LWEO

hoofdstuk 2

hoofdstuk 2

Ruil, geld en banken

Het verdelen van het arbeidsproces in verschillende taken heet arbeidsdeling. Mensen kunnen zich specialiseren in dat waar ze goed in zijn. Door arbeidsdeling en specialisatie stijgt de arbeidsproductiviteit. De arbeidsproductiviteit is de productie per persoon per tijdseenheid. Door arbeidsdeling en specialisatie ontstaan verschillende beroepen en moet er geruild worden om ieder in zijn behoefte te laten voorzien. Transactiekosten zijn alle inspanningen die nodig zijn om een ruil tot stand te brengen. Het afwikkelen van transacties wordt eenvoudiger als er een algemeen aanvaard ruilmiddel is, zoals geld. Ruilen met geld als ruilmiddel wordt indirecte ruil genoemd.
De functies van geld zijn:
• ruilmiddel: je kunt met geld betalen;
• rekenmiddel: je kunt met geld de waarde van goederen en diensten vaststellen;
• spaarmiddel: je kunt geld bewaren.Munten en bankbiljetten noemen we chartaal geld, maar dat maakt nog maar een klein deel uit van de hoeveelheid geld die in omloop is, de maatschappelijke geldhoeveelheid. Het grootste deel bestaat uit giraal geld. Dit zijn tegoeden van klanten bij banken, de zogenaamde rekening-couranttegoeden.

Banken kunnen meer giraal geld in omloop brengen dan ze aan geld in bezit hebben. Het geld dat de banken in bezit hebben noemen we de liquide middelen van de bank. In de praktijk is een verhouding van ongeveer 10% tussen de liquide middelen en de rekening-couranttegoeden van klanten genoeg. Dit percentage heet het liquiditeitspercentage of de dekkingsgraad van de bank:

Liquide middelen
Liquiditeitspercentage = —————————————- × 100%
Rekening-couranttegoeden

Op spaarrekeningen vergoeden de banken rente, voor een krediet vragen de banken rente. Rente is de prijs van geld.

links
Alles kost geld (video 10 min.)
Absolute en comparatieve kostenvoordelen (artikel)
Economie en schuld (video 25 min.)
Hoe wordt geld gemaakt (video 7 min.)

begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 2


— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — 

extra oefenopgaven

Extra oefenopgaven (in Word)