LWEO

hoofdstuk 1

hoofdstuk 1

Geld

Geld speelt een belangrijke rol in onze maatschappij. We betalen (ruilen) ermee, we drukken de waarde van iets erin uit en we gebruiken het om te sparen. Geld in de vorm van munten of bankbiljetten wordt chartaal geld genoemd. Het zijn wettige betaalmiddelen die algemeen geaccepteerd zijn. Giraal geld is geld dat niet tastbaar is, maar op een betaalrekening staat. Dankzij de technologische vooruitgang gebruiken we steeds meer giraal en minder chartaal geld.
Geld op een spaarrekening is economisch gezien geen geld omdat je er niet mee kunt betalen. Het is een vorm van beleggen en daarom krijg je er rente over. Geld bewaren, bijvoorbeeld in een kluisje onder je bed, noemen we oppotten en levert geen rente op.

links
Geschiedenis van geld (video 2 min.)
Einde pinpas en contant geld in 2020 (www.security.nl)
Zeven vragen over munten en bankbiljetten (www.geldmoetrollen.nl)

begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 1

beleggen
Gezinnen en bedrijven zetten geld wat ze tijdelijk niet nodig hebben voor consumptie of investeringen om in financiële of materiële activa.
betaalrekening
zie rekening-courant.
chartaal geld
Munten en bankbiljetten.
giraal geld
Tegoeden van klanten bij banken in de vorm van een betaalrekening (rekening-couranttegoed).
investeren Het aanschaffen van kapitaalgoederen door een onderneming of bedrijf: het kopen van goederen of diensten om er verder mee te produceren.
ontpotten Uitgeven van opgepot geld.
oppotten
Geld bewaren zonder dat het iets oplevert (renteloos bewaren).
rekening-courant
Bankrekening waar je geld op stort waarover je direct kunt beschikken en waarmee je giraal later kunt betalen.
rekenmiddel
Functie van geld: de waarde van verschillende goederen kan met elkaar vergeleken worden.
rente Vergoeding voor spaargeld of leengeld.
ruilmiddel Functie van geld: je kunt ermee betalen.
spaarmiddel
Functie van geld: je kunt het bewaren.
sparen
Het niet consumeren van een deel van het inkomen.
substitutie Het omzetten van chartaal geld in giraal geld of omgekeerd.
tijdsvoorkeur
De mate van bereidheid om consumptie uit te stellen dan wel te vervroegen. De voorkeur van huidige consumptie boven toekomstige consumptie.
vermogen De waarde van de bezittingen min de schulden.
vermogensmarkt
Het geheel van vraag naar en aanbod van vermogen zowel op korte termijn als op lange termijn.

 

extra oefenopgaven

Extra oefenopgaven (in Word)