LWEO

hoofdstuk 2

hoofdstuk 2

De vraagkant

Verschuiving over of langs de vraaglijn
Een (collectieve) vraaglijn geeft het verband weer tussen de prijs van een product en de vraag naar dat product. Dit op voorwaarde dat alle andere factoren die van invloed zijn op de vraag naar het product zoals het inkomen, de prijs van andere producten, de voorkeur, etc. niet veranderen. Dat de andere factoren die de vraag beïnvloeden constant blijven, noemen we de ceteris paribus voorwaarde. Als de prijs van een product verandert, verandert de vraaglijn niet. Er vindt dan een verschuiving plaats over (langs) de vraaglijn. Er is daarbij sprake van een negatief verband. Als de prijs stijgt, daalt de vraag en als de prijs daalt, stijgt de vraag.

 
Verschuiving van de vraaglijn
Als de voorkeur naar een bepaald product toeneemt, als het inkomen stijgt, als de prijzen van andere producten (substituten) stijgen, verschuift de (collectieve) vraaglijn van dat product naar rechts. Als de voorkeur naar een bepaald product afneemt, als het inkomen daalt, als de prijzen van andere producten (substituten) dalen, verschuift de (collectieve) vraaglijn van dat product naar links.

De collectieve vraaglijn is samen te stellen uit meerdere individuele vraaglijnen door bij elke prijs de individuele hoeveelheden op te tellen (horizontaal optellen).
VenAh2collvrl

Bij prijzen hoger dan € 80 geldt alleen het hellingsgetal van de lijn van Ilse omdat Sanne dan geen vrager is. De collectieve vraagfunctie is samen te stellen uit meerdere individuele vraagfuncties door de individuele vraagfuncties bij elkaar op te tellen. Let er hierbij wel goed op dat de knik die daardoor (meestal) in de collectieve vraaglijn ontstaat, ook tot uitdrukking moet komen in de collectieve vraagfunctie.

Prijselasticiteit van de vraag
De prijselasticiteit van de vraag (Ev) geeft aan in welke mate de vraag reageert op een prijsverandering. Ev wordt als volgt berekend:
Ev = prijselasticiteit van de vraag.

Procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid (gevolg)
Ev = ——————————————————————————–
Procentuele verandering van de prijs (oorzaak)

 

Ev is over het algemeen een negatief getal, omdat de gevraagde hoeveelheid daalt als de prijs stijgt en stijgt als de prijs daalt. Met de prijselasticiteit van de vraag kunnen de gevolgen van prijsveranderingen voor de afzet en de omzet berekend worden.

-1< Ev < 0 inelastische vraag
Ev = 0 de vraag reageert helemaal niet op een prijsverandering: bijv. bij medicijnen
Ev < -1 elastische vraag

Wel of niet prijsgevoelig
De prijsgevoeligheid van de vraag is afhankelijk van:
– het feit of er substituten zijn, dit wil zeggen alternatieve goederen. Als er substituten zijn zullen vragers bij een prijsverhoging van een bepaald product het substituut (alternatief) kiezen. Ze reageren in dat geval sterk op een prijsverandering: dus hoge prijselasticiteit.
– de termijn waarop je dit bekijkt. Op korte termijn heb je niet altijd een alternatief, op lange termijn wel. Gevolg is dat de prijselasticiteit op korte termijn lager is dan op langere termijn.
– Het soort goed. Primaire goederen (brood, water, kleding) zijn minder elastisch dan luxe goederen.

Prijselasticiteit en omzet

Een dubbele pijl betekent een sterke reactie.

Kruislingse prijselasticiteit
De kruislingse prijselasticiteit van de vraag geeft weer hoe sterk de vraag naar het ene goed reageert op een prijsverandering van een ander goed.
Ek = kruislingse prijselasticiteit

Procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid van een product
Ek = ————————————————————————————–
Procentuele verandering van de prijs van een ander product

Bij substitutiegoederen, dat zijn goederen die elkaar kunnen vervangen, is Ek positief. Bij complementaire goederen, dat zijn goederen die elkaar aanvullen, is Ek negatief.

Inkomenselasticiteit
Ey = inkomenselasticiteit

Procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid
Ey = ————————————————————————
Procentuele verandering van het besteedbaar inkomen

 
Normale goederen hebben een positieve inkomenselasticiteit, dat wil zeggen dat bij een hoger inkomen de gevraagde hoeveelheid naar dat goed stijgt. Luxe goederen hebben vaak een drempelinkomen. Ze worden pas vanaf een bepaald inkomen aangeschaft. Bij de meeste goederen is er sprake van een verzadigingsinkomen. Vanaf een bepaald inkomen leidt een inkomensstijging niet meer tot een toename van de gevraagde hoeveelheid. Goederen met een negatieve inkomenselasticiteit zijn inferieure goederen. Het zijn goederen die bij een hoger inkomen vervangen worden door goederen van betere kwaliteit of met een beter imago.

links

begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 2


— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — 

extra oefenopgaven

Extra oefenopgaven (Word)