LWEO

hoofdstuk 3

hoofdstuk 3

Geldcreatie

De maatschappelijke geldhoeveelheid of primaire liquiditeitenmassa bestaat uit al het chartale en girale geld in handen van niet-geldscheppende instellingen, het publiek. De maatschappelijke geldhoeveelheid verandert voortdurend door wederzijdse schuldaanvaarding en transformatie.

Bij wederzijdse schuldaanvaarding is er sprake van kredietverlening. Als gevolg hiervan stijgt de maatschappelijke geldhoeveelheid. Een bank mag dit niet onbeperkt doen. Zij moeten zich houden aan de solvabiliteitseis die de centrale bank oplegt. Met deze eis voorkomt de centrale bank dat een bank onnodig grote risico’s neemt.

Bij transformatie worden primaire liquiditeiten omgezet in secundaire liquiditeiten, bijna-geld. Transformatie vindt bijvoorbeeld plaats als gezinnen sparen, of als er transacties worden gedaan met het buitenland of de overheid. De geldhoeveelheid verandert hierdoor continu.

links
Wat doet de bank met mijn geld? (video 5 min.)
Geldschepping (video 2 min.)

begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 3

binnenlandse liquiditeitenmassa
Primaire + secundaire liquiditeiten.
bruto-geldschepping
Verleende kredieten door een bank.
geldschepping
(= geldcreatie) Toename van de maatschappelijke geldhoeveelheid.
geldvernietiging
Afname van de maatschappelijke geldhoeveelheid.
liquiditeitsratio
De verhouding tussen liquide middelen en de rekening-couranttegoeden bij banken. In formulevorm:

kas en tegoed bij DNB
liquiditeitsratio = ———————————- × 100%
rekening-couranttegoeden

maatschappelijke geldhoeveelheid
Chartaal en giraal geld in handen van het publiek.
netto geldscheppend bedrijf
Kredietverlening min aangetrokken lange spaartegoeden.
primaire liquiditeiten
Chartaal en giraal geld in handen van het publiek.
netto geldscheppend bedrijf
Kredietverlening min aangetrokken lange spaartegoeden.
primaire liquiditeitenmassa
(= maatschappelijke geldhoeveelheid) Chartaal en giraal geld in handen van het publiek.
secundaire liquiditeiten
Vorderingen van het publiek op banken die op korte termijn en zonder veel kosten kunnen worden omgezet in primaire liquiditeiten (het bijna-geld of near money) .
solvabiliteitsratio

eigen vermogen
solvabiliteitsratio = —————————- × 100%
vreemd vermogen

staatsobligaties
Leningen aan de overheid met een vast rentepercentage en een looptijd van meestal tien jaar. Dit houdt in dat het geleende bedrag na tien jaar wordt terugbetaald door de overheid.
substitutie
Het omzetten van giraal geld in chartaal geld of omgekeerd.
transformatie
Het omzetten van geld in niet-geld of andersom.
wederzijdse schuldaanvaarding
Geldschepping door girale kredietverlening.

extra oefenopgaven

Extra oefenopgaven (Word)