. Het individuele producentensurplus is het verschil tussen de prijs en de leveringsbereidheid (marginale kosten) van de producent. Het producentensurplus van alle producenten bij elkaar is het totale producentensurplus. Het totale surplus (= welvaartswinst) is de som van consumentensurplus en producentensurplus.

Vraaglijn en aanbodlijn
De vraaglijn geeft de betalingsbereidheid van de consumenten weer. De aanbodlijn geeft de leveringsbereidheid van de producenten weer. Een producent zal zijn product niet aanbieden beneden de marginale kosten. De marginale kostenlijn geeft aan hoeveel een producent aanbiedt bij een bepaalde prijs. Conclusie, bij volledige mededinging valt de marginale kostenlijn samen met de aanbodlijn.

Surplus bij evenwicht
Volgens welvaartseconomen is op een markt van volledige mededinging het totale surplus en dus de totale welvaart maximaal bij marktevenwicht. Er is geen combinatie van prijs en hoeveelheid te bedenken die een groter surplus oplevert. In die situatie worden de productiefactoren die bedrijven gebruiken het meest efficiënt aangewend of gealloceerd.

De ideale arbeidsmarkt in theorie
Hoewel de arbeidsmarkt niet alle kenmerken van volledige mededinging heeft, wordt in de economische theorie deze markt vaak opgevat als een markt van volkomen concurrentie. Vraag en aanbod bepalen de prijs (loon) en de hoeveelheid (werkgelegenheid). De veronderstelling is dan dat arbeid homogeen is en de arbeidsmarkt transparant. Dat is bij benadering waar voor deelmarkten binnen de arbeidsmarkt, zoals de markt van ongeschoolde arbeid of de markt voor leerkrachten in het basisonderwijs.

De lijn van het aanbod van arbeid geeft een beeld van de leveringsbereidheid van de werknemer. Naarmate het loon hoger is, zullen meer mensen bereid zijn arbeidskracht te leveren. De lijn van de vraag naar arbeid is een weergave van de betalingsbereidheid van de werkgever. Naarmate het loon hoger is, zullen werkgevers minder bereid zijn werknemers in dienst te nemen, omdat de productiviteit van de werknemer dan lager kan zijn dan het loon. Zolang de gevraagde hoeveelheid arbeid afwijkt van de aangeboden hoeveelheid arbeid zal het loon zich aanpassen. Dit aanpassingsproces, ook wel het prijs- of marktmechanisme genoemd, zorgt ervoor dat vraag en aanbod op de arbeidsmarkt aan elkaar gelijk worden. Grafisch gezien vindt er zowel langs (over) de vraaglijn als langs (over) de aanbodlijn een verschuiving plaats. We hebben tot nu toe verondersteld dat vraag naar arbeid en aanbod van arbeid alleen afhankelijk zijn van de hoogte van het loon. In werkelijkheid zijn er ook andere factoren die vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beïnvloeden. Als deze factoren veranderen, verschuift de vraaglijn of de aanbodlijn naar links of naar rechts.

Surplussen op de arbeidsmarkt
Het verschil tussen het evenwichtsloon en het minimale loon waartegen iemand bereid is arbeid te leveren noemen het werknemerssurplus. De welvaart van de werknemer stijgt met het surplusbedrag. Het verschil tussen de betalingsbereidheid van de werkgever en het evenwichtsloon noemen we het werkgeverssurplus. Door transacties af te sluiten op de arbeidsmarkt kunnen werkgevers en werknemers een surplus verwerven en hun welvaart vergroten. Bij het evenwichtsloon is de welvaartswinst maximaal. We noemen dit Pareto-efficiënt evenwicht. De welvaartswinst kan niet worden vergroot door een ander uurloon dan het evenwichtsloon te kiezen. Als de arbeidsmarkt een markt van volledige mededinging zou zijn, komt onvrijwillige werkloosheid niet voor. Iemand die bij het evenwichtsloon geen baan heeft, heeft een te hoge leveringsbereidheid. Hij kiest ervoor vrijwillig werkloos te zijn.

links
Vraag en aanbod (video 9 min.)
Collectieve vraagcurve en consumentensurplus (video 13 min.)
Consumenten- en producentensurplus (video 13 min.)
Loonvorming bij volkomen concurrentie (www.cmmc.be)
Arbeidsmarkt (video 2 min.)
Flexibiliteit op de arbeidsmarkt (video 6 min.)

begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 2


— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — 

extra oefenopgaven

Extra oefenopgaven (Word)