LWEO

hoofdstuk 5

hoofdstuk 5

Monetair beleid

De centrale bank is verantwoordelijk voor een soepel betalingsverkeer en houdt toezicht op de financiële sector. Na de komst van de euro is het monetair beleid een Europese aangelegenheid geworden. De belangrijkste doelstelling van dit beleid is het streven naar prijsstabiliteit, het streven naar een inflatie van dichtbij maar net onder de 2%. Alles wat de monetaire autoriteiten, de centrale banken, doen is daarop gericht. Zo houdt de centrale bank toezicht op de banken en maakt daarover afspraken in internationaal verband.

De centrale bank heeft een paar instrumenten in handen om de geldhoeveelheid en de inflatie te beïnvloeden zoals het verhogen (of verlagen) van de geldmarktrente. Dat het monetair beleid soms tekort schiet heeft de kredietcrisis ons geleerd.

links
Monetair beleid (video 4 min.)

begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 5

bedrijfseconomische toezicht
De controle op de liquiditeit en solvabiliteit van algemene banken, verzekeraars en pensioenfondsen door De Nederlandsche Bank.
geldmarkt in enge zin
Deel van de geldmarkt waar alleen de banken en de ECB/DNB actief zijn. Ze verhandelen kortlopende leningen onder elkaar.
geldmarktrente
De rente die op de geldmarkt tot stand komt.
helikoptergeld
Het rondstrooien van geld met als doel het bestrijden van een economische crisis.
inflation targeting
Actieve communicatie over de inflatie¬doelstelling zodat mensen hun verwachtingen en gedrag hierop afstemmen.
leverage ratio
Solvabiliteitseis van 3% afgesproken in het akkoord van Basel.
liquiditeitsval
Situatie waarin de centrale bank niet in staat is met geldmarktbeleid de kredietverlening verder te verruimen, bijvoorbeeld omdat de geldmarktrente is aangeland bij de nul¬ondergrens.
monetair beleid
De maatregelen die de Europese Centrale Bank (ECB) neemt om de waarde van de euro stabiel te houden.
open-markttransacties
Het kopen of verkopen van waardepapieren door de ECB aan de banken om de omvang van de liquide middelen van de banken te vergroten of te verkleinen.
prijsstabiliteit
Het laag houden van de inflatie.
refirente
(= herfinancieringsrente) De rente die de banken aan de Europese Centrale Bank moeten betalen als zij bij de ECB geld lenen.
systeembank
Een bank die zo groot is dat bij een faillissement de stabiliteit van het financiële systeem in gevaar komt.
verkrappend monetair beleid
Een verhoging van de refirente die aan de klanten van de banken wordt doorberekend. Hierdoor wordt lenen duurder en sparen aantrekkelijker.
verruimend monetair beleid
Een verlaging van de refirente die aan de klanten van de banken wordt doorberekend. Hierdoor wordt lenen aantrekkelijker en sparen ontmoedigd waardoor de bestedingen kunnen stijgen.
zero lower bound
(= nulondergrens) De grens waarop de centrale banken stuiten bij het voeren van een ruim-geldbeleid via verlagingen van de geldmarktrente. Als de nominale rente nul is heeft een verdere verlaging geen zin omdat deze verlaging de reële rente niet verder omlaag brengt; bij een negatieve nominale rente is cash geld aanhouden aantrekkelijker dan uitlenen, waardoor de kredietverlening stilvalt.

extra oefenopgaven

Extra oefenopgaven (Word)